`Stemmen is straffen'

Politieke partijen, zegt Manuel Castells, zijn lege hulzen geworden. Eigentijdse politiek is marketing die wordt opgediend via de media. `Er is een vertrouwenscrisis in bijna elke democratie ter wereld en ik zie geen uitweg.'

Hoe vaak zie je dat nog? Een serieuze sociale wetenschapper die de wereld helemaal wil begrijpen. Iemand die antwoorden zoekt op alle vragen. En die antwoorden onderbouwd wil zien met cijfers. De Spaanse socioloog Manuel Castells (Barcelona, 1942) is een onderzoeker van een zeldzame soort. Het is wel begrijpelijk dat hij is vergeleken met grote denkers als Voltaire, Marx en Weber.

Castells driedelige magnum opus The Information Age: Economy, Society and Culture gaat over internet en de netwerksamenleving, maar ook over bijvoorbeeld seksualiteit. Je kunt er lezen over arbeidsverhoudingen, maar net zo goed een verklaring vinden voor de val van het communisme. Het laatste deel van de trilogie is vier jaar oud. Maar als je zoekt naar antwoorden op vragen over 11 september, word je opnieuw niet teleurgesteld.

Castells schreef jaren geleden al dat onze ,,technologische verfijning'' kan leiden tot ,,regelrechte terreur'': ,,Een kleine, vastberaden groep, die goed gefinancierd en goed geïnformeerd is, is in staat hele steden te verwoesten of een slag toe te brengen aan de zenuwcentra van ons bestaan.''

De rode draad van zijn verhaal: de wereld wordt, of we willen of niet, steeds meer één wereld. Dat is een onvermijdelijk gevolg van de moderne transport- en communicatiemiddelen waarover we beschikken. In die ene, grote wereld is onduidelijk wie het voor het zeggen heeft. Regeringen bijvoorbeeld zijn niet langer baas in eigen land. Ze moeten onderhandelen met andere regeringen, met multinationals en met allerlei internationale organisaties, van de Europese Unie tot Artsen zonder Grenzen.

De wereld van Manuel Castells is een onzekere wereld, het is een wereld waarin veel mensen zich zorgen maken. Sommigen zoeken houvast bij een godsdienst. Anderen richten alle aandacht op hun eigen stad of straat. Als die maar veilig en schoon is, zegt Castells, ,,dan mag de rest van hun naar de hel''.

Maar Manuel Castells is geen pessimist. Manuel Castells is een optimist. Vriendelijk. Gedreven. Hij gelooft dat mensen in staat zijn om goed te doen. Er is alleen een soort mensen waar hij een enorme hekel aan heeft, en dat zijn politici. Ze zijn te veel bezig met macht, en te weinig met de mensen voor wie ze er zijn. In plaats van dat ze de problemen van de wereld oplossen, maken ze die vaak alleen maar groter. ,,De politieke klasse is een van de grootste bedreigingen voor onze maatschappij'', zegt hij. ,,Ik denk niet dat politici enig intellectueel advies serieus nemen.'' En dan vertelt hij een anekdote uit eigen ervaring. In 1992 was hij voorzitter van een internationaal adviescomité dat de regering-Jeltsin moest helpen Rusland te hervormen. Castells: ,,We zeiden dat ze politieke partijen moesten creëren en duidelijke regels moesten maken voor de markt. Ze deden geen van beide. We zeiden zelfs: u zult over een paar jaar het parlement moeten ontbinden met tanks. Maar ze luisterden niet.''

Manuel Castells heeft veel gezien van de wereld waarover hij schrijft. Hij werd geboren in Barcelona, maar moest Spanje ontvluchten nadat hij zich had verzet tegen dictator Franco. Op 24-jarige leeftijd werd hij de jongste professor aan de Sorbonne in Parijs, waar hij in 1968 de studentenopstand van nabij meemaakte. Hij was gasthoogleraar aan universiteiten in heel de wereld en deed overal onderzoek. Als hij schrijft over Zelenograd in Rusland, dan is hij daar zelf geweest.

Natuurlijk, zegt Castells in zijn werkkamer in Barcelona, hij weet ook dat de gemeenteraadsverkiezingen in Nederland onlangs een bijzonder verloop kenden. Lachend: ,,U heeft kennis mogen maken met een homoseksuele xenofobische leider, is het niet?'' Maar veel kan hij niet zeggen over de Nederlandse politiek, verontschuldigt hij zich, omdat hij als wetenschapper afstand wil bewaren tot de actualiteit en omdat hij er ook niet genoeg van weet. ,,De mechanismen van politiek'' – daarover wil hij alles vertellen. Morgen komt hij naar de Balie in Amsterdam om over The Changing Nature of Politics in the Information Age te praten. PvdA-lijsttrekker Melkert is uitgenodigd om hem van repliek te dienen.

