Verder leven zonder adrenaline

Schaker Jeroen Piket (33) kondigde vorige week aan dat hij dit jaar niet meedoet aan het NK en ook niet beschikbaar is voor het Nederlandse team dat naar de Olympiade gaat. Nederlands beste schaker op de wereldranglijst wil zich scholen voor een toekomst naast en na het schaken.

Stoppen met schaken, dat doe je toch niet? Jeroen Piket herinnert zich nog goed hoe hij als jonge prof reageerde op het nieuws dat grootmeester Michael Stean uit Engeland had besloten om bij nader inzien toch maar zijn studie rechten te gelde te gaan maken, een beslissing waarmee de voormalige secondant van Kortsjnoi brak met de regel dat schaken een gelofte is voor het leven. ,,Er ging een schok door de schaakwereld, zo van: wat doet die nu?'', zegt Piket. ,,Ik kon het moeilijk begrijpen. Wat was dat voor iemand, die eerst ging schaken en er dan mee ophield?''

Misschien wel daarom omzeilt Piket in zijn eigen geval het woord `stoppen' nadrukkelijk. Ook al erkent hij dat hij een stap heeft gezet die, als alles volgens plan verloopt, het einde van zijn schakersloopbaan zal inluiden. Volgende week is hij nog van de partij wanneer de wereldtop zich meldt in Praag, maar daarna volgen een paar maanden rust om zich volledig te wijden aan cursussen die hem een nieuwe weg moeten wijzen. Die cursussen, waar hij verder niets over wil zeggen omdat het allemaal nog te pril is, zullen een groot deel van zijn tijd blijven opeisen. Komend seizoen komt hij wel nog uit in de teamcompetities in Nederland, Duitsland en Frankrijk, maar grote toernooien die een wekenlange voorbereiding vragen, staan op het moment niet in zijn planning.

Pikets besluit komt voor zijn naaste omgeving niet uit de lucht vallen. Mede aangemoedigd door complimenten van niet-schakers dat hij met zijn algemene intelligentie en sociale vaardigheden ook elders aan de slag zou kunnen, speelde hij al een paar jaar met de gedachte. Die opmerkingen aan de zijlijn zijn goed te begrijpen. Binnen het vaak monomane en eigengereide wereldje van het topschaak moet Piket voor heel wat organisatoren een verademing zijn. Zoveel schakers komen ze nou ook weer niet tegen die naast een fraaie staat van dienst beschikken over een spits gevoel voor humor en een genereus begrip voor de belangen van de sponsor.

Zelf vindt hij het niet meer dan logisch dat hij de stap nu maakt. ,,Ik ben 33 en heb er vijftien jaar als prof op zitten. Ik zou in de top van Nederland en de subtop van de wereld nog heel goed vijf of tien jaar mee kunnen, maar als je dan nog iets anders wil, zou het weleens te laat kunnen zijn. Het zijn keuzes die je in je leven maakt. Als je kijkt naar Kortsjnoi, Timman of Van der Wiel, zij hebben die keuze nooit gemaakt of misschien nooit overwogen. Zij zijn van verschillende generaties en van verschillende niveaus, maar ze zijn wel zo lang doorgegaan dat er geen weg terug is. Waarschijnlijk wilden ze ook niets anders. Maar ik zit in een luxe situatie dat ik het me kan permitteren om om me heen te kijken of ik nog wat anders kan doen zonder dat dat meteen consequenties heeft. Om te kijken of dat bevalt. Bovendien ben ik vader van een gezin met twee kinderen, waar je later ook goed voor wilt zorgen.''

Dat hij op de nieuwe wereldranglijst met een rating van 2659 punten de beste Nederlander is, ziet hij als een aangename bijkomstigheid. ,,Er komt ook trots en ijdelheid bij kijken. Ik wil wel dat mijn kinderen juist het mooie van het schaken meemaken.'' Om er met een tevreden grijnsje aan toe te voegen: ,,Laat ze maar lekker denken: papa is de beste.''

