Opnieuw schandaal in Japan

In een politieke machtsstrijd uitgevochten via schandalen heeft de Japanse regering een nieuwe nederlaag geleden nu de voorzitter van het Hogerhuis gisteren zijn positie heeft opgegeven wegens verdenkingen omtrent omkoping.

Het aftreden is de derde nederlaag voor de regerende Liberaal Democratische Partij in een `schandalenoorlog' die in januari is begonnen.

Eerder deze maand gaf het prominente Lagerhuislid Koichi Kato – ooit kandidaat voor het premierschap – zijn parlementszetel op nadat zijn secretaris was gearresteerd wegens belastingontduiking.

In maart verliet Lagerhuislid Muneo Suzuki de partij wegens verdenkingen over misbruik van zijn positie voor eigen gewin.

Aan oppositiezijde is tot dusver één slachtoffer gevallen. Lagerhuislid Kiyomi Tsujimoto gaf vorige maand haar parlementszetel op na beschuldigingen dat zij overheidssubsidie voor een beleidsmedewerker voor andere doeleinden gebruikt had. De beschuldiging tegen Tsujimoto valt echter in het niet bij de verdenkingen over corruptie aan regeringszijde.

De afgetreden Hogerhuisvoorzitter Yutaka Inoue is beschuldigd van het eisen van een half miljoen euro aan steekpenningen voor het toekennen van een overheidsproject aan een bouwbedrijf. Hij zou dat hebben gedaan via zijn secretaris.

Inoue heeft ontkend maar de directeur van het bouwbedrijf heeft zijn beschuldiging voor de televisiecamera's bevestigd. Het is een publiek geheim dat in Japan zo'n 3 procent van de uitgaven aan publieke werken in de zakken van politici terechtkomt, voornamelijk aan regeringszijde. In het onderhavige geval zou Inoue's secretaris 5 procent van de aannemingssom hebben geëist, maar voelde de bouwer zich na betaling bedrogen toen de uiteindelijke bouwsom aanmerkelijk lager bleek dan aanvankelijk was aangekondigd.

De schandalen ondermijnen sterk het gezag van premier Junichiro Koizumi. Ook al werd Koizumi een jaar geleden premier met slogans over politieke hervormingen, in de reeks schandalen in zijn eigen partij heeft Koizumi op geen enkele wijze getoond dat hij een einde wil maken aan corruptie en aan de belangenverstrengeling tussen politiek en economisch zwakke sectoren zoals de bouw, die een hindernis vormt voor economische hervormingen.

Alleen in een relatief klein schandaal rond een politieke vijand in zijn eigen partij heeft Koizumi persoonlijk aangedrongen op opheldering van de verdenkingen, ook al betreft dat een kwestie die in het niet valt bij de corruptiebeschuldigingen tegen zijn partijgenoten Suzuki, Kato en Inoue.