Bewering Kok is bizar

Donderdag wordt verder gedebatteerd over Srebrenica, maar veel valt er vermoedelijk niet te verwachten van een Tweede Kamer die de rede van premier Kok in de vergadering van 16 april vrijwel unaniem als indrukwekkend heeft betiteld. De kern van die rede was Koks vernuftige motivering van zijn ontslagaanvraag: ,,De internationale gemeenschap is anoniem en kan niet op zichtbare wijze verantwoordelijkheid nemen tegenover de slachtoffers en nabestaanden van Srebrenica. Ik kan en doe dat wél.''

Dat de internationale gemeenschap anoniem zou zijn is een bizarre bewering voor de premier van een land dat de Verenigde Naties hoog in het vaandel heeft staan. Op deze pagina heeft Robert van de Roer eraan herinnerd dat de internationale gemeenschap al in november 1999 bij monde van VN-secretaris-generaal Annan zichtbaar het boetekleed voor Srebrenica heeft aangetrokken. Het is bijna ondenkbaar dat Kok dat rapport over het hoofd heeft gezien. Vrijwel alles wat nu zoveel opwinding veroorzaakt, stond daar al in. Zo was het al kritisch over de rondom Dutchbat heersende doofpotcultuur (,,the failure of intelligence-sharing'' ondanks ,,sinister indications''). Het erkende dat Karremans opdracht had de bescherming van de Bosnische moslims aan de veiligheid van zijn blauwhelmen ondergeschikt te maken, maar stelde ook de indringende vraag of alles niet anders zou zijn verlopen als de Dutchbatters zich als ,,human shields'' hadden opgeworpen: ,,This might have slowed down the Serbs and bought time for higher-level negotiations to take effect.'' Aldus het rapport dat Annan op 15 november 1999 het licht heeft doen zien. Die kon en deed dat toen al.

Er was dus geen enkele behoefte aan nog een tweede schuldbekentenis namens de internationale gemeenschap. Wel bestond behoefte aan een achterstallige schuldbekentenis namens Nederland, maar die heeft Kok op 16 april net als zes dagen eerder de slachtoffers en nabestaanden van Srebrenica uitdrukkelijk onthouden. Hij is trouw gebleven aan zijn stelling dat de Nederlandse verantwoordelijkheid zich strikt tot het Nederlandse aandeel in de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap beperkt. In zijn eerste reactie op het NIOD-rapport had Kok deze stelling al met opvallend veel nadruk geponeerd. Tot tweemaal toe zei hij toen dat de internationale gemeenschap was tekortgeschoten of fouten had gemaakt ,,en daarmee ook Nederland als lid van die internationale gemeenschap''. Zo drukte hij zich dus uit toen er in de Nederlandse politiek nog allerwegen opluchting heerste over de milde conclusies van het NIOD-rapport. Een kleine week later gaf hetzelfde rapport aanleiding tot de ontslagaanvraag van het kabinet, maar nog steeds had dat volgens Kok niets met specifiek Nederlandse verantwoordelijkheid te maken, doch vloeide het voort uit de anonimiteit van de internationale gemeenschap en de bereidheid van de regering als lid van die gemeenschap daar een mouw aan te passen.

Het Kamerdebat biedt de gelegenheid na te gaan welke fracties na een week bedenktijd de leer van de anonieme internationale gemeenschap nog steeds plausibel en Koks bereidheid met de opoffering van zijn kabinet in die lacune te voorzien nog steeds indrukwekkend vinden. Blijkt de betovering van die leer uitgewerkt, dan resteren er twee verklaringen voor de val van het kabinet: òf er dreigden twee ministers af te treden en Kok wenste hun voor te zijn, òf het is sinds 10 april duidelijk geworden dat Nederland een veel zwaardere verantwoordelijkheid draagt dan eerst werd aangenomen.

Mr. A.P. van Walsum was in 1999 permanent vertegenwoordiger bij de VN.