Voor iedere bakker een apotheek

De gezondheidszorg in Frankrijk is beter dan waar ook ter wereld. Toch loopt het niveau van de zorg per regio flink uiteen. Het protest zwelt aan.

Van een Franse huisarts zul je het niet horen. ,,Neem een aspirientje en maak een nieuwe afspraak als u over een week nog pijn heeft.'' Fransen in Nederland worden door het Nederlandse calvinisme – niet zeuren, morgen voelt u zich vast beter – tot wanhoop gedreven. In Frankrijk loop je steevast met een stapeltje recepten de deur uit.

Ooit bezocht ik een medisch centrum wegens ondefinieerbare buikklachten. Eerst moesten de onvermijdelijke formulieren worden ingevuld. Daarna werd bloed afgenomen: standaardprocedure. Vervolgens werd ik naar een verpleegster doorverwezen om urine in te leveren: standaardprocedure. Protesteren was zinloos. Na veel geklop en gewrijf zei de dienstdoende arts dat hij niets alarmerends kon ontdekken.

Hij schreef een recept uit voor medicijnen die krampen verhielpen, maar gaf meteen toe dat het misschien helemaal geen krampen waren. ,,U doet er verstandig aan. Baat het niet, dan schaadt het niet.'' Tenslotte werd ik doorverwezen naar een pinnige dame voor een echoscopie. De arts stond erop dat ik na een week terugkwam. Het was nog een opluchting dat hij geen antibiotica voorschreef. Zere keel? Jeuk? Een nare hoest? Antibiotica zijn voor Fransen wat paracetamol voor Nederlanders is.

Fransen zijn trots op hun gezondheidszorg. Het is het beste systeem ter wereld, zeggen ze graag. Dat is geen arrogantie of zelfingenomenheid, de Wereldgezondheidsorganisatie heeft het bevestigd. In een vergelijkend onderzoek met bijna tweehonderd landen kwam de Franse gezondheidszorg als beste uit de bus. Nederland stond nummer 17 op de ranglijst. Gekeken werd naar onder meer de beschikbaarheid van medische zorg, de gemiddelde levensduur van de bevolking, de verdeling van zorg tussen verschillende inkomensgroepen, de kostenverdeling en de tevredenheid van de patiënten. Wie weleens in Frankrijk komt, zal het opgevallen zijn dat iedere straat bijna net zoveel apotheken als bakkers heeft. In geen enkele wijk ontbreekt een huisarts. De ziekenhuizen zijn schoon en efficiënt. En wachtlijsten, als ze al bestaan, zijn kort.

Als Fransen de zeventig niet halen, komt dat vaak doordat ze te veel roken, te veel drinken, zelfmoord plegen of zich in hun auto te pletter rijden. Maar diegenen die gezegend zijn met een goed gestel en het rustig aan doen, kunnen heel oud worden. De gemiddelde levensverwachting van de Franse vrouw behoort tot de hoogste ter wereld: ze wordt 82 jaar. De Fransman gaat acht jaar eerder dood. Tijdens dat relatief lange leven slikken ze indrukwekkende doses medicijnen. In geen enkel Europees land worden zoveel recepten uitgeschreven als in Frankrijk. In totaal wordt bijna 10 procent van het bruto nationaal product aan gezondheidszorg besteed, tegen een Europees gemiddelde van 8 procent.

Goede zorg is duur. Het Franse zorgstelsel gaat uit van een verplichte basisverzekering voor iedereen. Die basisverzekering kan aangevuld worden met een particuliere verzekering, de zogeheten mutuelle. Het systeem van Sécurité Sociale – dat uit 1945 dateert en inmiddels 113 miljard euro kost – wordt betaald door werkgevers en de overheid. De overheid bepaalt hoeveel de verzekeraars vergoeden en hoeveel premie burgers moeten betalen. Artsen zijn onafhankelijk en worden betaald per geleverde dienst. Hoe harder ze werken, des te meer ze verdienen. De patiënt kiest zelf zijn huisarts, maar kan ook op eigen initiatief naar een specialist. Voor een second opinion is geen toestemming nodig. Een patiënt kan zelfs eisen dat hij in het ziekenhuis wordt opgenomen.

