Waarheidsvinding

De nieuwe lerarenopleidingen, kortweg de nlo's, waren indertijd opgericht om leraren op te leiden voor het voortgezet onderwijs. Niet de eerstegraads leraren; dat bleef een zaak voor de universiteiten.

De nieuwe leraren zouden twee bevoegdheden verwerven. De studieduur bedroeg 4 jaar, waarvan één jaar was bestemd voor de onderwijskundige voorbereiding, zoals colleges didactiek en stages. Resteerden 2 jaar voor de tweedegraads en 1 jaar voor de derdegraads bevoegdheid.

Velen hadden hun twijfels over deze opzet. Havo en dan in zo korte tijd leraar Frans èn aardrijkskunde. Kon dat wel? Waarom ook was dat onderwijskundig jaar verplicht? Waarom mocht je met havo niet gewoon geschiedenis gaan studeren aan een nlo en dan eventueel je studie voortzetten aan de universiteit waar je toch ook niet verplicht leraar hoefde te worden? Of twee vakken studeren, bijvoorbeeld Frans en Engels, om daarna te gaan werken als vertaler? Nee, dat mocht allemaal niet, en niemand begreep waarom. Veel onvrede dus onder studenten die zich een jaar lang moesten voorbereiden op een beroep waarvan velen op voorhand wisten dat ze dat nooit zouden uitoefenen. Onvrede ook onder de scholen die werden opgezadeld met slecht opgeleide leraren.

Er zou een onderzoek komen naar het functioneren van de nlo's. Toenmalig minister Van Kemenade moest dat laten doen omdat de Kamer daarop had aangedrongen. Drie onderzoeksinstituten gingen dat onderzoek uitvoeren en aan mij de taak om dat te coördineren. Wij, de onderzoekers, en vertegenwoordigers van de samenwerkende instellingen kwamen bijeen om te praten over de aanpak. De minister, kregen we te horen, heeft besloten dat het onderwijskundig jaar en het verplichte twee vakkensysteem niet in het onderzoek mogen worden betrokken. Het moest een beperkt, cijfermatig, inventariserend onderzoek worden. Dat hield in dat het voorbij zou gaan aan de problemen waar we op voorhand van wisten dat die speelden. Besloten werd dat we het onderzoek alleen zouden doen als we na het verzamelen van cijfers konden nagaan wat de achtergrond daarvan was. Zo kwam je alsnog terecht bij de alom bekende knelpunten. Ook moest het onderzoeksrapport openbaar worden, vonden we. Gewapend met deze onderlinge afspraken volgde een gesprek met de minister. Die wilde van onze voorwaarden absoluut niet weten.

De volgende bijeenkomst bespraken we de resultaten van het overleg. Mij leek de zaak duidelijk. De minister wilde dat onderzoek helemaal niet, hij wilde niet dat eventuele knelpunten bekend werden, wij dienden alleen maar ter legitimering. Wij waren een noodzakelijk kwaad hem door de Kamer opgedrongen. Het onderzoek gaat dus niet door, meende ik. Nou, dat had ik verkeerd gezien. Arbeidsplaatsen bleken belangrijker dan principes en afspraken.

Ik koos ervoor op zoek te gaan naar een andere baas. Dat werd een nlo. Daar mocht ik aan den lijve ondervinden hoezeer studenten zich ongelukkig voelden met de door de minister gekoesterde beperkingen, die, onzinnig als ze altijd geweest zijn, inmiddels ook al lang weer zijn afgeschaft.

Het begrip waarheidsvinding was nog niet uitgevonden, maar duidelijk was toen al dat Van Kemenade daar weinig mee ophad. Door de politiek afgedwongen onderzoek is niet bedoeld om de waarheid te vinden, maar om het handelen van bestuurders te legitimeren. Of het nou gaat om joodse tegoeden, of om de aansturing van militairen. Je weet waar je naar toe wilt en daar ga je ook naar toe. Als er kritiek komt dan blaf je van je af. Het resultaat is dat je alom wordt geprezen als een bekwaam bestuurder.