Daag VN voor tribunaal

Het aftreden van het hele kabinet-Kok, en ook dat van de Nederlandse bevelhebber van de landmacht, luitenant-generaal Van Baal, is een welkome reactie op de onthullingen inzake de betrokkenheid van Nederlandse troepen bij de slachtingen in Srebrenica in juli 1995. Maar hierbij mag het niet blijven. De uiteindelijke morele en wettelijke verantwoordelijkheid berust bij de VN en daar zou nu ook schoon schip moeten worden gemaakt.

De afslachting van meer dan zevenduizend moslimmannen door de Bosnisch-Servische strijdkrachten was de ergste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog, en voltrok zich in een gebied dat de VN als ,,veilige zone'' onder hun hoede hadden genomen. Bovendien had de VN-strijdmacht die de verantwoordelijkheid voor de moslimenclave Srebrenica op zich nam, het kleine moslimleger in de stad ontwapend. Dat was de voorwaarde waaronder de Serviërs aanvankelijk bereid waren de zone onder VN-bescherming te eerbiedigen. De wapens van de moslimverdedigers van de stad werden door de VN-troepen ingenomen. Natuurlijk namen ze niet de wapens in van de oppermachtige Servische strijdkrachten die de stad belegerden.

Wat heeft het voor zin – en waar is de morele rechtvaardiging – om een belegerde bevolking te ontwapenen als de VN haar niet beschermen?

De VN-soldaten waren bewapend, zij het met lichte wapens. Ze waren duidelijk in de minderheid tegenover de Servische troepen. Maar waarom droegen ze wapens als ze die op het beslissende moment niet gebruikten om hun ontwapenende beschermelingen te verdedigen – en de Serviërs zelfs hielpen de mannen van de vrouwen en kinderen te scheiden? Als de VN-troepen hadden gedreigd zich tegen de Serviërs te verzetten, hadden die misschien nog wel een keer nagedacht.

Zoals het NIOD-rapport stelt, ging bij de Nederlandse soldaten de zorg voor hun eigen welzijn boven het lot van de moslimmannen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor die situatie berust niet alleen bij de Nederlandse bevelhebbers, die zich verachtelijk hebben gedragen, maar ook bij de betrokken VN-instellingen.

Het moet duidelijk worden gezegd: in Srebrenica waren de VN medeplichtig aan oorlogsmisdaden en aan die verantwoordelijkheid kunnen ze zich niet onttrekken. Loze spijtbetuigingen volstaan niet. Er moeten wettelijke stappen tegen de verantwoordelijken worden ondernomen – van de secretaris-generaal tot VN-ambtenaren en Nederlandse politici en legerbevelhebbers.

Het apparaat voor zulke rechtszaken bestaat: het Joegoslavië-tribunaal, dat (o, ironie) zitting houdt in Den Haag.

Als Miloševic terechtstaat – die niet in Srebrenica was, maar om zijn politieke verantwoordelijkheid wordt vervolgd – dan zou dat ook moeten gelden voor verscheidene VN-betrokkenen, die deels in Bosnië en deels in New York te vinden waren. Als het om volkenmoord en misdaden tegen de menselijkheid gaat, mag niemand buiten schot blijven.

VN-aanklager Carla del Ponte dient zich zorgvuldig in het moedige Nederlandse rapport te verdiepen en te beslissen wie als mogelijke handlangers van de Bosnische Serviërs zullen moeten worden vervolgd. Geen enkele VN-betrokkene zou de kans mogen krijgen om als Pontius Pilatus de verantwoordelijkheid af te schuiven op de Nederlandse troepen die bevelen uitvoerden afkomstig uit de hoogste VN-gelederen.

Shlomo Avineri is hoogleraar politieke wetenschap aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem en nu verbonden aan het Collegium Budapest.©IHT