Slechte prater heeft een streepje voor

Eigenwijs of juist niet? De bankiers van Insinger de Beaufort hebben niet de illusie dat zij het beter weten dan de beste vermogensbeheerders ter wereld. Daarom kiezen zij niet zelf de aandelen uit waar het vermogen van hun cliënten in wordt geïnvesteerd. Neen, zij speuren naar de beste vermogensbeheerders bij andere financiële instellingen. Die moeten het kapitaal optimaal laten renderen.

Insinger de Beaufort klinkt zoals de bank is: een chique vermogensbeheerder met een traditie sinds 1779, vermogende particulieren als belangrijkste klant en met een hoofdkantoor in een barok paleis aan de Amsterdamse Herengracht.

De Brits-Nederlandse bank is snel gegroeid dankzij het gat dat de grootbanken laten vallen: advies op maat voor de vermogende particulier. In het kantorennetwerk ontbreken de Kanaaleilanden, Bermuda en Britse maagdeneilanden niet als populaire vestigingsplaats voor trustmaatschappijen en andere fiscaal gedreven financiële constructies. Met zo'n 1.100 medewerkers wordt 3,7 miljard euro beheerd voor particulieren en 1,4 miljard voor institutionele beleggers.

,,Wij hadden snel het besef dat voor een goed rendement échte specialisten nodig zijn. Driekwart van de vermogensbeheerders doet het slechter dan de markt. Ons doel is om de top te traceren en via hen te investeren'', zegt dr Guy Ester.

Ester geeft leiding aan een team van 15 man dat de uitblinkers probeert op te sporen. Het belangrijkste ijkpunt is de MSCI Wereld aandelenindex, die moet verslagen worden. Dat is de laatste jaren volgens Guy gelukt. ,,Door deze wijze van uitbesteding zijn wij onafhankelijk. Grootbanken moeten vaak via hun eigen beleggingsfondsen werken. Dat is een vorm van gedwongen winkelnering die wringt met het streven naar optimaal rendement.'' De eerste selectie doet Insinger aan de hand van kwantitatieve analyse: wat zijn de financiële prestaties van beleggingsfondsen? ,,Het is een eerste zeef. Bij fondsen die het slecht doen, hoef je sowieso niet verder te spitten. Bij fondsen met goede rendementen ga je de achtergrond van die prestaties beter tegen het licht houden.''

Want mooie rendementen zeggen niet alles, zo weet Ester. Is het behaald onder dezelfde vermogensbeheerder, is het succes niet bepaald door een paar toevalstreffers? Insinger de Beaufort probeert de behaalde rendementen op zo veel mogelijk manieren te corrigeren voor de genomen risico's. Wanneer een succesvolle vermogensbeheerder van de ene naar de andere bank overstapt, zal Ester eerder verhuizen naar het nieuwe beleggingsfonds met dezelfde beheerder dan bij hetzelfde beleggingsfonds een nieuwe manager te accepteren.

De cijfermatige analyse blijft een grof filter. Ester besteedt circa 10 procent van zijn tijd en energie aan dit proces. De resterende 90 procent gaat naar `softe' maatstaven: het wegen van de mens achter een beleggingsportefeuille. Gesprekken met een fondsmanagers moeten uitwijzen waarom zij zo succesvol zijn. ,,Dan zijn wij op zoek naar de filosofie van zo'n beheerder, niet naar antwoorden dat ze er nu eenmaal een neus voor hebben. Dan horen we liever dat het fonds misschien niet de beste managers heeft, maar wel een uniek risicobeheersysteem.

In de gesprekken wijkt Insinger de Beaufort af van de standaardpresentaties. ,,Die mogen ze thuislaten. Zo'n presentatie is een comfort zone. Goede beleggers kunnen zonder.''

Vermogensbeheerders zijn gewend om zelf vragen te stellen aan bestuurders waarom zij in het bedrijf zouden moeten beleggen. Bij Insinger de Beaufort zitten zij aan de andere kant van de tafel. ,,Sommigen hebben daar zichtbaar moeite mee, maar dat is geen probleem. Wij zoeken hele creatieve en intelligente mensen. Dat zijn de belangrijkste onderscheidende eigenschappen van een goede beheerder. Creatieve mensen denken meer in beelden. Juristen en accountants in woorden. Goede vermogensbeheerders hebben, net als artiesten, vaak moeite om uit hun woorden te komen. Meestal is het geen aanbeveling als een vermogensbeheerder zich goed presenteert.''

Ester blijft de uitverkoren beheerders op de voet volgen. Op dit moment belegt hij via twaalf beleggingsfondsen. Dat is volgens Ester voldoende om risico's te spreiden. Circa een op de vijf fondsen wordt op jaarbasis vervangen. ,,De grootste fout die je kunt maken is om te veel managers te selecteren. Dat is niet nodig, maar vergt wel extra tijd en energie.''

Wie op driemaandsbasis slecht presteert, heeft wat uit te leggen. ,,Belangrijk is dat de beheerder niet zijn stijl gaat veranderen. Dat zie je vaak in reactie op ondermaatse prestaties in de hoop het tij te keren. Maar daar hadden we ze nu juist ook op geselecteerd. Bij een andere stijl horen ook weer andere risico's.'' Een halfjaar underperformance vertaalt zich doorgaans in een afscheid. Insinger de Beaufort keert dan niet snel meer terug.

Ondermaatse prestaties zijn niet de enige reden waarom Insinger een fonds verlaat. Naast teamveranderingen kunnen ook wijzigingen in de beloning van beheerders een prikkel zijn om te vertrekken. ,,Soms wordt het bonussysteem gewijzigd. Vooral bij indexvolgers is een mild regime gevaarlijk. Circa 80 procent van de managers volgt 90 procent van de index. Dat moet je niet te snel belonen.''