Melkert lijkt op dit moment iets te ervaren wat u jaren geleden opmerkte. U zei in een gesprek met de VPRO `dat verkiezingen steeds meer dienen om politici te straffen, in plaats van met hen in te stemmen'. Wat bedoelt u daarmee?

,,Dat is wat ik waarneem in een overweldigende meerderheid van de landen in de wereld: mensen vertrouwen hun politici niet. Ze geloven niet dat politici zich zorgen maken over hun problemen, verwachten niet dat politici hun problemen oplossen. Om een voorbeeld te geven: uit onderzoek in Californië blijkt dat 67 procent van de kiezers daar denkt dat ze niet worden vertegenwoordigd door hun regering, niet door de nationale regering en niet die van de staat. Negenendertig procent is van mening dat de politieke leiders oplichters zijn. Dat is heel erg droevig. Kofi Annan deed in de millenniumvergadering, de algemene vergadering van de Verenigde Naties in september 2000, verslag van een Gallup poll die hij had laten uitvoeren onder 70.000 burgers uit heel de wereld. Tweederde vond dat hun regering niet de wil van de mensen vertegenwoordigde. Annan noemde geen landen, hij was diplomatiek. Maar hij zei wel: deze gegevens zijn ook van toepassing op sommige van de oudste democratieën in de wereld. Kijk naar de Franse verkiezingen dezer dagen. Er is wantrouwen ten opzichte van alle partijen. En dat zie je in bijna elke democratie in de wereld. Mensen vertrouwen niemand. De regering zegt iets te zullen doen, maar doet dat niet. Daarom straffen kiezers de regering door op `die andere vent' te stemmen. Die vertrouwen ze ook niet. Maar ze hebben in ieder geval de zittende politicus gestraft. Mensen stemmen meer ergens tegen dan ergens voor, omdat ze niet verwachten dat wat ze willen zal worden bewerkstelligd door welke politicus dan ook.''

Hoe is deze vertrouwenscrisis ontstaan?

,,Laten we eens aannemen dat een regering volstrekt van goede wil is. Ze is bereid om alle verkiezingsbeloften in te lossen. Dat kan alleen lukken als die regering daar ook toe in staat is. Maar we hebben een wereldeconomie. En veel problemen – het milieu, honger, mensenrechten – zijn mondiaal. Ons systeem is niet aangepast aan de problemen. We moeten het nog steeds doen met nationale overheden, `natiestaten'. Die kunnen deze grote problemen niet oplossen.

,,Natiestaten werken daarom samen in, wat ik noem, een `netwerkstaat'. De Europese Unie bijvoorbeeld. Maar ook daar is er niet één plek waar de beslissingen worden genomen. Sommige beslissingen worden genomen in de Europese Commissie, andere in het Europees parlement, het Europees gerechtshof, of de Europese ministerraad. En dan heb je binnen landen nog regionale regeringen met aanzienlijke macht. En er zijn allerlei non-gouvernementele organisaties die ook mee mogen praten. De natiestaat moet constant onderhandelen met andere partijen om beslissingen te kunnen nemen. De euro is niet Nederlands maar Europees. Dus moet Nederland zijn economische beleid aanpassen aan dat van de EU. En het economische beleid van de EU is weer gekoppeld aan internationaal handelsbeleid.''

Globalisering dus. Is dat het?

,,Ja, maar ook de politiek zelf is veranderd. Politiek is tegenwoordig `mediapolitiek'. Daarmee bedoel ik niet dat media de macht hebben, zoals je vaak hoort. Dat is een domme gedachte. Er zijn wel gevallen waarin media de ene kandidaat steunen ten gunste van de ander, maar als ze dat te veel doen verliezen ze hun geloofwaardigheid. Wat ik bedoel is: de media zijn de plaats waar tegenwoordig politiek wordt bedreven. Alleen via de media kunnen politici mensen bereiken. Politieke partijen hebben geen direct contact meer met het dagelijks leven van mensen. Het zijn lege hulzen geworden. Als een politicus de straat op gaat, dan doet hij dat omdat er een fotograaf of een cameraman is die dat vastlegt. Alles wat politici buiten de media doen is marginaal. Het beïnvloedt de verkiezingen niet substantieel, het zorgt er niet voor dat een kandidaat gekozen wordt.''

Is dat nieuw?

,,Nee hoor, deze ontwikkelingen zijn al langer gaande. Maar de afgelopen tien jaar is het probleem acuter geworden. De media zijn volledig doorgedrongen in de maatschappij. En partijen en andere traditionele organisaties als vakbonden zijn steeds minder in staat om mensen te mobiliseren, omdat ze veel individualistischer zijn geworden. In een wereld van geïndividualiseerde politieke `consumenten' heb je te maken met de logica van het bedrijfsleven. Politici hebben te maken met `markten', ze moeten bijvoorbeeld reclame maken.''

