Melkert liegt niet

Onder de kop `Melkert liegt' beweert Ton van Haperen in NRC Handelsblad van 16 april, dat Ad Melkert tijdens het debat met Fortuyn in Netwerk onjuiste cijfers zou hebben genoemd over de gemiddelde omvang van scholen. De heer Van Haperen heeft óf niet goed geluisterd óf hij heeft niet begrepen waar de discussie over ging.

Die ging namelijk niet over scholen als bestuurlijke eenheid, zoals Van Haperen suggereert, maar over het gemiddelde aantal leerlingen per schoolgebouw. Door samenwerkingsverbanden en fusies zijn grotere scholen ontstaan, wat betekent dat er veel scholen zijn die verschillende vestigingen hebben, soms zelfs in verschillende gemeenten. De cijfers die Melkert in het debat noemde, sloegen daar dan ook op. En die cijfers kloppen uiteraard.

Dus nogmaals: het gemiddelde aantal leerlingen in het basisonderwijs is 160 per schoolgebouw en het gemiddelde aantal leerlingen per schoolgebouw in het voortgezet onderwijs is 300.

Als de auteur van het genoemde artikel zich beter had geïnformeerd, zouden deze cijfers hem ook bekend zijn geweest en had hij zich kunnen onthouden van zijn `in gewoon Nederlands' geuite onzinnige bewering.

De cijfers zijn overigens te vinden in de brief `Feiten en cijfers van het kabinetsbeleid' van 2 april 2002 van minister-president Kok aan de Tweede Kamer.