Ontslag kabinet is een ondoordacht besluit

Velen vinden het besluit van het kabinet om op te stappen `moedig'. Maar het is vooral ondoordacht en het heeft er alle schijn van dat het kabinet zich door politiek-opportunistische motieven heeft laten leiden, meent Mark Kranenburg.

Niet eerder is een Nederlands kabinet zo chic gevallen, als het tweede kabinet-Kok deze week. Geen ruzie, geen slaande deuren. Opgestapt, omdat de volle verantwoordelijkheid werd genomen voor wat in 1995 en daarvoor onder andere kabinetten allemaal was gebeurd rondom de moslimenclave Srebrenica. Niet één of twee nauw betrokken ministers vertrokken; ze gingen allemaal. Van de premier, die in 1995 toen het drama zich voltrok ook al op die post zat, tot en met de jongst aangekomen staatssecretaris, Wouter Bos van Financiën die toen de slachting in Srebrenica plaatsvond nog voor Shell in Hongkong actief was. Dat is pas verantwoordelijkheid nemen! De zo gekritiseerde sorry-democratie veranderde op deze manier in één keer in een masochisme-democratie. Iedereen wilde boeten.

De Tweede Kamer kon dan ook niet anders dan nederig de hoed afnemen. Zelden zal een vertrekkend kabinet bij de uitgang zoveel waarderende woorden hebben ontvangen. ,,Diep respect'' (Melkert), ,,indrukwekkend'' (zowel Dijkstal als Rosenmöller), ,,waardering'' (Balkenende), ,,integer en bewogen'' (De Graaf), ,,moedig'' (Marijnissen). Kortom, het kon allemaal niet op. Het parlement, indertijd zelf zo betrokken bij de uitzending van Nederlandse troepen naar de oorlogsgebieden in het voormalige Joegoslavië, liep over van begrip.

Voor het meer afstandelijke, nuchtere, oordeel moest men deze week dan ook in het buitenland te rade gaan. `A display of Dutch courage' stond afgelopen woensdag boven het commentaar van de Financial Times. En inderdaad, moed was het dat het kabinet heeft getoond, maar wel geforceerde moed. Want zou het echt zo'n boude veronderstelling zijn dat de politieke omgevingsfactoren van dit moment ook een rol hebben gespeeld? Anders gezegd, zou het kabinet zo'n drastisch ontbindingsbesluit hebben genomen wanneer het NIOD-rapport was gepubliceerd op 29 november van het vorig jaar, zoals aanvankelijk de bedoeling was. Oftewel: toen het tweede kabinet-Kok nog alive and kicking was in plaats van strompelend en steunend zoals de afgelopen tijd.

De realiteit is immers dat de coalitiefracties in feite al ruim vóór deze week afscheid van elkaar hadden genomen. Paars was gewoon uitgeregeerd. Het samenzijn had veel weg van gescheiden partners die noodgedwongen nog in hetzelfde huis wonen in afwachting van de komst van de verhuiswagen. Nog vorige week gaf VVD-leider Dijkstal op een vergadering van zijn partij aan de hand van een groot aantal voorbeelden aan, waarom volgens hem niet meer met de PvdA kon worden geregeerd. Maar ook PvdA-lijsttrekker Melkert en zijn D66-collega De Graaf oriënteerden zich de afgelopen maanden volop buiten Paars. Zo bezien was de val van het kabinet niet meer dan een bevestiging van een al langer bestaande situatie bij de ondersteunende partijen.

Materieel maakt het voortijdig einde van het kabinet eveneens weinig uit. De bureaus werden toch al opgeruimd. Normaal zou het kabinet op 15 mei in verband met de verkiezingen demissionair zijn geworden. Er is dus vooral sprake van een dramatisch effect. Dat laat overigens onverlet dat Kok met zijn besluit wel geschiedenis heeft geschreven. Het betreft dan in het bijzonder de reikwijdte van het begrip ministeriële verantwoordelijkheid.

In zijn verklaring tegenover de Tweede Kamer waarmee Kok afgelopen dinsdag het vertrek van het kabinet aankondigde, leek het erop dat Kok zelf volledig de verantwoordelijkheid voor het Srebrenica-drama naar zich toetrok. Kok zei dat de ernst van de bevindingen van het NIOD-rapport hem tot de conclusie had gebracht dat politieke consequenties moesten worden getrokken. ,,Daarop'', aldus Kok, besloten de overige ministers en staatssecretarissen eveneens hun ontslag aan te bieden. Een vertrek dus, omdat de leider was opgestapt.

Maar in het Tweede-Kamerdebat van afgelopen woensdag zei Kok onomwonden dat de overige kabinetsleden wel degelijk ook wegens het NIOD-rapport zijn opgestapt. ,,Zij hebben zich volledig vereenzelvigd met mijn oordeel, niet alleen naar de vorm, maar ook naar de inhoud van de daad die zij stelden'', zei Kok. Kortom, alle ministers voelden zich even verantwoordelijk.

Hiermee is precies de situatie gecreëerd waarvoor de bestuurskundige Paul 't Hart in zijn onlangs verschenen boek Verbroken verbindingen waarschuwt. In het boek constateert hij een toenemende tendens om het verleden te politiseren en bestuurders aan te spreken op daden van hun voorgangers. ,,Omdat succes de norm is, is falen snel geconstateerd. De overheid en haar bestuurders zijn een voor de hand liggende zondebok geworden'', aldus 't Hart.

Nu is Srebrenica vanzelfsprekend niet `zomaar' een zaak en mag bij het politieke eindoordeel meespelen dat verantwoordelijke bestuurders van toen ook nu nog – zij het in een ander kabinet – in functie zijn. Dat geldt bij uitstek voor iemand als minister-president Kok. Maar nu wegens het Srebrenica-drama zelfs bewindspersonen zijn opgestapt die ten tijde van die gebeurtenissen nog niet eens politiek actief waren, is wel een enorm precedent geschapen. Nog even en een toekomstig kabinet moet opstappen wegens nieuwe feiten in verband met de Atjeh-oorlog.

Het volgens velen zo `moedige en integere' besluit van het kabinet om op te stappen, is dan ook vooral een ondoordacht besluit. Bovendien heeft het er alle schijn van dat politiek-opportunistische motieven het kabinet hebben geleid. De politieke conclusies die voortvloeien uit de ministeriële verantwoordelijkheid zijn zo grof gedefinieerd dat onderscheid des persoons niet meer mogelijk was. De afhandeling van Srebrenica is ten overstaan van het morrende electoraat – waar sprake is van een groeiend sentiment tegen de gevestigde partijen – een demonstratie van politieke zuiverheid geworden. Hoezo gehecht aan het pluche?

De geliefde metafoor van Wim Kok is die van de marathonloper waarmee hij zich graag vergelijkt. Het ging niet goed met zijn marathon. Zijn finish dreigde uit te lopen op de dramatische laatste kilometers van de Zwitserse marathonloopster Gaby Andersen-Schiess, die bij de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles op een mensonterende wijze meer dood dan levend over de streep kwam. Dan is een publiekswissel met een hoog gehalte aan moraal vlak voor het einde toch vele malen beter. Met opgeheven hoofd kan Kok de politiek verlaten. Zo althans oordeelde het Binnenhof. Nu de kiezer nog.

Mark Kranenburg is redacteur van NRC Handelsblad.