Oma wil in een woongroep

Steeds meer ouderen willen in een woongroep leven en nemen zelf het initiatief. Zoals de bewoners van de Vlinthof in Baarn.

Op vakantie in Zwitserland ontmoette Lies Meurs (66) uit Baarn in het kasteel waar ze logeerde een groep mensen uit Assen. Zij waren speciaal met elkaar op vakantie gegaan om te kijken of ze bij elkaar pasten, want uiteindelijk wilden zij, als vijftigplussers, met elkaar in een groep gaan wonen.

Sindsdien liet het idee Lies Meurs niet meer los.

Toen ze die zondagavond thuiskwam van vakantie, nu zo'n tien jaar geleden, belde ze meteen een gemeenteraadslid om te vragen waar ze terecht kon met het plan ook in Baarn, gemeente vol met vijftigplussers, een woongroep op te richten. De dag daarna belde Meurs met de ambtenaar die over het woonbeleid ging, en daags daarop zat ze in het gemeentehuis om haar plan verder uit de doeken te doen. Waar wilde ze dan eventueel gaan wonen, vroeg de ambtenaar. ,,Nou bijvoorbeeld hier!'', zei Meurs, om zich heen gebarend naar de muren van de voormalige Juliana mavo, waar de ambtenaren tijdelijk wegens een verbouwing van het gemeentehuis resideerden. Voor de gemeente gaf het vrijkomen van 23 grote woningen in ruil voor 23 appartementen de doorslag. Zo verhuisden vijf jaar geleden 31 mensen naar de woongroep de Vlinthof. Volgende maand, op 7 mei, viert de woongroep in de Vlinthof in Baarn haar eerste lustrum. En mevrouw Meurs helpt inmiddels anderen bij de oprichting van een tweede woongroep in Baarn.

Tot in de jaren '80 gingen ouderen steeds kleiner wonen naarmate hun leeftijd hoger werd. Wie zorg nodig had kwam in een aanleunwoning, verzorgingstehuis of tenslotte in een verpleeghuis terecht. Tegenwoordig willen mensen het liefst zelfstandig blijven wonen. Een woning moet bestendig worden gemaakt voor de gehele levensloop, luidt nu de filosofie bij verschillende gemeenten en woningbouwcorporaties. Verhuurders bieden aan de woning `op te plussen', oftewel toegankelijk te maken voor rolstoelen en van meer gemakken te voorzien. Gemeenten richten hier en daar `zorgzones' in: wijken waar behalve gewone woningen ook specifiek voor ouderen seniorenwoningen, aanleunwoningen en een zorgcomplex worden gebouwd. Winkels zijn er dicht in buurt.

Hoewel de trend is dat ouderen steeds langer zelfstandig willen blijven wonen, groeit de groep mensen die gezamenlijk oud wil worden. Er zijn in Nederland inmiddels driehonderd woongroepen van vijftigplussers. Ze hebben die voor het merendeel zelf opgericht, licht Rinske Kosters van de Landelijke Vereniging Groepswonen van Ouderen (LVGO) toe.

Nederlanders blijken sowieso graag in een groep te willen wonen. Dat bleek uit een recent onderzoek onder ruim duizend huurders van de Nederlandse Woonbond. Eén op de acht oudere respondenten van dat onderzoek zegt er interesse voor te hebben.

COMMUNES

,,Het oprichten van een woongroep is geen kattenpis'', zegt Rinske Kosters van de LVGO. Ouderen moeten zélf het initiatief nemen. Niet alleen het vinden van ongeveer dertig huisgenoten kost veel moeite, maar ook het vinden van een geschikte locatie en het rondkrijgen van de financiering nemen veel tijd.

Bovendien roept het woord `woongroep' vaak negatieve associaties op: ,,Mensen denken er van alles over, hebben beelden in het hoofd van communes uit de jaren zeventig. Daardoor is het in lang niet alle gemeentes makkelijk om een woongroep van de grond te krijgen'', aldus Kosters. Ook tegen mevrouw Meurs zei de LVGO dat ze er zo'n vijf jaar aan voorbereiding voor moest uittrekken. Lies Meurs herinnert zich dat nog goed. ,,Ik dacht: waarom moet het zo lang duren, we hoeven het wiel toch niet opnieuw uit te vinden?''