Waarom is dat erg? Als politici hun kiezers als consumenten behandelen, zullen ze proberen hun wensen in te willigen. Dat is toch democratisch?

,,Het probleem is dat mensen het verschil niet meer zien tussen de ene partij en de andere. Ze praten allemaal over hetzelfde. Ze laten namelijk allemaal dezelfde opinie-onderzoeken doen. Mediapolitiek begint met: vertellen in de media wat opinie-onderzoeken je vertellen dat mensen willen horen. Het is marketing. Onderzoek zegt dat mensen zus en zo zeep willen, en dat ze goed onderwijs willen, en gezondheidszorg. Alle partijen hebben die informatie. Dus stellen ze min of meer hetzelfde beleid voor. Conservatieven willen de belastingen iets meer verlagen. Sociaal-democraten willen iets meer geld voor sociale zekerheid. Maar uiteindelijk worden alle verkiezingen beslist in het midden. Hoe meer je voor het midden gaat, hoe onduidelijker je moet zijn.''

,,Wat ook belangrijk is om op te merken: mediapolitiek kost geld, veel geld. Alles in de media – behalve journalisten – is duur. Je móet marktonderzoek laten doen, campagnestrategen inhuren, reclame maken. Burgers houden niet van partijen en willen daar niet aan meebetalen. Dus zullen politieke partijen op illegale manieren aan geld proberen te komen. Ik durf te beweren dat er geen belangrijke partij is die niet een of andere vorm van illegale financiering toepast.''

Over welke landen hebben we het nu precies?

,,Deze mechanismen zie je, in meer of mindere mate, in alle democratieën in de wereld. In het westen net zo goed als in de Derde Wereld.''

Is de politiek in bijvoorbeeld Europa veel corrupter dan die was?

,,Dat is moeilijk te zeggen. Er is geen statistisch bewijs voor. Maar er is zeker bewijs voor de stelling dat er meer over corruptie gepubliceerd wordt. Kijk naar de Franse politiek: alles wordt gedomineerd door politieke schandalen. De reden dat Jospin misschien de presidentsverkiezing wint is dat hij de enige kandidaat is die nog niet verwikkeld is in een politiek schandaal. Of Duitsland, waar de grote CDU werd vernietigd door politieke schandalen, of Spanje, waar de socialisten de absolute macht hadden en voor vele jaren werden vernietigd door politieke corruptie. Wat is er aan de hand? Media zijn onafhankelijker geworden, en sinds de Watergate-affaire wil iedere journalist een deep throat vinden. Maar dat is maar een deel van de verklaring.

,,We weten uit experimenteel onderzoek dat een negatieve politieke boodschap een vijf keer zo grote impact heeft als een positieve. Mensen geloven niet zo in positieve boodschappen. Als een politicus zegt: `ik ga pensioenen met 20 procent verhogen en belasting met 10 procent verlagen', dan geloven mensen hem niet. Maar als iemand zegt `ik ga 20 ziekenhuizen sluiten' dan blijft dat hangen in de hoofden van kiezers. Of: `Die ander is een boef, hij is corrupt.' Daarom proberen politieke strategen – dat wil zeggen: consultants, want daar worden partijen tegenwoordig door geleid – niet zo zeer duidelijk te maken hoe goed de eigen kandidaat is, maar vooral hoe slecht de ander. Er is één beperking: je kan niet zo negatief zijn dat andere mensen van je gaan walgen. Daarom moet je de allerslechtste dingen over je tegenstander niet zelf zeggen. Het is beter als iemand anders voor je naar de pers lekt.''

Zouden media zich anders moeten gedragen?

,,Niemand kan journalisten vragen om helden te zijn. Als er nieuws is, dan moeten ze daar verslag van doen. Ze hoeven geen meningen te geven. Ze moeten zo objectief mogelijk vertellen wat er gebeurt en zich niet laten beïnvloeden. Gewoon hun eigen professionele normen hanteren dus. Dat is moeilijk genoeg.''

Wat zou de politiek moeten doen?

,,Ze zou moeten zorgen voor strenge controle op de financiering van partijen. Maar of dat erin zit... In Amerika speelt de Enron-zaak. De president kreeg geld van energiebedrijf Enron, net als de vice-president, senatoren in Washington, senatoren en rechters in Texas. Iedereen die Enron kan veroordelen stelt ook zichzelf in staat van beschuldiging als hij dat doet omdat hij op de een of andere manier geld heeft aangenomen van het bedrijf. Ongelooflijk. Het hele bestuur van het land stond op de loonlijst van Enron. Alle pogingen die in Amerika zijn gedaan om de financiering van partijen aan strengere regels te binden zijn mislukt. Daarom zie ik geen uitweg in Amerika.