Maar problemen zijn er genoeg. Het is verkiezingstijd en de vakbonden gaan de straat weer op. Vorige maand staakten artsen en verplegend personeel in ziekenhuizen uit protest tegen de werkdruk, te lage salarissen en gebrek aan waardering. Met een maandsalaris van ongeveer 3.000 euro en een tarief van 18 euro per consult verdienen Franse artsen minder dan hun Nederlandse collega's. En de tijd is voorbij dat de patiënt met de hoed in de hand de spreekkamer binnenkwam, zo klaagde de voorzitter van de artsenvakbond in Libération. ,,De huisarts is uitgerangeerd. Hij is een techneut geworden die men op een gegeven moment gewoon gebruikt, alsof je even de auto naar de garage brengt.''

De ziekenhuizen kampen met een personeelstekort. Door de numerus fixus voor de studie medicijnen dreigt een tekort aan specialisten. De maatregel werd in 1971 ingesteld om de torenhoge kosten van de gezondheidszorg te drukken. Het aantal medicijnenstudenten daalde van 8.500 per jaar naar 3.500. De overheid heeft nu bepaald dat er het komend studiejaar duizend extra studenten mogen worden toegelaten. Maar de arbeidstijdverkorting doet het effect van die toestroom waarschijnlijk weer teniet. De 35-urige werkweek heeft de schaarste versterkt. Vorig jaar rekende het ministerie van Volksgezondheid uit dat er jaarlijks ten minste 7.500 nieuwe artsen nodig zijn om het huidige systeem draaiende te houden. ,,Wat we deden toen we 25 waren – tot diep in de nacht doorwerken en bij het krieken van de dag weer opstaan – dat is niet meer vol te houden in een tijdperk waarin iedereen zijn 35 uur opeist'', zei een vrouwenarts in het tijdschrift Marie-Claire.

De vrouwenarts is typerend voor de grondigheid van de gezondheidszorg. Veel Franse vrouwen gaan regelmatig naar deze buurtarts, die er speciaal is voor uitstrijkjes, seksproblemen en advies over voorbehoedsmiddelen. `Echte' gynaecologen doen er meestal een beetje laatdunkend over. Maar de opleiding tot vrouwenarts is opgeheven en de beroepsgroep sterft langzaam uit. Daar maken Franse vrouwen zich kwaad over, net als over het dreigende tekort aan kinderartsen en verplegend personeel. Ook de hoeveelheid psychiaters neemt in recordtempo af. De geestelijke gezondheidszorg kan het toenemende aantal klachten nauwelijks bolwerken. Naar schatting lijden acht miljoen Fransen aan slapeloosheid. De gewoonte om eerder een pil te nemen dan bij een `psy' aan te kloppen verklaart volgens de Franse vereniging van geneesmiddelenfabrikanten de extreem hoge consumptie van kalmeringsmiddelen.

Verontrustend vinden onderzoekers het grote verschil in levensverwachting tussen Fransen met een lage en een hoge opleiding. Hierin steekt Frankrijk negatief af bij de rest van Europa. Fransen uit achterstandsmilieus leven gemiddeld een paar jaar korter en overlijden veel vaker als gevolg van aan alcohol gerelateerde ziekten. Een goede verklaring is nog niet gevonden.

Ook de kwaliteit van de medische zorg in de 4.000 publieke ziekenhuizen is onevenwichtig. Het niveau van de zorg blijkt per regio flink uiteen te lopen. Toch meldde een optimistische onderminister van Volksgezondheid, Bernard Kouchner, pas nog dat een kwart van de ziekenhuizen dicht zou kunnen zonder dat de kwaliteit van de gezondheidszorg wordt aangetast. Maar dat zei hij vooral om de Britten te pesten, die zulke lange wachtlijsten hebben dat ze inmiddels patiënten naar Frankrijk sturen.