Bouwen in Duitsland is niet zonder gevaar

Heijmans wil zich inkopen op de Duitse bouwmarkt. De bouwer heeft zijn oog laten vallen op het wankelende Philipp Holzmann. Eerdere bouwavonturen van Nederlanders in Duitsland bevielen maar matig.

De waarschuwingen van collega-bouwers laten niets aan duidelijkheid over: de Duitse bouwmarkt blijft ,,getekend door verdere krimpende volumes en hoge capaciteit''. De marktomstandigheden blijven achter. Anders gezegd: de situatie is ,,onverminderd slecht''.

Dat alles laat een van Nederlands grootste bouwconcerns, Hollandsche Beton Groep (HBG), optekenen in het jaarverslag over 2001. En als er íemand is met ervaringen op de wankelende Duitse bouwmarkt, dan is het HBG. Die bouwer lijdt al sinds de overname van Wayss & Freitag eind 1996 onder de malaise op de Duitse bouwmarkt.

En dan nu probeert Heijmans, het in de laatste jaren sterk groeiende bouwconcern uit Rosmalen, een plek te veroveren op diezelfde Duitse bouwmarkt. Heijmans maakte gisteren bekend onderdelen van het al jaren noodlijdende Philipp Holzmann te willen kopen.

Holzmann, in omzet gemeten de tweede bouwer van Duitsland, heeft 24.000 werknemers, waarvan 11.000 in Duitsland. Net als Wayss & Freitag leed Holzmann halverwege jaren '90 onder de teruglopende overheidsopdrachten. Daardoor ontstond een grote overcapaciteit op de Duitse bouwmarkt, die nog steeds voortduurt. Sinds maart verkeert Holzmann in surseance en is de bewindvoerder op zoek naar kopers voor verschillende onderdelen.

Heijmans wil nu delen van Holzmann kopen. Met de voorgenomen overname probeert de Brabantse bouwer toch nog de Duitse markt te betreden. Eind vorig jaar deed Heijmans daartoe al een poging. In november kondigde de onderneming aan Martin Wurzel Baugesellschaft over te nemen. Wurzel, een bouwer uit Noordrijn-Westfalen, zou over het afglopen jaar een omzet behalen van 27 miljoen euro en 160 werknemers aan Heijmans toevoegen. ,,Martin Wurzel zou kunnen fungeren als bruggenhoofd voor verdere uitbouw van de activiteiten op de Duitse markt'', stelde Heijmans nog in november. In februari ketste de overname echter alsnog af. Verder onderzoek naar Wurzel deed Heijmans zich terugtrekken. Heijmans ging op zoek naar andere Duitse activiteiten.

Nieuw is die strategie niet te noemen, vele Nederlandse bouwers gingen Heijmans voor. Zo liep Wilma in 1995 zware averij op in Duitsland. Wegens de slechte markt kon Wilma maar de helft van het aantal geplande woningen verkopen, en leed het bedrijf 7,3 miljoen euro verlies. Ook BAM en NBM-Amstelland leden zware verliezen aan de andere kant van de grens. De Duitse strop van BAM liep op tot 11,9 miljoen euro. In 1997 trok BAM zich terug. Inmiddels zijn de grootste delen van alledrie de bedrijven, BAM, NBM-Amstelland en Wilma, opgegaan in BAM NBM.

Maar niet alleen HBG en BAM NBM hebben ervaring met de grillige Duitse bouwmarkt. Ook Heijmans zelf heeft inmiddels kennis daarover in huis. IBC, dat vorig jaar door Heijmans werd overgenomen, ervoer tussen 1985 en 1992 zelf hoe de Duitse markt was. ,,Dat liep daar niet zo goed'', zegt de Heijmans-woordvoerder nu.

Heijmans-bestuursvoorzitter J. Janssen stelt nu dat het nieuwe Duitsland-avontuur niet zo onfortuinlijk zal aflopen als in het verleden bij andere bouwers. ,,Wij willen dit op gedegen wijze aanpakken. Geen risico's nemen, geen rommel uit het verleden.'' Janssen zegt voor overname eerst helderheid te willen verkrijgen over winstgevendheid van de betreffende divisies. ,,Anders laten wij het aan ons voorbij gaan.''

Het is niet gezegd dat bouwen in Duitsland per definitie slecht afloopt. De Duitse activiteiten van Volker Wessels Stevin, een van de andere grote vijf Nederlandse bouwers, zijn al jaren winstgevend. Vorig jaar daalde de gezamenlijke winst van dochters Kondor Wessels Deutschland en F.C. Trapp Baugesellschaften echter wel van 456 miljoen euro naar 369 miljoen euro. Maar Volker houdt goede hoop. ,,Bij Trapp is de invloed merkbaar van nieuwe overheidsopdrachtenopdrachten voor het onderhoud en de uitbouw van het weggennet.''

Heijmans wil niet zeggen welke activiteiten het in Duitsland wil gaan ontplooien. Janssen zegt wel dat het geen infrastructurele bouw, voor Wessels zo hoopgevend, zal zijn.