,,In Europa zie ik ook nog geen pogingen om een uitweg te vinden. Politieke partijen zouden van de overheid een realistische hoeveelheid geld moeten krijgen. En tegelijkertijd zouden ze streng gecontroleerd moeten worden, liefst door de rechterlijke macht. Het politieke systeem is zo verrot. We moeten de aloude scheiding van de machten een beetje aanpassen en de rechterlijke macht de politieke macht laten controleren.''

En dan? Realiseren burgers zich dan dat nationale overheden nooit al hun problemen zullen kunnen oplossen, bijvoorbeeld omdat het mondiale problemen zijn? Welke problemen kan een overheid nog wel aanpakken?

,,Burgers zouden zich meer kunnen richten op lokale issues, en dat doen ze ook. Het is paradoxaal maar waar: hoe meer we terecht komen in één wereld, hoe meer mensen zich concentreren op het lokale. Mensen kunnen de wereld niet in beweging brengen, dus richten ze zich volledig op hun eigen leven. Huisvesting, gezondheid, onderwijs, vervoer, veiligheid, cultuur, er zijn genoeg zaken waar je op lokaal niveau veel aan kan doen. Belangrijke zaken ook, die voorzien in de basisbehoeften van mensen.''

Het einde van het gesprek nadert, Castells verwacht een internationale conference call. ,,Er is één ding'', zegt hij dan, ,,waarover we het nog niet hebben gehad: internet.'' Internet speelt een belangrijke rol in de antiglobaliseringsbeweging, waarvoor Castells sympathie heeft, en het zou ook van groot nut kunnen zijn voor de nationale en lokale democratie, denkt hij. ,,Internet biedt geweldige mogelijkheden. Politici zouden zich via internet in verbinding moeten stellen met burgers. En burgers zouden via internet toegang moeten krijgen tot informatie, zodat ze het verband begrijpen tussen wat er gebeurt in de wereld en wat gebeurt in hun eigen leven.''

In Nederland hebben alle ministeries een website. Maar de kloof tussen burgers en politiek is gebleven.

Bijna boos: ,,Die informatie is er niet om gelezen te worden! Die moet alleen maar de indruk wekken dat mensen voorgelicht worden. Bureaucraten zetten die informatie erop uit routine, niet omdat ze de behoefte voelen mensen te informeren. Burgers zijn masochistisch als ze het lezen, want ze kunnen er niks mee. Je moet mensen op een goede manier informeren: als er nieuw handelsverdrag is, moet je uitleggen hoe hen dat raakt. Maar je moet ze niet alleen informeren, je moet ze ook consulteren.

,,Politici vinden dat kiezers maar het stadhuis moeten komen om over hun problemen te praten. Daar hebben mensen geen tijd meer voor, en het hoeft ook niet meer. Een elektronische democratie betekent: informatie, debat, maar ook stemmen. Soms consulterend, soms beslissend. Daarvoor zijn er nog wat technische obstakels, maar die kunnen worden opgelost.''

Hoe kunt u zich zo boos maken over alles wat verkeerd gaat en toch optimistisch blijven?

,,Ik hou van de wereld. Ik heb heel erg m'n best gedaan om de wereld te begrijpen, omdat ik hoop met kennis een bijdrage te leveren aan een betere wereld. Wat ik zie is dat er een enorme kloof is tussen wat de mensheid kan, technologisch en cultureel bijvoorbeeld, en wat de mensheid soms doet: genocide, kinderporno, de droevige staat van onze democratie. Ik geloof niet dat mensen goed of slecht zijn. Ze zijn beide. U en ik ook. Kijk naar Nederland. Dat is een van de belangrijkste financiers van hulpprojecten voor kinderen in de wereld. Het is ook een van de belangrijkste exporteurs van kinderporno. Misschien zijn het niet dezelfde Nederlanders die voor die twee dingen verantwoordelijk zijn, maar het kan best dat een persoon nu het ene doet en over tien jaar het andere. Politici die xenofobie als politiek wapen gebruiken steunen op de slechte kant van mensen. Terwijl ik ook zie dat jonge mensen zich druk maken om het milieu, om armoede in de wereld. Het is niet waar dat mensen niet geven om de wereld. Dat is, denk ik, wat ik politici het meeste kwalijk neem: ze zijn niet in staat gebruik te maken van de generositeit en de solidariteit van mensen.''

Infodrome en De Balie organiseren de bijeenkomst met Castells en Melkert op 21 april, 16 uur, Klein Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Kaarten zijn uitverkocht.