Piket komt uit een schakersgezin. Vader Joop was een sterke hoofdklasser en zijn drie jaar oudere broer Marcel schopte het tot internationaal meester. Op zijn zevende werd hij lid van LSG in Leiden en begon hij zijn eerste wedstrijden te winnen. Eerst in de regio en spoedig op landelijk niveau. Zes keer werd hij jeugdkampioen van Nederland, de laatste keer, in de categorie tot twintig jaar, toen hij vijftien was. Op die leeftijd speelde hij ook voor het eerst in Wijk aan Zee, in de B-groep. ,,Dat was een geweldige ervaring, want je zat pal naast de hoofdgroep met al die bekende grootmeesters. Toen ik daarna terug moest naar school was ik wel verkocht.''

Zijn school maakte hij dan ook niet af, want er bestond geen twijfel meer over dat hij profschaker wilde zijn. De jaren die volgden ziet hij tevreden terugblikkend als een mooi afgeronde periode. ,,Op de eerste Olympiade waar ik aan meedeed, in 1988, was ik topscorer van het team en wonnen we brons. Op het EK vorig najaar haalde het team goud en won ik zelf weer een persoonlijke medaille. Daar tussenin zaten vier Nederlandse kampioenschappen, veel toernooioverwinningen en een aantal bijzondere uitschieters.''

Zijn beste herinneringen zijn snel opgehaald. Eerste in Dortmund in 1994 voor Karpov en Kortsjnoi, eerste in Tilburg in 1996, een gelijkspel in een match tegen Karpov in 1999, een overwinning op Kasparov in Amsterdam in 1994 en opnieuw winst tegen Kasparov in de finale van het eerste Internettoernooi in 2000. Als smet noemt hij dat hij zowel in 1991 als in 1997 verzuimde de hoofdprijs te pakken in het Hoogovenstoernooi.

Ondanks die successen bereikte Piket nooit de landelijke bekendheid van Jan Timman of Loek van Wely. Vraag een willekeurige passant wie momenteel de beste Nederlandse schaker is en de kans is klein dat de naam Piket valt. ,,Dat is iets wat je wel beseft als je nu terugkijkt. Dat had ik misschien anders moeten aanpakken. Ik kan me nog herinneren dat er gesproken werd over het eerste bord voor de Olympiade in Moskou. Ik had Dortmund gewonnen, twee of drie punten boven Timman, ik was Nederlands kampioen en ik had de hoogste rating. Toen zei ik tegen Jan: `ga maar zitten, mij maakt het niets uit'. Een jaar later verloor ik een match tegen Timman met 6-4. Het eerste wat Kortsjnoi toen zei was: `dan had je hem maar niet aan bord 1 moeten laten zitten'. En ik begreep niet waar hij het over had. Ik ging ervan uit dat ik Timman vroeg of laat toch wel voorbij zou gaan. Het is ook een deel van mijn karakter. Ik heb ervan geleerd dat erkenning niet automatisch komt en dat je soms op je strepen moet gaan staan.''

Piket geeft grif toe dat zijn directe rivalen hun eigen belangen beter behartigen: ,,Zeker, Jan is precies het tegenovergestelde. Als er nu over het Olympiadeteam wordt gesproken, ziet hij het nog steeds als een discussiepunt, terwijl het nu toch wel vrij duidelijk is dat hij niet meer nummer één is. Tenminste, niet in mijn ogen.''

Maar ook Van Wely aarzelde geen moment om het eerste bord op te eisen toen hij een paar jaar geleden voor het eerst de hoogste rating had. ,,Ja, dat is zijn stijl en dat heeft hem ook geholpen. Nu draait hij weer een beetje bij, omdat hij een mindere periode heeft. Ik denk dat hij inmiddels wel begrijpt waarom hij drie of vier jaar geleden door ons werd uitgelachen als hij beweerde dat hij de beste Nederlander was. Nu begint hij tegen mij ook te klagen over de jonge jochies die een gebrek aan respect hebben. Dan vraag ik hem wel van wie ze dat toch geleerd zullen hebben.''

Piket vertelt het allemaal vlot, maar vindt het een vervelend onderwerp. Hij voelt geen enkele behoefte klagerig te doen of zich af te zetten tegen Timman of Van Wely, voor wie hij alle respect heeft. Belangrijker dan wat mensen over hem schrijven, vindt hij de erkenning van collega's. Zoals die van Kramnik, die hem twee keer na een toernooi toevertrouwde dat hij vond dat Piket het beste spel had laten zien. Pas na enig aandringen geeft hij toe dat het hem ook heeft gestoken dat zijn prestaties in de pers vaak onderbelicht bleven. ,,De hoop op objectiviteit heb ik niet meer. Natuurlijk mag je Jan of Loek aardiger vinden, maar je moet je eigen voorkeur wel binnen de perken houden.''

