Staatsrecht vroeg mijn vertrek

Minister De Grave (Defensie) meent dat na het NIOD-rapport zijn aftreden onontkoombaar was.

De afgelopen weken moeten de meest dramatische zijn geweest in de loopbaan van VVD-minister Frank de Grave (Defensie). Het rapport inzake Srebrenica van het Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie (NIOD) gaf onder meer een vernietigend oordeel over de onwil van de landmachttop om de minister te informeren. Daarop volgde afgelopen dinsdag de val van Paars II, waarna De Grave een keiharde confrontatie aanging met de bevelhebber van de Koninklijke Landmacht, generaal A. van Baal, resulterend in diens vertrek donderdag. En gisteren was er dan ook nog de presentatie van het rapport van de commissie-Franssen, dat de interne organisatie binnen het departement op de korrel nam.

De Grave kreeg van demissionair premier Wim Kok een extra vermelding nadat het kabinet was afgetreden. Kok meldde de Tweede Kamer dat voor De Grave als ,,aanvullende overweging'' om af te treden gold de ,,tekortschietende informatievoorziening'' uit de landmachttop. Behalve het ,,zijlicht'', zoals Kok minister Pronk (VROM) achteraf noemde, was het vooral ook De Grave die met zijn openlijk beleden twijfel vorige week bijdroeg aan de crisissfeer in Den Haag. Kok hamerde er echter op dat hij, en hij alleen, het kabinet liet vallen.

Wanneer kwam u nu precies tot de conclusie dat u diende af te treden?

,,De door het NIOD gesignaleerde onwil van de Koninklijke Landmacht om informatie aan de toenmalige minister Voorhoeve door te geven, raakte volgens mij absoluut de kern van de ministeriële verantwoordelijkheid. De minister moet alle informatie hebben. Dat is het centrale zenuwstelsel van onze parlementaire democratie. Als je daar als minister niet van op aan kunt, moet je aftreden volgens een klassieke opvatting in het staatsrecht.

,,Ik heb die avond bij Nova al laten doorschemeren dat dit consequenties voor mijn positie zou kunnen hebben. De volgende dag heb ik echter meer gesprekken gevoerd. Er was geen druk. Er was gewoon een goed gesprek.

Vervolg DE GRAVE: pagina 3

'Ik heb nergens zo hard gewerkt als hier'

DE GRAVE: Vervolg van pagina 1

,,Dinsdag maakte premier Kok bekend dat hij wilde aftreden. De conclusie van de andere ministers was: nu is de grondslag aan het kabinet ontvallen dus wij treden ook af. Ik wilde toen wel nadrukkelijk nog mijn speciale punt over de informatievoorziening bespreken. Dat is gerespecteerd. Maar ook ik heb pas op dinsdag definitief besloten om af te treden.''

Een krant schreef dat u een dubbele agenda had: u zou in feite uit zijn op het partijleiderschap in de VVD.

,,In de eerste plaats: dit zijn van dat soort insinuaties waar je weerloos tegen bent. Twee: dit zegt meer over degenen die dit soort dingen zeggen dan tot wie het zich richt. Drie: ik ben meester en soeverein over mijn eigen gedachten en ik vind het een absurde veronderstelling.''

Volgens sommigen zou het kabinet niet zijn gevallen over `Srebrenica' als het NIOD-rapport bij voorbeeld een jaar eerder was verschenen.

,,Mijn stelling is: het zou een jaar geleden niet anders zijn gegaan. Ik heb in 1998 al gezegd dat ik bereid was af te treden als Van Kemenade zou aangetonen dat er dingen in de doofpot waren gestopt. Ik acht het ook zo goed als uitgesloten dat Kok zich anders zou hebben opgesteld. Zo zit die man niet in elkaar.''

Waarom dwong u bevelhebber van de landmacht Van Baal om te vertrekken terwijl de kritiek van het NIOD niet speciaal tegen hem was gericht?

,,Ik heb hem niet gedwongen te vertrekken. Ik heb hem wel de cruciale vraag voorgelegd: kun je, gelet op de publiciteit die is ontstaan over jouw positie na het NIOD-rapport nog op optimale wijze je werk doen?

Ok, ik geef toe dat dat een wat retorische vraag was. Ik zei: je was destijds plaatsvervangend bevelhebber van de landmacht en de landmachttop van toen krijgt veel kritiek van het NIOD, al noemt het niemand bij naam. Ik zei ook dat ik bereid was me te laten overtuigen. Na een paar uur praten over en weer stelde ik voor te stoppen, nog geen conclusies te trekken en er nog eens een nachtje over te slapen.

Toen ik de volgende ochtend op het ministerie kwam stond hij al op de gang te wachten en hij zei dat hij besloten had om op te stappen. Zo is het gegaan. Het woord dat ook op deze situatie van toepassing is, is onvermijdelijk.''

De commissie-Fransen, die de bevelsstructuur bij het departement doorlichtte, uitte scherpe kritiek op de organisatie van het ministerie.

,,Nee, het gaat om stevige constateringen.''

Kwam dat niet als een schok?

,,Helemaal niet. Ik heb die commissie zelf ingesteld. Wat de commissie-Franssen hier analyseert, is geen scherpe kritiek. Er staat in dat er veel is bereikt en, minister, u kunt zonder een grootscheepse reorganisatie daarmee door. Ik lees het dus heel anders: dat defensie, dat er in 1998 met alle respect in redelijke chaos bijstond en in een bestuurlijk vacuüm verkeerde, nu in staat is forse verdere stappen te zetten, omdat Franssen concludeert dat er nu draagvlak voor is.''

Heeft u de ambitie om die stappen zélf te zetten in een volgend kabinet? Of is dat onmogelijk vanwege die extra aantekening bij uw aftreden?

,,Ik vind het wel vreemd om daar een paar dagen na mijn aftreden al iets over te zeggen. Maar niks is onmogelijk. Ik vind uit volle overtuiging dat Defensie er aanmerkelijk beter voorstaat dan vier jaar geleden. Dat vind ik niet alleen zelf dat is ook uit alle onderzoeken gebleken. Ik heb mij laten vertellen dat er tijdens een debat onlangs, tussen defensiewoordvoerders, het laagste cijfer wat mij toen werd gegeven een zeven was.''

Dus over naar de volgende klas?

(De opmerking negerend) ,,En dat was terecht want er is dus ook veel bereikt. Op het moment dat men mij belt en zegt dat ik degene ben die hier de klus moet afmaken, zeg ik daarop niet bijvoorbaat `nee'. Ik heb nog nooit ergens zo hard gewerkt als hier, maar het is wel een club die het hartstikke waard is.

Het is een hele goeie club, die bewezen goeie dingen heeft gedaan de laatste jaren. De Navo heeft Nederland nu gevraagd voor het commando van de Task Force Macedonië: dat doen ze niet omdat ze denken dat Nederland dat niet kan. En Duitsland en Engeland die voortdurend vragen of we mee willen doen: dat is omdat we goed zijn. En omdat ze wéten dat we goed zijn.''