Twijfel aan kwaliteit NIOD-rapport

Van verschillende kanten is er kritiek op het NIOD-rapport. De studie zou te gedetailleerd zijn, en op sommige punten te mild in haar oordeel.

Het NIOD-rapport Srebrenica, een `veilig' gebied, zo staat in de epiloog ervan te lezen, is ,,een historische verhandeling en beoogt niet om politieke conclusies of oordelen te verschaffen''. Anderhalve week nadat het verschenen is, is het rapport een politieke brisantbom gebleken – kabinet in crisis, landmachtbevelhebber vertrokken – en wordt de historisch-wetenschappelijke kwaliteit ervan van alle kanten in twijfel getrokken.

De kritiek, van collega-historici, van recensenten en van daarbuiten, spitst zich op twee punten toe. In de eerste plaats de gedetailleerdheid van de studie: het uit drie delen bestaande hoofdrapport beslaat 3.400 pagina's en die staan niet altijd vol met de meest relevante feiten. Critici wezen op passages over het nut van luizenshampoo of over de Balkan-opinie van tv-presentator Jos Brink. Directeur T. Nijhuis van het Duitsland-instituut vergeleek in de Volkskrant de ,,overdosis aan informatie'' in het rapport met een landkaart: ,,Als die net zo groot is als het land zelf, dan heb je een probleem.''

Het tweede punt betreft de conclusies van het NIOD-rapport. Die zijn streng als het gaat om de perioden voor en na de val van de enclave – de uitzending van Dutchbat ervoor, de hele en halve leugens van de landmacht erna – maar mild als het gaat om de julidagen van 1995. NRC-redacteur P. Michielsen besprak het rapport gisteren in deze krant en schreef: ,,De oordelen zijn soms verrassend mild.'' Socioloog J.A.A. van Doorn vroeg zich in Trouw af of het rapport ,,niet al te vriendelijk is''. Beiden noemden met name het oordeel over Dutchbat-overste Karremans die door videobeelden uit die tijd de geschiedenis inging als een wel heel gedweeë tegenstander van de Bosnisch-Servische genraal Mladic. In de epiloog van het NIOD-rapport wordt hij op verschillende momenten nadrukkelijk in bescherming genomen.

Gisteren organiseerde het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) een debat over het rapport. Het IKV publiceerde twee weken voor het NIOD een eigen brochure over Srebrenica, de genocide die niet werd voorkomen, die veel harder is voor Nederland dan het rapport van het NIOD. Hier werd, in het bijzijn van een van de NIOD-onderzoekers, P. Koedijk, gediscussieerd over de mogelijke alternatieven voor Dutchbat toen de enclave onder de voet werd gelopen. Volgens IKV-secretaris M.J. Faber gaat het NIOD-rapport er te gemakkelijk vanuit dat Dutchbat niet anders kon handelen dan het deed. ,,Ze hadden moeten vechten.'' NIOD-onderzoeker Koedijk zei dat je terughoudend moet zijn met een veroordeling van de keuzes die andere mensen maken. ,,Hoe hebben de Dutchbatters zich gedragen? Kan je op basis van je kennis over wat zich heeft afgespeeld oordelen over alternatieven? Je moet heel bescheiden zijn in het veroordelen van de keuze van iemand, welke keuze dat ook is.''

Koedijk is vooralsnog de enige NIOD-onderzoeker die heeft gereageerd op kritiek. Bij monde van woordvoerder D. Barnouw laat het instituut weten dat de onderzoekers pas op de kritiek zullen reageren ,,over een dikke week'', als er meer publicaties zijn geweest. Barnouw geeft wel volmondig toe dat er veel slordigheden zijn gemaakt. ,,De index is veel te snel in elkaar gezet.'' Het NIOD had najaar 2001 aangekondigd dat zijn onderzoek niet op de beloofde daumt, november dat jaar, zou kunnen worden afgerond. Aan de publicatiedatum van 10 april die vervolgens werd genoemd, was het NIOD gebonden, zegt Barnouw, omdat men voor de presentatie twee zalen in Den Haag had afgehuurd. Toen de uitgeverij vroeg of er ,,een weekje'' extra tijd was, kon dat om die reden niet, aldus de NIOD-woordvoerder. Van een deadline van de opdrachtgever, het kabinet, was volgens hem geen sprake. Het onderzoek heeft zo'n vijf miljoen gulden gekost.

Of er een tweede druk komt, waarin de slordigheden kunnen worden verbeterd, is nog de vraag. De eerste oplage, 3.000 exemplaren, is nog niet uitverkocht. NIOD-directeur H. Blom had eerder deze week laten doorschemeren dat het rapport bijna niet meer verkrijgbaar was. Barnouw zei gisteravond dat dit alleen zo leek, doordat de boekhandels grote stapels hadden besteld ,,toen de hype hoog was''. Veel exemplaren zijn inmiddels onverkocht teruggestuurd naar de uitgever.

Van het rapport verschijnen wel nieuwe uitgaven. In de eerste plaats een `draagbare' editie, van zo'n 200 à 300 bladzijden. Half mei komt er een Engelse vertaling op internet. Bovendien denkt het instituut nog na over de inhoud van een Bosnische en Servo-Kroatische vertaling.