Verbazing over de schoonheid van de natuur

Delft was in de 17de eeuw een welvarende stad in Holland, met een florerende aardewerkindustrie en een kamer van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De stad beleefde ook een culturele bloeiperiode. Johannes Vermeer was destijds alleen bekend in een kleine kring van kunstminnaars, maar onder zijn collega's had zich een zeker specialisme ontwikkeld in stadsgezichten en interieurscènes. Ook in wetenschappelijke zin waren het opmerkelijke hoogtijjaren. De stadsanatoom Cornelis 's Gravesande genoot bekendheid en Antonie van Leeuwenhoek ontwierp er zijn microscopen en stuurde zijn bevindingen naar de Royal Academy in Londen. Dankzij de financiële bestedingsruimte van de welvarende burgers kochten de burgers van Delft niet alleen schilderijen, maar begonnen zij ook met het aanleggen van verzamelingen.Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de tentoonstelling Schatten in Delft in het Prinsenhof, leverde een lijst op van 38 personen – merendeels uit de stedelijke elite – die in de periode 1600-1750 als verzamelaar kunnen worden aangemerkt.

In de eerste zaal van de overzichtelijk ingerichte tentoonstelling blijkt wat de voorwaarden waren voor een verzameltraditie (geld, belangstelling, de handel in kunst en de aanvoer van natuurlijke curiositeiten uit alle delen van de wereld). Daarna komen de belangrijkste verzamelspecialismen aan de orde. Al aan het eind van de 16de eeuw verzamelde Abraham Gorlaeus antieke munten, schelpen en gemmen, versierde edelstenen. Hij bouwde een internationaal befaamde collectie op. Andere burgers, onder wie de arts en burgemeester Hendrick d'Acquet, legde zich toe op planten en dieren, anderen verzamelden schilderijen, prenten en tekeningen.

Er is relatief weinig bekend van de inrichting van de `kunstkamer' of van een `curiositeitenkabinet' en veel objecten zijn al eeuwen geleden verspreid geraakt over de aardbol. Toch zijn van enkele verzamelaars nog bezittingen op te sporen. Uit de verzameling van d'Acquet bijvoorbeeld stammen tekeningen van planten en dieren die tot zijn collectie hebben behoord. Ze staan op albumbladen waarop de naam van het dier is geschreven, de plaats van herkomst en ook vaak degene die het aan d'Acquet heeft opgestuurd.

Uit deze tekeningen, uit de grote schelpencollecties die andere Delftenaars bezaten, uit de catalogi en uit de correspondentie die verzamelaars onderling en met natuuronderzoekers in binnen- en buitenland onderhielden, blijkt de eerbied voor de veelvormigheid der natuur en de verbazing over de schoonheid ervan. Verzamelen viel onder het overgangsgebied tussen kunst en wetenschap. Zo liggen er op de tentoonstelling enkele laden uit een schelpenkabinet waarin de schelpen op een fantastische, speelse manier zijn gearrangeerd.

Schilders maakten op hun beurt weer stillevens van objecten en materialen uit alle werelddelen in een quasi-nonchalent arrangement. Porselein en fruit, schildpadhoorn en paradijsvogelveren, een Turks tafelkleed en een bergje schelpen, een kreeft en een zilveren tazza. Het was een uitdaging om al die zaken met al hun specifieke textuur en lichtreflectie zo natuurgetrouw mogelijk te verbeelden. Een van de grote kunstverzamelaars van Delft was de koopman Valerius Röver. Hij bezat een vermaarde collectie met schilderijen, prenten en tekeningen. Na zijn dood kocht de landgraaf van Hessen-Kassel de schilderijen. Vandaar dat deze werken nu bezit zijn van de Gemäldegalerie te Kassel. Een aantal schilderijen, zoals een groot doek van Palma il Giovane voorstellende Venus en Amor, is dan nu ook teruggekeerd in Delft.

Schatten in Delft. Burgers verzamelen 1600-1750. Tentoonstelling in Stedelijk Museum het Prinsenhof, Museum Lambert van Meerten en in Museum Nusantara t/m 14 juli. Het begeleidende boek kost €35,00