En wat wil jij later worden?

Zestienjarigen kunnen op een brommer rijden, SMS-jes versturen en, op zijn minst, tongzoenen. Tegenwoordig althans, op mijn zestiende had ik geen brommer, SMS bestond nog niet en van tongzoenen had ik geen weet. Wel wist ik dat ik architect, journalist of kok wilde worden.

De keuze voor een mooi, concreet beroep is de zestienjarigen van vandaag niet vergund. De overheid waakt er wel voor dat jongeren – toch wereldwijzer dan ooit – terecht komen `in de fuik van een voortijdige beroepskeuze'. De schoolverlaters moeten `breed inzetbaar' zijn. Het gevaar dreigt dat ze uiteindelijk nergens meer inzetbaar zijn, maar wel het plezier in leren verliezen en nooit het genoegen zullen smaken ergens echt diep in te duiken.

De vernieuwers broeden op een plan om het beroepsonderwijs een `algemener' karakter te geven. Zo zal er nauwelijks meer sprake zijn van opleidingen gericht op de traditionele beroepen in de horeca.

In de nieuwste vernieuwing van het beroepsonderwijs dreigt de afschaffing van de kok. Het wordt zoiets als `productiemedewerker m/v voeding', niet te verwarren met `distributiemedewerker m/v voeding', waarachter de vertrouwde serveersters, obers, gastheren en -vrouwen schuilgaan. Het is niet alleen een kwestie van naamgeving. Ook het opleidingsprogramma wordt `algemener'. Het betekent dat een zestienjarige met koksaspiraties gedwongen is jarenlang omtrekkende bewegingen te maken, een soort cursus algemene ontwikkeling voor horecamedewerkers te volgen en uiteindelijk in de praktijk het vak nog echt te moeten leren.

,,Waar halen wij straks nog goed opgeleide mensen vandaan?'' verzuchtte de vakwereld gisteren tijdens het jaardiner van SVH, het brancheorgaan voor onderwijs en opleidingen in de horeca. Vakbekwaamheid is het fundament van elke branche en `het fundament dreigt scheuren te gaan vertonen'. De mensen uit het beroep willen het liefst onderwijs dat branchegericht blijft. Het is de beste garantie op een instroom van jonge mensen die goed op de start in de beroepspraktijk zijn voorbereid. Bovendien, alles wat niet in het initiële onderwijs is aangeleerd, moet in de praktijk worden verworven. En dat gaat op kosten van het bedrijfsleven.

Het speelt niet alleen in de horeca. Het aantal kwalificaties voor het hele beroepsonderwijs zou worden gereduceerd van ruim 700 naar 120 tot 140. Alle kans dat het onderwijs voor de praktijk onherkenbaar wordt, want breed en algemeen. Nog breder en nog algemener, in de afgelopen twintig jaar is het lager beroepsonderwijs al drastisch gemoderniseerd met meer algemene vorming en minder beroepsgericht onderwijs.

Het is een ziekte en het speelt op alle niveaus van het beroepsonderwijs. Een eerzaam vak mag je niet leren. Zo moet een achttienjarige die architect wil worden eerst drie jaar een studie volgen tot `breed opgeleide bouwkundig ingenieur' en zich daarna `differentiëren' tot architect. Met wetenschappelijke pretentie, dat wel.

Het is de miskenning van de waarde van een beroep en, nog erger, van een manier van leren. En het is desastreus voor jongeren die geen studiehoofden zijn, die al vaak te horen hebben gekregen: `Jij kunt niet leren'. Ze hebben negatieve ervaringen met het onderwijs en dat resulteert nogal eens in een gebrek aan gevoel van eigenwaarde. Wanneer ze in de gelegenheid worden gesteld een echt vak te leren, ontdekken dat ze wél iets kunnen. Ze ontlenen er zelfvertrouwen aan en juist daardoor zijn ze in staat over de grenzen van hun eigen vak te opereren. Het is een groot misverstand dat breed inzetbaar ook per se breed opgeleid moet betekenen.

Zelf heb ik het indertijd als een verlossing ervaren dat het me als architectuurstudent na anderhalf jaar statistiek, sociologie, fysica, filosofie, mechanica en maatschappelijke weerbaarheid eindelijk werd toegestaan gewoon een huis te ontwerpen. Zo moet het voor de kok in spe een verademing zijn na vakken als

engels, maatschappijleer en communica-

tieve vaardigheden, ook eens een sausje

te mogen kloppen.

De angst voor specialisten zit diep, generalisten doen het tegenwoordig beter. Er is een tendens de waarde van diepgang te negeren. Lang geleden werd de bioloog Dick Hillenius eens gevraagd hoe hij erin slaagde van alle markten thuis te zijn. Dat komt, antwoordde hij, omdat ik maar van één onderwerp heel veel weet. Hij slaat de spijker op zijn kop. Een leerling-timmerman wordt dat genoegen onthouden. Ergens diep induiken geeft inzicht dat alleen daardoor kan worden verkregen. Je leert de structuur en de principes van een discipline kennen. Je kunt verklaren wat er zich aan de oppervlakte afspeelt en bent in staat verschillende vakopvattingen te plaatsen. Specialisatie geeft inzicht dat generalisme nooit kan bieden.

Een herkenbaar vak of beroep leert sowieso veel lekkerder dan iets vaags waarbij niemand zich iets kan voorstellen. Leg het je vrienden of je moeder maar eens uit als je, zestien jaar oud, een `breed opgeleide bouwkundig ingenieur' of `productiemedewerker m/v voeding' wil worden.