Spielmacher en volksmenner

Zijn werklozen profiteurs, zoals voetballer Stefan Effenberg deze week in een gesprek met de Duitse Playboy verklaarde? Het ZDF stelde deze vraag op teletekst aan het Duitse volk. Tienduizend Duitsers grepen afgelopen weekeinde de telefoon om hun mening over de uitspraak van Duitslands beste en meest controversiële voetballer te ventileren. En wat bleek? Bijna 54 procent gaf Effenberg gelijk.

De radde tong van `Effe' houdt dezer dagen in Duitsland de gemoederen bezig. Mensen die zich aangesproken voelen door Effenberg reageren woedend. Anderen – mensen uit het bedrijfsleven en de politiek – tonen zich minder verontwaardigd en stellen dat een voetballer ook het recht heeft zijn mening te geven. Waarom zouden beroemde voetballers en sporters, net als popartiesten en filmsterren, geen politiek besef hebben? Want hoe primair dat ook is, ze spreken vaak de taal van het volk.

De uitlatingen van Effenberg kwamen in Duitsland zo hard aan dat de trainer en de manager van Bayern München het verstandig vonden de Spielmacher en Mannschaftskapitän buiten het elftal te laten dat afgelopen zaterdag de thuiswedstrijd tegen Hertha BSC moest spelen. Effenberg én Bayern werden immers bedreigd. En wanneer een voetbalclub die het volk vermaak wil bieden in opspraak is, is de keus niet moeilijk. In het volle stadion van München won Bayern zonder Effenberg met 3-0.

De villa van de familie Effenberg in München werd de laatste dagen door politie bewaakt. Toch slaagden mensen van de tv-zender Sat1 erin het domein van de Effenbergs te betreden. Toen Stefan zaterdag in zijn Opel Omega Kombi thuiskwam, zag hij zijn vrouw Martina uit haar Ferrari-Cabrio stappen, omringd door tv-mensen. Stefan liep erop af en maande de persmensen weg te gaan op straffe van een kaakslag.

Hoe komt het toch dat sportmensen in landen waar sport zoveel invloed heeft op de samenleving zichzelf niet meer kennen en zich niet meer kunnen beheersen? In Duitsland, de natie waarin niemand schuwt sport als een belangrijke drijfveer voor 's lands welbevinden te beschouwen, vliegen sportjongens die succesvol zijn in sport bij herhaling uit de bocht. Voetballers overschatten zichzelf. Mogelijk omdat ze in de media al tot nationale helden worden uitgeroepen wanneer ze een of twee doelpunten hebben gemaakt.

Neem nu Stefan Effenberg. Eens was hij een puber in een Hamburgse volkswijk die geweldig kon voetballen. Zoon van een metselaar. Om te overleven diende hij de verwensingen van zijn tegenstanders te incasseren. Hij werd uitgescholden voor `rooie'. Effe slikte alles als een man, want aan de bal was hij toch de beste. Vanzelfsprekend werd hij profvoetballer: bij Borussia Mönchengladbach, bij Fiorentina in Italië en bij Bayern. Voor het Duitse elftal wordt hij niet meer geselecteerd. Zijn gedrag is te controversieel. Zo toonde hij op het WK in 1994 tegen Zuid-Korea zijn middelvinger naar het Duitse publiek, dat hem uitjouwde nadat hij gewisseld was.

Nu is hij 33 jaar. Uitgekotst door de ene helft van de natie omdat hij wraaklustig is en nooit zijn mond houdt. Bewierookt door de andere helft omdat hij heel goed kan voetballen. Thuis, op de bank naast Martina en zijn drie kinderen, is hij een lieve man. Maar zodra hij zich bedreigd voelt, schiet hij overeind. Dan schreeuwt hij en slaat hij, zoals vorig jaar in een nachtclub, om zich heen.

Effe heeft ervoor gewerkt en geleden om zijn talent te ontplooien. Daarom is hij nu miljonair. Dat was mogelijk zijn boodschap in Playboy. Hij had het niet zo bedoeld, hij wilde eigenlijk zeggen dat hij zelf zoveel heeft moeten doen en incasseren om de beste te worden. Anderen zouden een voorbeeld aan hem moeten nemen. Hij had het niet zo moeten zeggen. Maar wat had hij dan moeten zeggen? Dat hij zijn talent van God heeft gekregen?