Geld op de weg

Er is wel eens vaker een geldwagen overvallen. Maar zo listig als dat tien dagen geleden in Breda gebeurde, had de politie nog niet vaak meegemaakt.

Om acht uur 's avonds zat Toon Stolwerk televisie te kijken, toen hij op de oprit van rijksweg A27 richting Utrecht, pal naast zijn villa, een klap hoorde. Een halve minuut later slaakten zijn kippen, pauwen en honden merkwaardige kreten. Drie auto's bleken in brand te staan. Stolwerk belde het alarmnummer. Hij zag een man uit een greppel stappen die per mobieltje iemand meedeelde dat er een overval was gepleegd maar dat iedereen ongedeerd was. Hij heeft de man nog een arm om de schouder gelegd, vertelt Stolwerk in een shovel op zijn sloopbedrijf, maar de man was naar beneden gehold waar inmiddels politie stond. Daarna is de sloper de vlammen gaan filmen.

Omwonenden vragen zich nieuwsgierig af wat zich heeft afgespeeld. Een reconstructie wijst uit dat een geldwagen van Brink's halverwege de oprit is klemgereden door een witte Volvo met blauw zwaailicht die vanuit tegengestelde richting aan kwam rijden. De chauffeurs hebben gedacht dat het politie was, totdat zij vier mannen met bivakmutsen op en voorzien van grote vuurwapens op zich af zagen komen. Ze verlieten de cabine, gaven de sleutels af en gingen op de grond liggen. Ze hebben gekozen voor hun leven, stelt de politie. De overvallers laadden snel cassettes in een vluchtauto en staken de gestolen Volvo en de geldwagen in brand, plus een gestolen Citroën waarmee het transport van achteren was klemgereden.

Algemeen directeur Joop van Werkhoven van Brink's Nederland spreekt van een verschrikkelijke gebeurtenis. Ten eerste voor de betrokkenen. Ten tweede omdat elke geslaagde overval naar meer smaakt. Dat moet Brink's niet hebben. Er bestaat een theorie, zegt Van Werkhoven, volgens welke het aantal overvallen op geldtransporten stijgt naarmate er meer drugs in beslag worden genomen. Deze theorie hangt hij aan. Wel vraagt de directeur zich af waarom de chauffeur niet is doorgereden. Geldrijders zijn uit principe niet bewapend, maar de instructies luiden dat ze nooit de cabine mogen verlaten. Deze is bepantserd met glas waar zelfs een kalasnikov niet doorheen komt. Een andere instructie is dat ze nooit mogen stoppen, ook al blokkeert een andere auto de doorgang. Verder is de vraag hoe de overvallers zo snel geldcassettes weg konden grissen uit kluizen met tijdvertragers.

De oprit is weer vrij. Het asfalt is vernieuwd. In de berm liggen geblakerde blikjes bier, een kapotte buitenspiegel en twee schoenen. De grond en de bomen ruiken naar brand. Sloper Stolwerk ging na een slapeloze nacht weer aan het werk. Hij zal er geen trauma aan overhouden. Zo schrikachtig is hij niet, zegt hij, hij weet dat men in nood het hoofd koel moet houden, daarvoor heeft hij in zijn leven al genoeg schoorstenen opgeblazen.