Borghouts is `solitaire manager'

Na het huisvaderschap en de ambenarentop wordt GroenLinkser Borghouts nu de nieuwe commissaris van de Koningin in Noord-Holland.

In één opzicht is de aanstaande benoeming van Harry Borghouts (58, Bergen op Zoom) als commissaris van de koningin in Noord-Holland géén verrassing: als een hoge functie in het overheidsbestuur de afgelopen tien jaar ergens voor het eerst door een GroenLinkser werd bekleed, was het altijd door hem.

In 1992 kwam hij als eerste GroenLinkser op een ambtelijke topfunctie op het ministerie van Binnenlandse Zaken. `Moet kunnen', oordeelden zijn partijgenoten toen nog zuinigjes over zijn functie: directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid. Toch was het een doorbraak: GroenLinks nam een terrein over dat van oudsher in VVD-handen was. Borghouts volgde Ivo Opstelten op, de huidige burgemeester van Rotterdam. De jurist Borghouts werd geprezen om zijn loyaliteit aan de minister. Hij begeleidde een grootscheepse reorganisatie van de politie en verwierf enige naam als onderhandelaar bij de nieuwe politie-CAO.

In 1996 werd hij als eerste GroenLinkser de hoogste ambtenaar op een ministerie. D66-minister Sorgdrager haalde hem als secretaris-generaal naar Justitie. Borghouts speelde een soms bekritiseerde publieke rol in de machtsstrijd tussen Sorgdrager en de super-procureur-generaal Docters van Leeuwen. Hij bleef, ook na diens vertrek, overeind.

Borghouts bezwoer talrijke opdoemende affaires binnen het departement en trok soms de aandacht met eigenmachtig optreden, ook nadat hij onder Sorgdragers opvolger Korhals in rustiger vaarwater kwam.

Dat bleek onder meer in 1999, toen justitie met zijn toestemming criminele burgerinformanten had ingezet, een opsporingsmethode die de Tweede Kamer na de IRT-affaire had verboden. Dat verlenen van toestemming, zónder Korthals in te lichten, is volgens bronnen op het departement tekenend voor zijn solitaire optreden. ,,Hij heeft wel vertrouwelingen'', zegt een medewerker, ,,maar de contacten lopen buiten de hiërarchische verhoudingen in het apparaat om.''

Over zijn partijlidmaatschap worden op het departement hoogstens grappen gemaakt. Een medewerker typeert hem als in de eerste plaats ,,een echte manager die niet bang is om vuile handen te maken''. Soms is hij non-conformistisch, zoals toen hij vorig jaar meldde dat hij geregeld met een `personal coach' over zijn ,,functioneren in de organisatie'' praat.

De `linkse wapenfeiten' van Borghouts dateren van midden jaren zeventig. Hij brak toen zijn beginnende carrière bij de marine af, kwam als lid van de PPR in de gemeenteraad van zijn woonplaats Heemstede, en was drie jaar `huisvader'. Zijn partijactiviteiten zijn al jaren beperkt. Als voorzitter van de geschillencommissie van GroenLinks trad hij één keer op: om hevige strijd in de Haagse afdeling van de partij te beslechten. Borghouts staat ook als lijstduwer (plaats dertig) op de GroenLinkse kieslijst voor de Tweede Kamer.

Maar op het ministerie en bij GroenLinks was al duidelijk wat zijn ambitie was: behalve in Noord-Holland zou hij ook in de race zijn voor de post van commissaris van de koningin in Overijssel. Dan had hij een traditioneel CDA-bastion moeten veroveren. In Noord-Holland is het een PvdA-bastion geworden.