Cultuurschok personeel Andersen bij Deloitte

Accountantsfirma Andersen Nederland gaat naar branchegenoot Deloitte & Touche. Wacht hun een culturele botsing met uitloop tot gevolg?

Als ratelende dominostenen vallen ze om. En gisteren viel het steentje Andersen Nederland. Na 25 jaar geleden te zijn geland in de Lage Landen is het zelfstandig bestaan van het Nederlandse kantoor, waar 1.600 mensen werken, definitief voorbij.

Ze hebben precies een maand geduurd, de voorbereidingen van de Nederlandse uithuwelijking van Andersen, afgedwongen door de dubieuze rol van de accountantsfirma in het faillissement van de Amerikaanse energiehandelaar Enron. Eerst kreeg KPMG de gelegenheid Andersen te bemonsteren, twee weken later mochten ook Ernst & Young en Deloitte & Touche hun delegaties sturen. De laatste trok aan het langste eind. Deloitte lijft de aangeslagen vestiging van Andersen in en vormt nu in Nederland een accountants- en adviesmastodont van 7.600 man.

Beide partijen bezingen de `strategische fit' van de organisaties. ,,We vullen elkaar goed aan in kennisgebieden en beide hebben we sterke en parallel lopende groeiambities'', ronkt de verklaring.

Maar wat haalt Deloitte met Andersen Nederland precies binnen? Bij de buitenwacht leeft vooral het beeld van twee organisaties met sterk verschillende culturen.

Het begint al met de klanten. Deloitte in Nederland is vooral sterk in het midden- en kleinbedrijf en de overheid. Twee sectoren waar Andersen nauwelijks over de vloer komt en die een geheel eigen benadering vereisen. Andersen rekent vooral grote en sterk internationaal georiënteerde bedrijven tot de clientèle. Niet voor niets telt het kantorennetwerk van Deloitte in Nederland maar liefst 95 vestigingen, terwijl Andersen er slechts drie heeft.

Verder omarmde Andersen, al 75 jaar geleden, als eerste de one firm-gedachte. Elke vestiging waar ook ter wereld bedient dezelfde soort klanten, op dezelfde manier met dezelfde kwaliteit en kennis. Een internationaal concept dat vooruitliep op de globalisering en dat pas de laatste tien jaar bij de concurrentie ingang heeft gekregen. Bij Deloitte is een dergelijke aanpak pas vorig jaar gerealiseerd.

Niet zonder reden zien de partners van Andersen dan ook hun kans schoon. Andersen komt te zitten op de plek waar Deloitte het zwakst is: de bediening van grote en internationaal georiënteerde bedrijven. Weliswaar heeft Deloitte een paar aansprekende klanten waarvan het de boeken controleert, zoals ASML, Ahold en Reed Elsevier, maar van de 6.000 werknemers houden zich er `slechts' 1.500 bezig met het grootbedrijf.

Andersen brengt datzelfde aantal mensen in. En hier ligt voor de Nederlandse partners de kans een stempel te drukken op het beleid bij Deloitte. Uiteraard in samenwerking met de partners van onder meer Engeland, Spanje en Zweden die zich ook bij Deloitte hebben aangesloten.

Maar het gevaar voor een culturele botsing ligt op de loer. Een verschijnsel dat Deloitte maar al te goed kent. De Nederlandse organisatie heeft de afgelopen vier jaar twee majeure overnames gepleegd. Eerst werd de VB Groep ingelijfd, een overheidsaccountant, en daarna werd de organisatieadviseur Bakkenist aan de haak geslagen. Vervolgens kwam een hoog verloop op gang, oplopend tot eenvijfde van het personeel, zoals vorig jaar tijdens publicatie van de jaarcijfers bleek. En dat bleken vooral werknemers te zijn van de VB Groep en Bakkenist.

Bestuursvoorzitter W. Biewinga van Deloitte Nederland maakt zich geen zorgen over weglopende mensen van Andersen. ,,Als je binnenkort in een zaal staat en je luister naar een accountant van ons, dan kan je niet aangeven of die van Deloitte is of van Andersen.''