Ik ben een soort Zorro

Opnieuw heeft Jean-Marie Le Pen voor een spectaculaire schokgolf in de Franse politiek gezorgd. En als het aan hemzelf ligt doet hij er over veertien dagen, in de tweede ronde, nog een schepje bovenop. ,,Ik ben een soort Zorro. Zorro die van de berg afkomt om zich te wreken op Chirac'', zei hij vorige week tegen Le Figaro.

Vrijwel niemand, behalve Le Pen zelf, had er rekening mee gehouden dat hij in de eindstrijd van de presidentsverkiezingen zou komen. Maar opnieuw overtrof hij de alom heersende verwachtingen door zich nadrukkelijk te presenteren als het enige echte alternatief voor het favoriete duo Chirac/Jospin. ,,Er is nog maar een verrassing mogelijk, en die ben ik'', voorspelde Le Pen vorige week zelf.

Het is niet de eerste keer dat hij de gevestigde partijen – à bout de souffle (buiten adem), zoals hij keer op keer sneert – op hun nummer zet. Bijna twintig jaar geleden, in 1984, haalde hij vrijwel uit het niets opeens 10,94 procent van de stemmen bij verkiezingen voor het Europees Parlement. ,,Een taboe is doorbroken'', commentarieerde het dagblad Le Monde destijds. Dat sloeg op de onversneden racistische en antisemitische campagne waarmee Le Pen zich een weg naar zetels in Straatsburg had gebaand.

Zijn Front National was toen al twaalf jaar oud en in 1981 was het de partijleider niet eens gelukt om genoeg handtekeningen van regionale en lokale bestuurders in de wacht te slepen voor deelname aan de presidentsverkiezingen. Ook voor de nu lopende verkiezingsstrijd wist Le Pen zich ternauwernood te kwalificeren. Op het nippertje haalde hij met Pasen de laatste van de 500 benodigde ondertekenaars binnen. Dat was, liet hij niet na te onderstrepen, natuurlijk de schuld van president Jacques Chirac. Want die zou een anti-Le Pen-oekaze het land in hebben gestuurd, bevreesd als hij zou zijn voor concurrentie ter rechterzijde.

Van zo'n heimelijke boycot is niets gebleken, maar het gedoe erom heen leverde Le Pen wel een boel munitie en aandacht op. Het laat tegelijkertijd ook iets zien over de wijze waarop Le Pen campagne voert: brutaal, ongegeneerd en benepen. Van veroordelingen wegens ongeoorloofd taalgebruik of onoirbaar gedrag placht hij zich niet veel aan te trekken. Om de haverklap wordt hij door politieke tegenstanders die hij onheus heeft bejegend aangeklaagd. Zo moet hij zich binnenkort weer verantwoorden voor de beschuldiging dat zijn vroegere rechterhand, Bruno Mégret, zich in de huidige campagne heeft laten betalen door Jacques Chirac.

De in Morbihan in Bretagne geboren Le Pen gaat er prat op dat hij als Frans patriot heeft meegevochten in Indochina (1953) en Algerije (1957). In het kielzog van de `belastingtegenstander' Pierre Poujade haalde Le Pen in 1956 een zetel in het Franse parlement, de Assemblée Nationale. Negen jaar later werd hij campagneleider van de extreem-rechtse kandidaat Jean-Louis Tixier-Vignancour, die toen in de eerste ronde 5,2 procent van de stemmen haalde.

Nadat Le Pen in 1972 het Front National oprichtte zou het tot 1988 duren voordat bij hij presidentsverkiezingen van zich zou doen spreken: tegen gekleurde immigranten en tegen Europa waren toen al zijn voornaamste thema's, al wist hij er in de loop der jaren nog heel wat anti's aan toe te voegen. Het leverde hem, een jaar na een veroordeling wegens bagatellisering van de holocaust (,,Een detail uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog'', aldus Le Pen), 14,4 procent van de stemmen op. Zeven jaar later, in 1995, bedroeg zijn score 15,1 procent. Daarmee bleef hij nog vierde, achter Chirac, Jospin en Balladur.

Gisteren reikte hij opnieuw hoger, ruim 17 procent. Voor de tweede ronde sprak hij zijn kiezers alvast bemoedigend toe. ,,Wees niet bang om te dromen, jullie kleine luiden, het voetvolk, de uitgeslotenen, de mijnwerkers, de staalwerkers, werknemers van al die bedrijven die zijn geruïneerd door de euro-globalisering van Maastricht.''