Uit het oog, in het hart

Veel Nederlanders houden vriendschappen met Fransen voor onmogelijk en onwenselijk. Ten onrechte. Fransen zijn juist zeer trouwhartig.

Vriendschap met Fransen. Voor veel Nederlanders lijkt dat even onmogelijk als onwenselijk. Immers, Fransen zijn arrogant en xenofoob dus zeker niet tot vriendschap met een `Hollandais' geneigd. Voor sommigen is Frankrijk zelfs het land waarvan het te betreuren valt dat er Fransen wonen, dus laat staan dat je vriendschap met ze zou wíllen sluiten. Toch wijst mijn eigen, geheel subjectieve ervaring, gebaseerd op twee jaar wonen in Frankrijk, op het tegendeel. Inderdaad sluit je niet snel vriendschap met Fransen, maar áls ze je eenmaal tot hun vriendenkring rekenen is het ook onvoorwaardelijk. Je wordt een beetje familie. En Fransen zijn misschien wat chauvinistisch, maar ook zeer bereid je in hun cultuur te laten delen.

Het begon al voordat ik naar Frankrijk vertrok. Ter voorbereiding op een studie aan een Parijse school voor journalistiek had ik me voor taalles ingeschreven aan het Amsterdamse Maison Descartes. De Française die er doceerde was zo enthousiast dat ik in haar land wilde gaan studeren, dat ze me onmiddellijk inschreef voor nog drie cursussen en me bovendien twee keer per week bij haar thuis privé-les gaf. Want behalve de taal spreken moest ik ook alles weten van de Franse literatuur, geschiedenis, politiek, samenleving en economie. We werkten een intensief programma af en onder het overhoren van onregelmatige werkwoorden, uit het hoofd geleerde gedichten en jaartallen schoof ze als vanzelfsprekend een kip in de oven en maakte gegratineerde witlof. In ruil vertaalde ik af en toe brieven in het Nederlands en paste op haar poezen als ze naar Frankrijk ging. Zonder haar belangeloze stoomcursus was ik nooit tot de school voor journalistiek toegelaten.

Na aankomst in Parijs was het even wennen. Anders dan in Nederland vormden zich onder studenten niet kleine groepjes gelijkgezinden, maar ging in de pauze de hele klas gezamenlijk naar het café. Het gesprek ging meestal over politiek en iedereen was meester in het houden van rappe betogen. Mijn medestudenten, arrogant noch xenofoob, vonden het vanzelfsprekend dat ik meeging. Ze verzuchten dat ze graag zo goed Engels zouden spreken als ik Frans. Maar als ik vroeg of ze mijn taalgebruik wilden corrigeren, lachten ze: maar we vinden je accent juist zo grappig. Na enige tijd vormde zich toch ook vriendschap in kleinere kring en leerde ik Stéphanie kennen, die bij mij om de hoek bleek te wonen. We maakten samen huiswerk, interviewden clochards in de metro en bereidden ons voor op de eindexamens. We werkten bij haar thuis omdat ze groter woonde. En uiteraard zorgde ze 's ochtends voor sterke koffie met pain au chocolat en maakte tussen de middag quiche met sla.

Fanny leerde ik een half jaar later kennen tijdens een stage bij de populaire krant France Soir. We zaten er beiden ongelukkig te zijn – zij omdat ze bij de redactie `événements' was ingedeeld, wat inhield dat ze mensen moest interviewen over de vraag of ze iets vreemds hadden gemerkt aan hun buren, voordat daar een in stukken gesneden lijk in de vriezer was gevonden. Ik omdat ik was toegevoegd aan de redactie `politiek' die dagelijks een pagina moest vullen met binnenlands en buitenlands nieuws en dus niet zat te wachten op een stagiaire die stukjes wilde schrijven. Uit onvrede gingen we urenlang lunchen en zo raakten we goed bevriend.

Het zijn natuurlijk slechts persoonlijke anecdotes, maar ze bewijzen volgens mij wel dat als je naar Frankrijk gaat op een leeftijd waarop je nog veel vriendschappen maakt, het niet moeilijker is dan in Nederland om er vrienden te vinden. Wat wel onmogelijk bleek, is als vrouw vriendschap te sluiten met een Franse man. Het begon al met een pijnlijk misverstand. Zoals ik als student in Amsterdam gewend was, nodigde ik medestudent Laurent uit om te komen eten. Hij bleek die uitnodiging ruimer op te vatten dan bedoeld en gaf me boos een les in Franse mores: je nodigt als vrouw niet zomaar een man te eten uit. Vervolgens werden we korte tijd goede vrienden. Hij stelde er een eer in me mee te nemen naar oude Franse films en schoolde me en passant bij in de finesses van de Franse politiek. Maar toen hij een vaste vriendin kreeg, vond zij onze vriendschap zo merkwaardig dat ze er onmiddellijk een einde aan maakte.

Uit het oog uit het hart, is een cliché dat voor Fransen niet opgaat. Toen Stéphanie enige tijd na mijn vertrek uit Parijs ging trouwen, nodigde ze me enigszins tot mijn verbazing uit als getuige. Het jaar erop vroeg ze me om peettante van haar dochtertje te worden. De lerares van het Maison Descartes, die later in Syrië Frans doceerde, stond er op dat ik haar in Damascus kwam opzoeken en bleef ook daarna trouwhartiger dan ikzelf corresponderen. Fanny, die ondanks haar ongelukkige stage nu een topfunctie in de Parijse journalistiek heeft, belt regelmatig en komt af en toe naar Nederland dat ze graag wil leren kennen. En zelfs Laurent, inmiddels vader van twee kinderen, stuurt zo nu en dan weer een mailtje.