ONDERWIJS

Franse leerlingen zijn goed in het opzoeken van informatie, maar als het om interpretatie en analyse gaat, halen ze het niet bij hun Europese leeftijdsgenoten. Dat bleek uit een vergelijkend jongerenonderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Zo'n 265.000 middelbare scholieren in 32 landen werden getest op kennis en analytisch vermogen. De conclusie: Franse leerlingen kunnen uitstekend stampen, maar initiatief nemen zijn ze niet gewend. Waarschijnlijk komt dat door de nog altijd strenge gezagsverhoudingen. De docent duldt geen tegenspraak. Discussiëren doe je maar in je eigen tijd.

Toch zei het Franse ministerie van Onderwijs tevreden te zijn met de resultaten van het onderzoek. Een eerdere studie in 1994 had een kleine politieke crisis veroorzaakt. Toen werd gesteld dat maar liefst 40 procent van de Franse jongeren niet kon spellen. De OESO noemde ze zo'n beetje analfabeet. Nonsens, zei het ministerie van Onderwijs, de onderzoeksmethoden deugden gewoon niet. President Chirac vond dat een ,,schandalige'' reactie. Hij beschuldigde het ministerie ervan dat het de slechte resultaten wilde verdoezelen. Later gaf de OESO toe dat een andere test een voor Frankrijk gunstiger uitkomst zou hebben opgeleverd.

Om in Frankrijk carrière te maken, moet je een diploma hebben. Papieren zijn heel belangrijk. Franse kinderen gaan eerst naar de école maternelle. Ze zijn dan tussen de drie en zes jaar oud. Gemiddeld brengen ze 26 uur per week door op school. Overblijven is gebruikelijk. Vanaf hun zesde kunnen ze naar de école primaire, de lagere school, waar ze tot hun elfde blijven. De middelbare school heet collège en begint bij de zesde klas. In de vierde klas, dus twee jaar later, kunnen ze een tweede vreemde taal kiezen of scheikunde en natuurkunde. Het lycée bereidt hen vervolgens voor op de universiteit. Wie dat afsluit met een diploma krijgt een baccalauréat, kortweg `bac' genoemd.

Scholieren die beroepsonderwijs willen volgen, gaan niet naar het lycée, maar naar een collège professionel. Na de bac begint het grote stampen pas echt. De slimste en/of meest ambitieuze leerlingen schrijven zich in voor de classes préparatoires aux grandes écoles (CPGE). Alleen zo kun je naar een grande école, een semi-publieke universiteit met een zeer strenge selectie aan de poort. Deze opleiding is meestal niet duurder dan een gewone universiteit, maar voor een jaar CPGE moeten ouders diep in de buidel tasten. Je koopt er dan ook een goede toekomst voor je kind mee, als die tenminste voor het toelatingsexamen slaagt.

Met een diploma van de Ecole des Hautes Etudes Commerciales of Sciences Po (de grande école met het beste onderwijs – bedrijfskunde staat er overigens hoger in aanzien dan politieke wetenschappen) kun je het tot minister of president schoppen. Om te studeren aan de gewone universiteiten, bijvoorbeeld de historische Sorbonne in Parijs, hoef je alleen een bac en jaarlijkse inschrijfkosten van 250 euro te overhandigen. De universitaire opleidingen zijn vergelijkbaar met die in Nederland, maar het tweede, derde en vierde jaar worden afgesloten met een diploma. Na twee jaar krijg je een DEUG, een diplôme d'études universitaires générales. Daarmee schiet je weinig op, tenzij je door wil stromen naar een technische universiteit.

Het DEUG wordt beschouwd als aanloop tot een volwaardige studie. Na de licence (derde jaar) en de maîtrise (vierde jaar) kan de student het beroepsleven in, of ervoor kiezen postdoctoraal onderzoek te doen.