Toch bleek die vijf jaar geen overdreven termijn. Na een artikel in de lokale krant waarin kond werd gedaan van het plan om een woongroep op te richten in Baarn – Meurs had de krant zelf opgebeld – had ze in één keer honderd aanmeldingen.

Van die groep mensen vielen er naarmate de tijd vorderde ongeveer vijfenzeventig mensen af. Veel mensen durfden niet als eerste mee te doen aan het experiment. De anderen die bleven, leerden elkaar steeds beter kennen door eindeloos te vergaderen. Over huisdieren, roken in de gemeenschappelijke ruimte en over waar het pand moest komen. Toen de woningbouwvereniging helemaal óm was, en een bouwplan was bedacht, bleek de buurt nog een obstakel te vormen. De buurtbewoners zagen een groep ouderen in het centrum niet zitten. Een van de direct omwonenden nam zelfs een advocaat in de arm. Het bleek de schoonzoon van Joyce Kranenburg, bewoonster van de groep, te zijn. ,,Toen ik dát hoorde, kwam ik niet meer bij van het lachen'', zegt ze.

Uiteindelijk bleven er voor de woongroep de Vlinthof in Baarn 31 mensen over. Ze zijn gemiddeld 68 jaar en het merendeel is vrouw. Van de 23 woningen zijn er 15 gekocht en 8 zijn gefinancierd door de woningbouwvereniging. De groep is – mede dankzij al het vergaderen – hecht, op één stel na, dat zich niet vertoont op de wekelijkse koffie en de maandelijkse maaltijd. Meurs fronst haar wenkbrauwen als ze het heeft over deze kleine tegenvaller. De bewuste bewoners kwamen er op het allerlaatst bij en hebben de woning voor een gunstig bedrag kunnen kopen. Volgens Kosters van de LVGO schept het gezamenlijk opzetten van de woongroep ook de band die zo belangrijk is voor als de groep eenmaal woont. ,,Mensen die elkaar hebben uitgezocht hebben daarmee een bepaalde signatuur ontwikkeld.''

De woongroep de Vlinthof beschikt over een schoolgebouw, opgetrokken in de stijl van de Amsterdamse School, plus een aantal nieuwbouwwoningen, aan de school gebouwd. Aan één kant is de oude speelplaats, aan de andere kant een goed onderhouden tuin met heggetjes. Een van de bewoners, Icke Posthuma (66), ging als kind naar de school. Nu woont ze in een van de oude klaslokalen.

SCHOONMAAKSCHEMA

,,De tuin is gemaakt en ontworpen door een student van de tuinbouwschool'', legt Lies Meurs uit. Boven de postbussen hangen aankondigingen van gezamenlijke activiteiten. De gemeenschappelijke ruimte is bijna net zo groot als één appartement, er staan tafels met net zulke bruinrode tafelkleedjes als in een bejaardentehuis. Voor de ingang van de ruimte hangt het gezamenlijke schoonmaakschema. Elke bewoner is verplicht om één keer in de drie maanden in een groepje van tien man mee te doen aan de schoonmaak van de gemeenschappelijke ruimtes. Maar verder is de bewoner van de Vlinthof niet zo veel verplicht, zegt Ton Butzelaar, er moeten zo min mogelijk dingen verplicht zijn. ,,Ik heb een hekel aan moeten.''

Ton en Thea Butzelaar (66) wonen nu vijf jaar in de woongroep. Ze kwamen door een artikel in een damesblad op het idee om te gaan wonen in een groep. Het met elkáár wonen, goede buur zijn voor elkaar, af en toe iets samen doen, trok hen zeer aan. Ton Butzelaar: ,,Thea wilde heel graag `nodig zijn', zo zijn we ertoe gekomen''. De kinderen Butzelaar werden pas ingelicht toen het echtpaar het besluit al had genomen. Zoon David: ,,Mijn eerste reactie was: Oh nééé, zijn ze zestig, gaan ze naar een sekte!'' Een woongroep deed hem aanvankelijk denken aan `zitten hummen op een kussentje, yin-yang gedoe'. ,,Maar dat is nu veranderd.''

