Staatssecretaris in de problemen

Geld voor een technicus is er niet, zegt de performer. Of iemand uit het publiek dan maar de telefoon wil bedienen. Een dame meldt zich aan en beiden repeteren: zodra hij knipoogt moet zij de knop indrukken.

Deze bittere grap over de armzaligheid van het gesubisidieerde toneel zet de toon in de voorstelling Staatssecretaris Sonate en maker René Eljon wijst meteen de schuldige aan. Niet dat hij Rick van der Ploeg met naam en toenaam noemt. Maar aan de staatssecretaris van cultuur is zijn solo wel gewijd en zijn boosheid valt samen met de woede van zijn personage. Want op de momenten dat René Eljon niet uit zijn rol stapt, speelt hij de politicus die voor meer marktwerking in de cultuurbranche pleit.

Uit wraak bezorgt Eljon zijn staatssecretaris eveneens een hoop problemen. De man zit vast. In een politiecel in Wieringerwerf, na een beschonken nacht. Hij wacht op borg van `Wim', maar die maakt met het redden geen haast. Vertwijfeld probeert de delinquent zich te herinneren wat er gebeurd is. Die nacht en überhaupt.

Zijn gedachten gaan terug tot en met de Montessorikleuterschool, waar men ontdekte dat hij kleurenblind was. Ze verwijlen bij zijn moeder, die hem tot ukelele-les dwong. Ze keren steeds terug naar Wim, die hem ook al tot iets dwong, en wel tot het beheren van de vermaledeide portefeuille Cultuur.

Als Eljon íets duidelijk maakt over Rick van der Ploeg, dan is het wel dat die zijn job haat. Inclusief zijn eigen stokpaardjes. Meer toneel voor allochtonen? Achterhaald idee, smaalt Eljons staatssecretaris: reeds de oude Grieken maakten allochtonentoneel want hun Trojanen waren niets anders dan Turken. Meer toneel voor de jeugd? Ridicuul: ,,Foetustoneel, dát heeft de toekomst!''

De kankerende cultuurpessimist die Eljon neerzet lijkt zo weggelopen uit een drama van Thomas Bernhard. Net als de kwaaie satiricus uit Oostenrijk bedient zijn collega uit Holland zich graag van pregnante neologismen, drammerige staccato's en hamerende herhalingen. Maar terwijl de haat van Bernhards figuren altijd tevens liefde is, wordt de walging van Eljons personage uitsluitend gevoed door zichzelf. Helemaal niets heeft deze regent met kunst en zijn passie komt niet voort uit bevlogenheid maar uit gekrenkte trots. Een eervollere taak had hem toe moeten vallen; hij is te goed voor dit werk. Die kunstverachting deelt de staatssecretaris met sommige vakbroeders van René Eljon. In een bijtend lied hekelt hij hun ongeïnspireerde aandacht voor zoiets triviaals op het toneel als mooie schoenen.

Ook Eljon draagt mooie schoenen. Maar boven het gladde leer grijnst een verfrommelde kop, geloogd door vele zorgen. Erg succesvol is René Eljon nooit geweest. Zijn voorstelling Briefopbrengers ging over theatermensen als hij: veelbelovend maar niet meer jong en al blij met kleine rolletjes. En in De vaders schopte hij tegen de groten aan, de Gerardjan Rijndersen en Jan Joris Lamersen en al die gangmakers. Gekrenkte trots? Jazeker. Maar dan wel, anders dan bij het onderwerp van zijn nieuwe productie, gecombineerd met hart voor de zaak. René Eljon geeft zich voor de volle tweehonderd procent. Hij rent naar de apparatuur, hij praat zijn longen uit zijn lijf, hij zingt, acteert, trekt bekken. En: hij overtuigt.

Omdat hij zo gedreven is en de tekst zo geestig. Omdat de woordspelletjes net zo onstuimig over elkaar heen buitelen als de buien van de bewindsman. Omdat de vorm, vierdelig, als bij een sonate, een ode is aan kunst zonder de modieuze franje van allochtoon en jong.

Voorstelling: Staatssecretaris Sonate. Tekst en spel: René Eljon. Gezien: Bovenzaal Stadsschouwburg, Amsterdam. Daar t/m 27/4. Van 7 t/m 11/5 in Perdu, Amsterdam. Inl. 020-5237700.