`M'n kind scheld ik uit'

Het geweld in Israël beroert ook de gemoederen in Nederland. Zondag organiseren joodse jongeren- organisaties een pro-Israël demonstratie. Terwijl de ongeveer 5.000 Palestijnen in Nederland de intifada steunen, kritiseren joodse Nederlanders vanuit hun leunstoel steeds openlijker het militaire optreden van Israël. Gevangen tussen solidariteit en rationaliteit.

Saleem Dabbour zegt aanvankelijk weinig. Hij luistert als Ibrahim Al-Baz, de woordvoerder van de Palestijnse gemeenschap in Nederland, aan het woord is. Maar als Dabbour dan toch begint te praten, kan hij nauwelijks meer stoppen. Dabbour is een Palestijn die vijftien maanden geleden met zijn Nederlandse vrouw naar Vlaardingen kwam. Zijn woede is niet alleen retoriek. Midden in het gesprek steekt hij zijn handen uit. Ze trillen. Dabbour is nerveus, hij zit zichzelf in de weg. Zijn ouders, zijn broers en zussen, ze verblijven bijna allemaal in de bezette gebieden. Het enige dat hij in Nederland kan doen is televisiekijken.

Dabbour: ,,Als de telefoon gaat, ben ik bang om op te nemen. Ik ben bang dat ik te horen krijg dat iemand van mijn familie dood is of gewond. Ik kom uit het vluchtelingenkamp Jalazoun. Dat ligt vlakbij een grote nederzetting. Het kamp wordt momenteel omsingeld door tanks. Ik denk iedere dag: ik wou dat ik daar was. Ik voel me machteloos, wanhopig.''

Er wonen hooguit vijfduizend Palestijnen in Nederland. De meesten kwamen in de jaren zestig naar Vlaardingen om in de plaatselijke margarinefabriek te werken. Hun vertegenwoordiger is Ibrahim Al-Baz. Hij woont sinds 1980 in Nederland. De Palestijnen in Vlaardingen worden niet als gematigd beschouwd, eerder als radicaal. Het is een hechte gemeenschap, zegt Al-Baz: ,,Wij komen vaak bij elkaar, wij houden collectes om geld te sturen naar mensen daar of naar hulporganisaties, ook Nederlandse hoor.''

In de eengezinswoning van Al-Baz zit zijn moeder in de keuken te bidden. Ze draagt een geborduurde japon zoals Palestijnse vrouwen die dragen. In de woonkamer staat het Arabische televisiestation Al-Jazira aan, met het geluid uit. ,,Het is de enige zender waar wij betrouwbare informatie van krijgen'', zegt Al-Baz. Op een klok onder het toestel staat `Jeruzalem' geschreven. Al-Baz heeft een paar kennissen uitgenodigd. Links van hem zit Saleem Dabbour, met een rode sjaal om de schouders. Dabbour heeft een envelop bij zich met materiaal dat hij via internet heeft gekregen. Kijk, zegt hij wijzend op foto's van gruwelijk verminkte Palestijnse kinderen: ,,Dit is waar Israël nu mee bezig is.''

Sprankje hoop

Al-Baz is al een paar maanden met acties bezig. De demonstratie vorige week op de Dam in Amsterdam organiseerde hij samen met het Palestina Komité en een Marokkaanse groepering. Hij vindt dat er wel erg negatief over wordt bericht. Gelaten: ,,De Palestijnse kwestie ligt niet zo gunstig in Nederland. We hebben vorige maand een bijeenkomst in Den Haag gehad. We wilden langs de Israëlische ambassade lopen, maar dat mocht niet. De demonstratie in Amsterdam vorige week was de grootste die we ooit in Nederland voor Palestijnen hebben gehad. Er werden inderdaad een aantal leuzen geroepen die niet goed waren, maar daarmee kun je niet de hele demonstratie als gewelddadig bestempelen. We hebben nog nooit zoveel joodse mensen gezien. Dat heeft me een sprankje hoop gegeven.''

Onder de Palestijnen in Nederland leeft ,,een grote mate van woede'', zegt Al-Baz. ,,Wij zien elkaar vaak. En veel Nederlandse Palestijnen bellen naar Al-Jazira als er een praatprogramma is. Dan kunnen ze zeggen hoe zij erover denken.''

Volgens Al-Baz is er in Vlaardingen `positief gereageerd' op het uitbreken van de tweede intifada. ,,We zagen het aankomen. Woede is de grondslag van het Palestijns verzet. We hebben het recht om ons te verzetten. We eisen terugtrekking van Israël uit de bezette gebieden en een eigen Palestijnse staat.''

Al-Baz vertelt hoe hij twee jaar geleden naar de Gazastrook ging. Hij arriveerde bij een checkpoint met twee ingangen. Een rij was voor Palestijnen, de andere rij was voor mensen met een Europees paspoort. Al-Baz ging in de Palestijnse rij staan, maar werd naar de andere kant gestuurd, hij had immers een Nederlands paspoort. ,,Ik kon meteen een taxi nemen. De andere Palestijnen moesten uren wachten en daarna twee kilometer lopen. In de brandende zon. Toen wist ik dat de vrede een nepvrede was.''

Dabbour probeert zijn ouders iedere dag te bellen. Zijn moeder heeft een webcam gekocht, zodat ze elkaar kunnen zien. Het vluchtelingenkamp waar zij woont is een van de weinige waar de telefoon nog werkt, zegt Dabbour. Hij heeft net een cursus Nederlands gedaan en kan binnenkort aan de slag als docent Engels. In Palestina schreef hij veel, artikelen, korte verhalen en romans. ,,In Palestina had ik het altijd druk. Hier zit ik steeds voor de televisie. Als mijn kinderen thuiskomen, scheld ik vaak op ze, dan roep ik dat ze naar bed moeten gaan. Soms al om vier uur 's middags. Ik wil niet dat ze op het journaal al die verwoestingen zien. Ik wil niet dat ze haatdragend worden.''

Al-Baz: ,,Het is verschrikkelijk. Na Jenin verwacht ik dat er een golf van zelfmoordaanslagen zal plaatsvinden.''

Dabbour: ,,Iedereen in Palestina is nu bereid, denk ik, om zichzelf op te blazen. Ze kunnen beter zichzelf opblazen dan dat ze door een ander worden doodgeschoten. Ik ben altijd een fel tegenstander van zelfmoordaanslagen geweest. Maar na Jenin ben ik, geloof ik, van mening veranderd.''