Elf september en Pericles' lijkrede

Dat we in dit nummer `oneigentijdse beschouwingen' te verwachten hebben, zegt de inleiding van het dubbelnummer van het tijdschrift Nexus. Zoals altijd. Maar niet `van de tijd' willen zijn, betekent nog niet dat men niet `bij de tijd' moet zijn. Zo is het. En daarom reageert dit enorm dikke nummer (ruim driehonderd pagina's) op `11 september', maar voornamelijk in `tijdloze' stukken en niet door allerlei gelegenheidsbeschouwingen over die gebeurtenis te publiceren. Nu ja, wel een paar, maar dat moet ook. Dus schrijft Richard Holbrooke, tot voor kort ambassadeur van de Verenigde Staten bij de VN, over de politieke consequenties van de aanslag en meer in het bijzonder over de verhouding tussen Amerika en Europa. Hij zegt nuchtere dingen zoals: ,,We steunen elkaar omdat we geen keus hebben'', maar verder is wat hij te beweren heeft lichtelijk retorisch en niet helemaal waarom je Nexus zou moeten lezen.

De kracht van dat tijdschrift ligt nu juist in een ander soort beschouwingen. Zoals bijvoorbeeld in het verrassende idee om de lijkrede van Pericles met een inleiding van David Rijser op te nemen. De Atheense staatsman Pericles (5de eeuw v. Chr.) hield een rede voor de gevallenen tijdens het eerste jaar van de Peloponnesische Oorlog en de Atheense historicus Thucydides schreef die op. In zijn rede houdt Pericles zijn stadgenoten voor wat Athene is, maar eigenlijk beschrijft hij het ideale Athene. Zijn toespraak is ook een ideaal. Hij begint met het belang ervan te relativeren, niet door valse bescheidenheidsformules uit te spreken maar door het volgende te zeggen: ,,Ik zou het voldoende achten, wanneer mannen die dappere daden hebben verricht door daden werden geëerd (-) Het geloof in de moed van velen moet niet afhankelijk worden gesteld van het goed of minder goed spreken van één man.''

Dat is iets wat men niet genoeg in de oren knopen kan. Zijn beschrijving van de Atheense geestesgesteldheid is schitterend en schrijnend als men weet hoezeer Athene al die idealen van redelijkheid met voeten zou treden en zou verkeren in een tirannieke stad.

Dat stuk is op een niet tijdgebonden maar altijd actuele manier verbonden met ons leven nu, zoals ook het essay van Simone Weil uit de jaren dertig de Ilias openlegt als de meedogenloze studie van wat `de kracht' (waarmee toch vooral `het geweld' bedoeld lijkt) met mensen doet. Weil heeft wel vaker benadrukt, dat het lijden, de onderworpenheid, de mensen verandert en beschadigt op een onherstelbare manier.

Wel nú geschreven maar ook met een wijder bereik zijn de stukken van twee Oost-Europese intellectuelen, het ene van de Hongaar László Földényi, de andere van de Serviër Aleksa Djilas. Földényi schrijft over de taal van het herdenken, beginnend bij de vraag hoe een monument voor de aanslag in New York eruit zou moeten zien, maar daar laat hij het niet bij. Djilas schrijft over de verdeeldheid van Europa, hoe het oosten niet meetelt, hoe de Serviërs zichzelf en het westen zien en hij doet dat geestig, scherpzinnig, belezen en nieuwe inzichten gevend. Dit tijdschriftnummer is meer een boek, waar men gemakkelijk wéken mee zoet kan zijn, zo geen jaren.

Nexus nummer 30-31. Prijs €34,50 Uitg. Nexus, Tilburg. tel. 013 4663450