Als het dan moet wil hij wel voorbeelden geven. ,,Nadat ik in het VSB-toernooi van Kasparov had gewonnen, vroeg een journalist me wat de uitslag was. Dat vond ik op dat moment een redelijk aparte vraag. Of neem de blijdschap bij een deel van de pers toen ik in 1997 in Wijk aan Zee in de laatste ronde de overwinning liet lopen, nadat ik twaalf ronden aan kop had gestaan. Daar trek je wel je conclusies uit.''

Het zijn grieven die hij voor een keer wel wil uitspreken. Maar liever benadrukt hij zich bevoorrecht te voelen om alles wat hij dankzij het schaken heeft meegemaakt. ,,Ik heb niets te klagen en ik kan alleen maar enorm tevreden zijn. Het talent was er, het is me altijd makkelijk afgegaan en ik heb alle kansen gehad. Ik heb met Botwinnik samengewerkt, tegen Tal gespeeld, tegen Smyslov, Larsen, met Kortsjnoi getraind. Wat dat betreft, ben ik natuurlijk heel ouderwets en hecht ik aan die schaakcultuur van de vorige eeuw. Om te beginnen had ik al het geluk dat ik in Nederland geboren werd, daarnaast het geluk van mijn talent. En ik kwam op het juiste moment de juiste mensen tegen.''

Een van die mensen was Joop van Oosterom, de schaakmecenas die Piket tien trainingsmatches liet spelen en hem steeds uitnodigde voor het jaarlijkse Amber blind- en rapidtoernooi. Dat hij daardoor bij andere spelers ook jaloezie opwekte, vindt Piket niet verwonderlijk. ,,Natuurlijk is er afgunst, zowel binnen als buiten Nederland, omdat ze weten wat het prijzengeld is. Dat is in feite niet tegen mij persoonlijk gericht. Maar het is ook wel raar. Toen ik in een dip zat en net veel ratingpunten had verloren, schreef Beljavski in een Russisch tijdschrift: `Piket kan zijn rating rustig verliezen, hij heeft een sponsor'. Iemand tegen wie je een paar keer hebt gespeeld maar met wie je nooit echt hebt gesproken, heeft dan zo'n beeld van je. Hoe komt hij erbij dat ik het niet belangrijk vind, als ik mijn rating verlies? Dat is misschien wel mijn grootste probleem geweest in mijn carrière. Mijn begrip van het spel is top, maar dat heb ik in de praktijk niet altijd kunnen bewijzen.''

Of hij het schaken, dat zo lang zijn denken heeft beheerst, zal missen wanneer hij de knoop definitief heeft doorgehakt, vindt hij lastig te voorspellen. ,,Er zijn twee dingen. Wat je merkt, is dat wanneer je een schaakblad met analyses onder ogen krijgt, je meteen weer je eigen gedachten vormt of meteen je eigen weg kiest. Dat zal minder zijn bij wat ik dan ook ga doen. Wat ik zal missen, zijn zo'n laatste ronde of het winnen van een toernooi. Of een partij tegen Kasparov. De adrenaline van het spel en het voorbereiden. Anderzijds is het ook prettig na vijftien jaar die concentratie te verbreken, want dat is iets wat de mensen onderschatten. Ook al speel je niet, je bent steeds met schaken bezig en dan is het geluk toch het grootst als het goed gaat. Het lijkt me een fijn gevoel als dat nu even afneemt en ik ook tijd en energie in andere dingen kan steken. Ik geloof dat de tevredenheid zal overheersen. Ik heb de hele wereld gezien, behalve Afrika waar niet zoveel wordt geschaakt, en heb veel boeiende mensen ontmoet die je normaal niet zo gauw tegenkomt. Het is een goede leerschool voor hoe het leven in elkaar zit.'

Toch moet het een raar gevoel zijn om over enkele maanden niet mee te doen aan het NK. Wat denkt hij als hij de partijen op afstand volgt? Jullie weten niet wat jullie missen? Piket schiet in de lach. ,,Dat dacht ik altijd al, ook toen ik meedeed.''