Hongaren wijzen extremisten af

Hongarije wacht na de verkiezingen een links-liberale regering, een sterke rechtse oppositie en een parlement zonder extremisten – een parlement ook dat weer volop meedoet.

Hongarije haalt vandaag opgelucht adem. De keiharde verkiezingsstrijd is voorbij. Niemand heeft zijn gezicht verloren. Het links-liberale blok mag gaan regeren, maar de conservatieve burgerpartij van premier Orbán haalde een historisch aantal stemmen.

Premier Orbán zette gisteravond meteen de toon door ruiterlijk zijn verlies te accepteren: ,,Als een waardige burgerlijke partij wensen wij de winnaars geluk en buigen we het hoofd voor de wil van de kiezers.'' Orbán droeg zijn massale, veelal jonge aanhang op genoegen te nemen met een rol in de oppositie. ,,We hebben de slag verloren maar onze zaak staat overeind!''

Aan het andere eind van de stad, op het hoofdkwartier van de socialisten, sprak kandidaat-premier Péter Medgyessy eveneens verzoenende woorden: ,,Wij willen sociale rust. Politiek hoort niet thuis in gezinnen en op scholen''.

En daarmee kwam een betrekkelijk abrupt einde aan weken van politieke hoogspanning in het land. De voor Hongarije ongekend hoge opkomst van ruim 73 procent betekent dat vrijwel iedereen zich betrokken voelde.

Grote overwinnaar is in de eerste plaats het Hongaarse parlement. Daar komen slechts drie partijen terug: de conservatieve Fidesz-MPP, de socialistische MSzP en de liberale SzDSz. Extreem-rechts en extreem-links hebben het niet gehaald. Het parlement zal voortaan verschoond blijven van de ellenlange tirades van de extreem-nationalistische MIÉP, de Partij voor Rechtvaardigheid en Leven. De kleine liberale partij SzDSz speelt met twintig zetels een sleutelrol.

Binnen de nieuwe krachtsverhoudingen kan de Fidesz-MPP van Viktor Orbán krachtig oppositie gaan voeren en het parlement weer terug brengen op het politieke toneel. Ironische genoeg heeft het Hongaarse parlement tijdens de afgelopen regeringsperiode van deze zelfde Orbán aanzienlijk aan invloed ingeboet. Het parlement kwam slechts éénmaal in de drie weken bijeen en een groot aantal beleidszaken werd buiten het parlement om beslist.

Péter Medgyessy zal naar verwachting nog deze week de opdracht krijgen een nieuwe regering te vormen. De socialisten hebben de coalitieafspraken met de liberale SzDSz al rond. De twee partijen regeerden samen eerder tussen 1994 en 1998.

Medgyessy is een partijloze financiële expert. Hij heeft een communistisch verleden en zat o.a. in het Centraal Comité van de communistische partij. Later werd hij bankier. Tussen 1996 en 1998 was hij minister van Financiën. Hij slaagde er toen in om de inflatie onder controle te krijgen en de basis te leggen voor een nieuw pensioensysteem. De zege van de socialisten in de eerste ronde van de verkiezingen leidde al tot een opleving van de beurs van Boedapest.

De socialisten hebben in hun campagne beloofd het beleid van de regering Orbán niet terug te draaien, maar het wel tegen het licht te houden. De last minute aanbesteding van de bouw van autowegen en de privatisering van staatsboerderijen zal juridisch onderzocht worden. Medgyessy heeft een honderd-dagen-plan gepresenteerd: het parlement komt weer wekelijks bijeen; het Nationale Imago Bureau dat de afgelopen vier jaar grote nationale vieringen organiseerde – en daarbij veel geld uitgaf – zal worden gesloten; onderhandelingen met de EU over de aankoop van land door buitenlanders worden heropend; het pachtrecht van land wordt in ere hersteld; en er komen nieuwe afspraken met Roemenië over het openen van de arbeidsmarkt voor Roemeense werknemers.