De woning van de Butzelaars bestaat uit een woonkamer, badkamertje, wc, keuken, twee slaapkamers en een gang die breed genoeg is voor een rolstoel. De woning heeft geen drempels. Daarmee behoren ze tot de happy few in Nederland. Uit het woonbondonderzoek blijkt verder namelijk ook dat één op de zes 55-plussers in een woning woont die moet worden aangepast aan hun verslechterde lichamelijke conditie. Veel mensen hebben last van drempels in de woning, missen een CV, een alarmsysteem of antisliptegels in de badkamer.

Thea Butzelaar voelt zich in deze woning meer op haar gemak dan in de grote villa met knots van een tuin waar ze aanvankelijk woonde met haar man – daar was ook diverse malen ingebroken. Het klikte ook meteen met de rest van de bewoners. ,,Ik merkte dat we voor het grootste gedeelte op één lijn lagen. Hoe de kinderen waren opgevoed bijvoorbeeld, hoe onze levens waren verlopen.'' De andere bewoners, aanwezig bij het gesprek, knikken instemmend. Door die gemeenschappelijke gronden zijn er goede vriendschappen ontstaan. Sommigen gaan er bijvoorbeeld samen op de fiets op uit. Een stel dat kan bridgen heeft de andere bewoners het spel geleerd. Zo wordt in de groep elke week twee avonden gebridged.

De bewoners steunen elkaar ook als het slecht met hen gaat. Icke Posthuma: ,,Toen mijn vader overleed heb ik ontzettend veel medeleven gekregen van de bewoners van de Vlinthof. Dat heb ik enorm gewaardeerd''.

Het leven in de groep stimuleert tot een actiever bestaan. In haar eentje zou Joyce Kranenburg niet zo snel naar een cursus gaan, omdat ze denkt dat ze ,,die ene grijze kop in het gezelschap is''. Maar als een andere bewoner dan zegt dat hij mee wil, dan gáát ze toch.

,,Toen ik vriendinnen vertelde hoe ik woonde, heb ik gemerkt dat zij jaloers waren. Je zag en hoorde ze denken: dat had ik moeten doen'', zegt Joyce Kranenburg. ,,Maar er waren er ook bij die dachten: mij van mijn leven niet gezien. Zij zijn bang te veel van hun vrijheid te moeten inleveren.''

ZIEKTE

Maar wie denkt dat leven in een woongroep automatisch betekent dat je van alle eenzaamheid bent verlost, heeft het volgens de bewoners mis. Iedere bewoner moet wel zelfredzaam zijn. Ook is het niet zo dat de bewoners voor elkaar gaan zorgen in geval van ziekte. Bewoners kunnen wel bijstaan door voor de ander een boodschap te doen, of een keer te stofzuigen. ,,Maar als iemand dementeert en in de nacht de straat op gaat om zijn kinderen te zoeken, dan kunnen wij niet verder helpen'', zegt Meurs. Daarom is iedereen in de woongroep verplicht lid van een kruisvereniging, zodat indien nodig professionele hulp kan worden ingeroepen. Het is de bedoeling dat iemand zo lang mogelijk in de woongroep kan wonen, maar in sommige gevallen moet er een andere oplossing worden gezocht. De huisgenote die in twee jaar tijd dementeerde woont nu dus elders. Ze herkent inmiddels niemand meer van de woongroep, en weet ook niet meer dat ze ooit in de Vlinthof heeft gewoond. Meurs: ,,De gemeente moet niet denken dat een groepswoning een goedkope oplossing is bij gebrek aan plaatsen in verpleeghuizen.''

Inlichtingen: Landelijke vereniging van groepswonen voor ouderen (LVGO): 030-2318222, lgvo@planet.nl; Nederlandse Woonbond, 020 5517700.