Zoveelste stap in opmars van rechtsbuiten

De verkiezingsuitslag in Frankrijk kan ook worden gezien als uiting van rechts-populistisch ongenoegen zoals dat breder in Europa bestaat.

De triomf van Jean-Marie Le Pen in de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen is in de eerste plaats een succes voor extreem-rechts in Frankrijk zelf. Maar zij kan ook gezien worden als de zoveelste uiting van rechts-populistisch ongenoegen in West-Europa tegen de gevestigde politieke partijen.

De ontreddering bij met name de sociaal-democraten is groot. En dat is niet zonder reden, want zij zijn het vooral die de electorale opdoffers incasseren. Le Pen zorgde ervoor dat de socialisten voor het eerst sinds 1969 niet zijn vertegenwoordigd in de eindstrijd om het Franse presidentschap. Ter verklaring van hun echec voerden prominente Franse socialisten als de verslagen Lionel Jospin en zijn minister van Onderwijs, Jacques Lang, routineus enkele vertrouwde argumenten aan. De nederlaag was het gevolg van ,,de demagogie van rechts'' en ,,de versnippering van links''.

Daar zit iets in, maar het is niet het hele verhaal. Daarvoor is het patroon in de opmars van rechtsbuiten in Europa te opvallend. Die tekende zich in nationale verkiezingen twee jaar geleden voor het eerst af in Oostenrijk. Vorig jaar plantte hij zich via Italië, Noorwegen en Denemarken voort, en dit jaar tekent hij zich ook af in Portugal en Frankrijk. Tussendoor waren er nog successen bij lokale verkiezingen in België, Duitsland, Portugal en Nederland.

,,Door heel Europa is extreem-rechts in hoog tempo een kankergezwel aan het worden in ons politieke systeem'', aldus de leider van de Britse Labourpartij in het Europees Parlement, Simon Murphy, tegen het persbureau Reuters. Met dit jaar nog nationale verkiezingen in Nederland, Ierland, Frankrijk, Zweden en Duitsland voor de boeg, is het niet gewaagd te voorspellen dat nog meer uitzaaiingen zullen volgen.

Le Pen zelf beschouwt zijn succes van gisteren niet alleen als bewijs voor het falen van de peilinginstituten, die hem stelselmatig te laag inschatten. Voor hem is het bereiken van de tweede en beslissende ronde van de presidentsverkiezingen ook een uitdrukking van ,,de incompetentie van de politieke kliek te Parijs''. Dat is een gemakkelijke zondebok voor de leider van een partij die zo ongeveer tegen alles is wat de Franse regering de afgelopen jaren voorstond. Als weinig anderen beschikt de bejaarde Le Pen over ,,het talent om het antipolitieke sentiment te politiseren'', analyseerde de Franse FN-watcher en directeur van het Studiecentrum voor de Franse politiek (Cevipof), Pascal Perrineau, eerder. Waar het betrekkelijk goed ging met Frankrijk, zoals op financieel en economisch terrein, was `Parijs' er de oorzaak van dat het niet nog beter ging. En waar het minder goed ging, zoals bij onderwijs of immigratie, was `Parijs' hoe dan ook de gebeten hond.

Daarbij komt dat de gevestigde partijen het Le Pen ook niet al te moeilijk maakten. In hun streven naar consensus, mede gedicteerd door de cohabitation tussen een centrum-rechtse president en een centrum-linkse regering, deden zij hun best zich te verdringen in het midden van de kiezersmarkt. De flanken die daardoor vrijkwamen, zowel ter rechter- als ter linkerzijde, konden naar hartelust worden bespeeld, zoals elders in Europa ook gebeurt.

Op twee thema's heeft Le Pen zich met zijn Front National in de afgelopen campagne in het bijzonder geprofileerd: binnenlandse veiligheid, inclusief immigratie, en Europa. Niet dat Chirac en Jospin op die terreinen zulke spectaculaire steken hebben laten vallen, maar Le Pen wist ze volgens Perrineau uitstekend uit te buiten als kristallisatiepunt voor breder levend ongenoegen over resultaten van het politieke bestel. ,,Dit succes weerspiegelt de aanzienlijke kloof tussen de Franse werkelijkheid en de schijnbare democratie'', zei Le Pens vertrouweling Carl Lang gisteravond.

Daar ligt ook een parallel met andere Europese landen waar de `systeemverlaters' de gevestigde politieke partijen de rug toekeerden en protestpartijen van rechtse signatuur een nieuw leven inbliezen – zie ook het succes van Lijst Pim Fortuyn. Het traditionele morele appèl – `je kunt het toch niet maken om op zo'n partij te stemmen' – blijkt al langer uitgewerkt, al worden de peilers er kennelijk nog steeds door verrast.

De ironie wil dat Frankrijk twee jaar geleden, samen met België, het voortouw nam in een Europese diplomatieke boycot van Oostenrijk, nadat in Wenen een coalitie van centrum- en extreem-rechts aan de macht was gekomen. De affaire liep uiteindelijk met een sisser af. Nadat extreem-rechts vorig jaar in Italië in de regering-Berlusconi werd opgenomen, was van officiële bezorgdheid in Parijs en Brussel niets meer te horen. Na hun eigen `zwarte zondag' zullen de voorlieden van de traditionele partijen in Frankrijk het wel helemaal uit hun hoofd laten de waarschuwende vinger voor ontwikkelingen in het buitenland te heffen. Nu hun eigen `politieke correctheid' zo hardhandig is afgestraft hebben ze de handen vol aan het herdefiniëren van hun campagnes met het oog op de parlementsverkiezingen van 9 en 16 juni. Want ook als Chirac de tweede ronde overtuigend van Le Pen wint, is het antwoord op diens succes van gisteren nog niet gevonden.