Tilson Thomas dirigeert uitbundig en oorstrelend

De Amerikaanse dirigent Michael Tilson Thomas (`MTT' voor intimi) is één van de dirigenten wier namen in de wandelgangen van het Concertgebouw worden gefluisterd als potentiële opvolgers van chef-dirigent Riccardo Chailly.

De relatie tussen de immer jeugdig ogende Tilson Thomas (57) en het Koninklijk Concertgebouworkest, omspant inmiddels bijna vijfentwintig jaar. Tilson Thomas dirigeerde al in de vroege jaren tachtig geprezen concerten met twintigste-eeuws repertoire. Tussen 1986 en 1998 was MTT niet bij het orkest te gast, naar verluidt omdat de musici destijds van mening waren dat Tilson Thomas al te prominent in de peiler werd gespeeld. Maar Tilson Thomas' rentree in 1998 beviel goed, en ook in 2000 was de Amerikaan met succes in Amsterdam te gast.

Michael Tilson Thomas is een excentriek dirigent, die het orkest in steevast zeer eigen interpretaties doorkneedt met zijn ultraslank baton en evenzeer elegante lichaamstaal, die in uitbundigheid aan Leonard Bernstein herinnert. In twee concertreeksen is Tilson Thomas dezer dagen bij het orkest te beluisteren. Gisteravond beet hij op ronkende wijze de spits af van vijf concerten met een hoog-romantisch programma met Mahlers Kindertotenlieder, Wagners Siegfried-idyll en Richard Strauss' Ein Heldenleben, volgende week volgt een programma met onder meer werk van de Amerikaanse componisten Charles Ives en Steven Mackey, in wier werken Tilson Thomas geldt als een onaangevochten specialist.

In de Kindertotenlieder soleerde gisteravond de Amerikaanse mezzosopraan Michelle DeYoung, die in '98 ook al de Rückert-liederen zong bij MTT en KCO. DeYoung is een mezzosopraan met een aangenaam aards, dramatisch timbre, dat in de laagste regionen soms verduistert tot een sinister spreekzingen. Het leidde in het vierde lied tot een memorabel moment van gestolde weemoed. Ook in de overige liederen realiseerden Tilson Thomas en DeYoung een interessante diversiteit aan sferen, maar als geheel bleven de Kindertotenlieder hier eerder oorstrelend dan aangrijpend.

Tilson Thomas bezit een uitzonderlijk scherpe neus voor theater, en het wekte daarom dus geen verwondering dat – de wiegende tederheid van zinderende strijkers in Wagners Siegfried-idyll niet te na gesproken – vooral Richard Strauss' symfonisch gedicht Ein Heldenleben hier een grootse uitvoering beleefde. Van de vlotte introductie van de held via het snaakse houtblazersgekwetter van zijn tegenstanders naar de beschrijving van de lieftallige metgezel van de held Tilson Thomas ging een stralend en voluit spelend Concertgebouworkest voor in een ouderwets pralende uitvoering van Ein Heldenleben.

De soms lachwekkend bombastische aspecten van de partituur werden hier niet verdoezeld, maar breed uitgemeten, waardoor de vioolsolo (`metgezel van de held') van Vesko Eschkenazy als een eilandje van elegantie en muzikale welbespraaktheid uit het geheel tevoorschijn kwam. Eschkenazy betoonde zich met zijn fluwelig romantische klank, intelligent meanderende fraseringen en gonzende dubbelgrepen een concertmeester van uitzonderlijke solistische begaafdheid. Zelden had de bezongen held een zò lieftallige metgezel.

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Michael Tilson Thomas m.m.v. Michelle DeYoung (mezzosopraan). Werken van Strauss, Mahler en Wagner. Gehoord: 17/4 Concertgebouw, Amsterdam. Herh. 21/4, aldaar. 22/4, Brussel. Radio 4: 21/4, 14.15 uur. (live)