Frankrijk in ontreddering

De eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen veranderde gisteren met de opmars van Le Pen abrupt het politieke landschap. De uitslag staat bol van records en paradoxen. De Fransen zijn verdeeld over de oorzaken.

,,Du jamais vu'' nog nooit vertoond. De eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 2002, waarvoor de Fransen tot gisteravond nauwelijks belangstelling aan de dag legden, laat het land in een staat van ontreddering achter.

Niemand, op de hoopvol gestemde extreem-rechtse overwinnaar Jean-Marie Le Pen na, had er zelfs maar in de verste verte rekening mee gehouden dat de tweede ronde een strijd zou worden tussen rechts, van president Jacques Chirac, en Le Pens extreem-rechts. Bijna ongemerkt kon deze eerste ronde geschiedenis schrijven, met records en nooit eerder vertoonde resultaten.

Voor het eerst in de geschiedenis van de door generaal Charles de Gaulle gestichte Vijfde Republiek bereikt een extreem-rechtse kandidaat de tweede ronde. Nog nooit boekte een zittende president, met 19,5 procent, een zo slecht resultaat. Niet eerder was de opkomst, met nauwelijks 73 procent, voor de eerste ronde van presidentsverkiezingen, `de koningin der verkiezingen' in Frankrijk, zo laag.

Nog nooit deden er zoveel kandidaten, zestien in totaal, mee. Nooit scoorde de PCF, de eens zo machtige communistische partij, zo laag (3,4 procent). Niet eerder haalde extreem-links, met drie trotskistische splintergroeperingen, zoveel stemmen binnen (rond de 11 procent). Voor de tweede keer net als in 1969, toen twee centrum-rechtse kandidaten uit de bus rolden doet er geen socialist mee in de tweede ronde.

De electorale storm die het politieke landschap van Frankrijk van de ene dag op de andere een totaal ander aanzien heeft gegeven, heeft niet alleen records gebroken. Er zijn ook paradoxen blootgelegd.

De strijd gaat verder tussen rechts en extreem-rechts, maar verzameld links, inclusief extreem-links, deed het met 43,5 procent van de stemmen beter dan in 1995, toen Chirac en de socialist Jospin de tweede ronde haalden.

Verzameld extreem-rechts boekte juist een lager resultaat dan in 1995. Daartegenover staat dat Jospins regerend `meervoudig links', bestaande uit socialisten, communisten, Groenen en links-radicalen, na vijf jaar regeren en een even zo lange periode van ongekende economische voorspoed, is gedecimeerd van 39 naar 27 procent.

Hoewel de omwenteling die deze eerste ronde teweegbrengt door niemand is voorspeld, trekt iedereen dezelfde conclusie. Het volslagen onverwachte heeft waarheid kunnen worden door een lage opkomst in combinatie met de versnippering van vooral links.

Maar daar stopt de eensgezindheid. Over de oorzaken van de fatale combinatie lopen de meningen uiteen. De socialisten wijzen op de lancering door president Jacques Chirac van veiligheid tot hoofdthema van de campagne en op de onafgebroken kritiek van extreem-links op de regeringscoalitie.

Extreem-links geeft de schuld aan Jospin die een te rechtse koers zou hebben gevaren. Jacques Chirac, die volgens de peilingen nu zeker is van zijn overwinning in de tweede ronde, wijt de opkomst van extreem-rechts aan het gebrek aan maatregelen van de regering-Jospin tegen de onveiligheid.

HOOFDARTIKEL: pagina 7