Leuzen

Burgemeester Cohen van Amsterdam heeft per noodbevel vlak voor de Arena een fikse groep FC Utrecht-supporters teruggestuurd wegens anti-joodse leuzen. Eindelijk eens een daad. Verbaal geweld is een van de plagen van het moderne voetbal. Grove manieren om frustratie over het spelverloop of de scheidrechter af te reageren dateren overigens niet van vandaag of gisteren – het spreekkoor ,,hi ha, hondenlul'' voor een arbiter stamt volgens een onderzoeker uit het seizoen 1969-1970 – maar dat is wat anders dan een bevolkingsgroep ,,aan het gas'' te wensen. Andere voetbalburgemeesters, met die van Rotterdam voorop, hebben de actie van Cohen verwelkomd. Burgemeester Brouwer van Utrecht maakte wel een kanttekening: jammer dat bij de Arena geen mensen zijn aangehouden die zich kwetsend hadden uitgelaten. ,,Hierdoor heeft een veel grotere groep goedwillende supporters de wedstrijd moeten missen.'' Het antwoord van Cohen laat zich raden: gerichte arrestaties te verrichten in een supportersschare is vragen om escalatie.

Burgemeester Brouwer zal trouwens de eerste zijn om dit te begrijpen. Zelf besloot zij nog niet zo lang geleden Utrecht-supporters die de sporen van het Centraal Station hadden bezet, uit te laten razen uit vrees dat ingrijpen de overlast alleen maar zou verergeren. Toch legt zij de vinger wel op een zere plek. Als te veel goeden met de kwaden moeten lijden doet dat de overtuigingskracht van het nieuwe beleid op den duur geen goed. Dat geen arrestaties worden verricht, betekent ook dat er geen rechter aan te pas komt. Cohen vindt dat geen bezwaar. ,,Strafrecht is een middel en lang niet altijd het handigst'', zei hij tegen de Volkskrant. Het strafrecht is echter niet alleen een instrument voor het bestuur, maar ook een middel om de grenzen van overheidsmacht te toetsen. De uitkomst lijkt in het geval van de spreekkoren bij de Arena wel duidelijk (een strafbare leus), maar dat maakt kritische bezinning op de nieuwe lijn niet overbodig.

Wat het voetbal betreft is er de kwestie van de context. De vraag is of in een stadion waar de eigen harde kern zichzelf afficheert als ,,jodenclub'', elke antileus moet worden verboden. Een consequente aanpak staat in elk geval haaks op het beleid van Cohen om de politie uit het stadion te halen. Belangrijker is echter het verband dat hij legt tussen zijn aanpak van de supporters en het beleid met betrekking tot demonstraties tegen het Israëlische optreden tegen de Palestijnen. De Amsterdamse burgemeester wil terecht de grens tussen anti-Israëlische en antisemitische uitingen bewaken. De verleiding is groot voor burgemeesters en politiechefs om het beter te willen weten dan demonstranten die gebruikmaken van hun grondwettelijke vrijheid. Toetsing door de rechter heeft bepaald zin. De klacht is echter dat gemeenten en het openbaar ministerie demonstratiezaken juist weghouden bij de rechter.