Messiaen

De orgelmuziek van Olivier Messiaen ademt de geheimenissen Gods. Zijn oeuvre is zo theocentrisch en diepgravend, dat het op één lijn staat met de Confessiones van Augustinus en de Institutio van Calvijn. Alleen hanteerde Messiaen de preciezere taal van de muziek.

Als Messiaen via een ingenieus systeem woorden letterlijk in noten gevangen door zijn partituren vlocht, dan sprak hij, heel treffend, van `langage communicable'. Het was de enige manier om woordentaal stand te laten houden in de gloeiende kracht van zijn muzikale betoog.

Vaker schreef Messiaen bijbelteksten als motto boven of onder zijn composities, om aan te geven welk mysterie er wordt behandeld. Hierbij koesterde hij de hoogste pretenties, zoals in de cyclus L'Ascension (1933), waar sensueel opwellende akkoorden het gebed proberen op te vangen, dat Christus bad toen Hij steeds nader steeg tot Zijn Vader in de hemel.

Messiaens muziek wekt Goddelijke suggesties, maar is ook altijd in aardse, technische termen na te rekenen. Geweldig en gedreven is de luchtverplaatsing waar de Messe de la Pentecôte (1950) op uitloopt, maar het meest verbluft is wie zich realiseert hoe hierbij een serieel soort contrapunt van 23 toonlengten zich afspeelt tegen een koor van uitbundige leeuweriken. Messiaen sprak de meest fabelachtige talen, van vogelzang tot gregoriaans, betoverd met Griekse en Hindoeïstische ritmen en gekleurd met zelf ontworpen modi.

Olivier Latry heeft al Messiaens orgelwerken opgenomen in de kerk waar hij organist is, de Nôtre Dame van Parijs. Het orgel daar is in een lange geschiedenis met elke wind van leer meegedraaid. De 39-jarige Latry laat het fraaier klinken, dan ik het - zelfs in de tijd van Latry's voorganger Pierre Cochereau - ooit heb gehoord.

Met eclatant genoegen houdt de organist zich aan de letter van de partituur, of het nu Messiaens meest mystieke hiëroglyfen betreft of het alom bekende gekwetter van dat dondersteentje de winterkoning. Gods heilige tegenwoordigheid in Les deux murailles d'eau uit het Livre du saint sacrement (1984) bruist onder Latry's handen in blijde virtuositeit overtuigender op dan bij alle andere interpreten die ik ken. Alleen in Joie et Clarté des Corps glorieux (1939) neemt de organist vrijheden die kunnen worden aangemerkt als slordigheid.

Olivier Messiaen (1908-1992), Complete Organ Works, 6 cd's (Deutsche Grammophon 471 480-2)