Ariodante swingt met showballet en petticoats

Er wordt gedanst, gevochten, gemoord en geminnekoosd, maar het zijn vooral muzikale redenen die maken dat Ariodante van G.F. Händel geldt als een van diens krachtigste opera's. Als laatste nieuwe productie van het seizoen brengt de Reisopera het werk deze maand naar tien steden, daarna wordt het seizoen afgesloten met een reprise van Beethovens Fidelio onder Jaap van Zweden.

Het libretto van Ariodante verpakt het thema 'dubbelbedrog' zeldzaam effectief, en des te merkwaardiger is het dus dat Ariodante in Nederland niet eerder scenisch te zien was. Recitatieven vallen weg tegen een parade aan meeslepende aria's, zoals de hele opera feitelijk draait om kleine misverstanden met grote emotionele gevolgen. Juist die vorm maakt Ariodante tot een lastige opera om te regisseren, waarbij véél creativiteit is vereist om de balletten en de vele da capo-aria's aansprekend vorm te geven.

Het jonge regisseursduo Tobias Hoheisel en Imogen Kogge is erin geslaagd van Ariodante een zeer onderhoudende voorstelling te maken, waarin humor - soms platte gein - en beeldpoëzie elkaar op een vanzelfsprekende manier afwisselen. Een strak witte kamer (paleis) met draaispiegel en twee vier meter hoge groene heggen (paleistuin) doen dienst als de simpele basisdecors. Daar strijden de in fraaie jaren vijftig kostuums gestoken edelen om liefde en eer in aria's die nu eens sober, dan weer als glitteract zijn aangekleed. Volgspot, discobol, showballet, zuurstokjurkjes, en 'camp' overbelichting - er wordt geen middel geschuwd om te verduidelijken dat er eigenlijk geen wezenlijk verschil bestaat tussen de barokke opera-aria en een swingend musicalnummer van Fred Astaire.

Opmerkelijk is de karaktertekening van de monsterlijke intrigant Polinesso - een vooral theatraal onvergetelijke rol van de Poolse countertenor Arthur Stefanowicz. Met zijn obsceen zuigen aan marsepein, de likken nivea op het gezicht en zijn floretten in een golfkarretje is Polinesso de prototypische 'foute man'; levensgevaarlijk, sluw en ijdel, dus voor vrouwen woest aantrekkelijk. Treffend is ook zijn bewonderaarster Dalinda, die uiteindelijk toch maar trouwt met de brave Lurcanio - een prima rol van de jonge bariton Corby Welch. Johannette Zomer is als Dalinda goed gecast, en in haar aria Il primo ardor geeft zij vingerknippend en vocaal klokkend nieuwe betekenis aan de sleetse woordgrap 'barock 'n roll'.

Het jeugdige Esterhazy Orkest realiseert onder Michael Hofstetter weliswaar contrastrijk, maar vaak hinderlijk slordig samenspel, wat niet wegneemt dat deze productie van Ariodante vooral feestelijkheid uitstraalt. Doorslaggevend is daarbij naast de speelse regie de invulling van de twee hoofdrollen door alt Alice Coote (Ariodante) en sopraan Elzbieta Szmytka. Reisopera-debutante Coote geeft de mannelijke titelrol met overrompelende stemkracht en heroïek gestalte in, bijvoorbeeld, het prachtduet Prendi, prendi en de tranentrekkende aria Scherza infida. Zowel in stem als gebaren, maakt zij van Ariodante een kwetsbare, sympathieke held, wiens liefde voor de prachtige Ginevra van Szmytka navoelbaar is. Szmytka overtuigt in haar waanszinsscènes met sensititief zingen, en is begrijpelijkerwijs een favoriete soliste bij de Reisopera.

Voorafgaand aan de voorstelling, presenteerde de Reisopera ook de programmering van het nieuwe seizoen. Johannette Zomer keert terug in Platee van Rameau en Mozarts Idomeneo. In Puccini's Tosca maakt Miranda van Kralingen haar Nederlands roldebuut in de titelrol. Duits romantisch repertoire is er in de vorm van Von Webers Der Freischütz o.l.v. Ed Spanjaard. Daarnaast zijn er Nederlandse premières van Henzes kinderopera Pollicino (1980) en Michael Tippetts King Priam (1961) onder leiding van Micha Hamel.

Voorstelling: Ariodante van G.F. Händel door de Nationale Reisopera, Esterhazy Orkest o.l.v. Michael Hofstetter. Regie: Tobias Hoheisel en Imogen Kogge. Decor en kostuums: Tobias Hoheisel. Gezien: 20/4 Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee t/m 16/5. Info: 053-4878500 of www.reisopera.nl