Schuldeloze schuld

Sem Dresden heeft deze week, even verrassend als terecht, de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza gekregen. Dresden is een auteur die altijd stof tot nadenken geeft. Neem deze zin: ,,Dwaasheid verandert dan in schuldeloze schuld ...'' Kan het actueler? Dresdens persoonlijke beschouwingen over de verwerking van de oorlog gaan niet alleen over het verleden, maar altijd ook over het heden.

Ik merk dat ik met `de oorlog' bijna als vanzelfsprekend de Tweede Wereldoorlog bedoel. Maar hoe vanzelfsprekend is dat nog? Maandag berichtte het Algemeen Dagblad over de demonstratie tegen Israël onder de paginabrede nieuwskop (geen citaat, eigen waarneming van het AD): AMSTERDAM NIET MEER VAN DE JODEN. Alsof er bordjes JUDENFREI waren geplaatst bij de toegangswegen tot de hoofdstad van Nederland. Die triomfantelijke ondertoon! De enige verklaring is dat een koppenmaker bij het Algemeen Dagblad werkelijk niet weet dat er (maar dat was in de vorige eeuw, nietwaar) honderdduizend joden uit Amsterdam zijn weggevoerd.

Hoe terzake is dan de opmerking van Dresden in zijn essay `Souvenir Inoubliable', dat hij nooit zoveel heeft begrepen van wat hij voor het gemak maar `de streepzetterij' noemt. ,,Een streep onder het verleden? Loop ik geen gevaar, heb ik niet ongeveer de zekerheid dan meteen een streep door mijzelf te halen?'' Zelf kan hij dat niet, iemand leeft voort met wat hij heeft en is. Of het verleden dus afgesloten moet worden of niet, is volgens Dresden een volledig zinloze vraag: ,,Als degene die ik ben, met het verleden dat ik ben en blijf, moet ik wel doorgaan.'' Deze beschouwing van de, naar het schijnt ernstig zieke, winnaar van de P.C. Hooftprijs had uitstekend als motto kunnen dienen voor het Kamerdebat waarin Kok als demissionair premier het aftreden van zijn kabinet wegens Srebrenica toelichtte.

Te laat, zeiden sommigen. Het is nooit te laat. Politieke tactiek, zeiden anderen. Is het dan niet mogelijk iemand op zijn woord te geloven, zeker zolang niet het tegendeel is gebleken, als hij zegt dat een persoonlijk gewetensonderzoek aan de politieke beslissing ten grondslag lag? Er heeft zich na het aftreden van het kabinet een discussie ontsponnen over de vraag wat het verschil is tussen het nemen van verantwoordelijkheid en het erkennen van schuld. Het eerste deed Kok wel, het tweede uitdrukkelijk niet. Daarmee zit je volop in een problematische definitiekwestie van het schuldbegrip. Het maakt verschil in welke context het woord schuld wordt gebruikt: moraal, godsdienst, burgerlijk recht, strafrecht, politiek. In het staatsrecht is het begrip schuld onbekend. Daar is uitsluitend de term `ministeriële verantwoordelijkheid' van toepassing, een moreel neutraal begrip. Deze politieke verantwoordelijkheid staat in beginsel los van persoonlijk falen. In de godsdienst werkt het omgekeerd: elk mens is schuldig. Maar het gebed van verootmoediging – het gezamenlijk belijden van de zonde – hoort thuis in de kerk, niet in de Tweede Kamer.

Oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager verwijt het kabinet dat het door zijn aftreden indirect `de schuld' aan de massamoord in Srebrenica bij Nederland legt. Zij schrijft in Trouw: ,,Wij moeten ons deze schuld niet als het ware gaan toe-eigenen. Hoewel de minister-president dat met zoveel woorden ontkende, doet het kabinet dat door af te treden in feite wel. Dit wordt bevestigd door het commentaar vanuit Srebrenica waar geïnterviewden reageerden alsof de oorlogsmisdaden aan Dutchbat te wijten waren.''

Kritiek dus op het kabinet omdat het door middel van de, ook volgens Sorgdrager onvermijdelijke, aanvaarding van verantwoordelijkheid de schuldvraag verkeerd beantwoordt. Maar het is, om met Pronk te spreken, nooit goed, want precies de omgekeerde kritiek uitte Paul Scheffer woensdag in deze krant. Kok had volgens hem niet alleen de verantwoordelijkheid, maar juist ook de schuld op zich moeten nemen: ,,Je kunt medeplichtig worden aan een misdrijf, ook aan oorlogsmisdaden, door iets achterwege te laten. Dat heet `schuld door nalatigheid' – en dat weet iedereen in binnen- en buitenland.''

Als dit waar zou zijn, had Kok zich na zijn bezoek aan Huis ten Bosch linea recta moeten vervoegen bij het Joegoslavië-tribunaal. Dan zat hij nu in voorarrest in Scheveningen. Maar wat een onzin. Voor schuld door nalatigheid, denk aan dood door schuld, is vereist dat men de gevolgen van zijn nalatigheid had kunnen voorzien en vermijden.

Medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden veronderstelt zelfs opzet: willen en weten. Volgens Scheffers redenering zouden de politiek verantwoordelijken voor de interventie in Bosnië nalatig zijn geweest, wetende en willende dat de massamoord zou plaatsvinden. Weten, of behoren te voorzien, daarover valt te twisten, maar dat Kok de massamoord heeft gewild zal Scheffer toch zelf niet geloven. Dat kan hij niet bedoelen.

Wel ben ik het met hem eens dat het ragfijne onderscheid tussen verantwoordelijkheid en morele aansprakelijkheid nauwelijks is vol te houden. Onachtzaamheid, achteloosheid, verzuim, roekeloosheid: het zijn allemaal nauw aan schuld – niet aan opzet – verwante begrippen.

Kok leek hier diep van doordrongen te zijn. Even maakte hij zelfs de indruk voor de zonden van de ,,anonieme'' internationale gemeenschap te willen boeten, als ware hij het lam Gods. Maar zo anoniem is de internationale gemeenschap toch niet? Bij mijn weten heet de laatste winnaar van de Nobelprijs voor de vrede Kofi Annan, secretaris-generaal van de VN, betrokken bij de vredesoperatie in Bosnië en personificatie van het streven naar een internationale rechtsorde.

Voor mij is de toetssteen of het aftreden van het kabinet-Kok en de nog volgende parlementaire enquête afbreuk doen of bijdragen aan dit streven. Anders gezegd: het kabinet is ingehaald door het recente verleden, maar dit mag humanitaire en vredesmissies in de toekomst niet bij voorbaat bemoeilijken of blokkeren.

Dat lijkt me mede de betekenis van zelfonderzoek en kijken naar het verleden. Om met Dresden te eindigen: ,,Daarvoor moet ik dus leven, in het nieuwe, maar niet zonder het oude. De herinneringen leven met mij. Zij zijn niet weg; zij zijn mijzelf, zij blijven open, gericht naar een toekomst die het verleden opzuigt en het voortdurend zin geeft.''