Ik durfde niet naar Knokke

Margriet Piening: ,,Ik kom uit Wildervank. Het is begonnen door een buurjongen die gitaar speelde. Ik heb er eerst zelf een gefiguurzaagd en dat vond mijn vader zo dapper dat hij een echte gitaar voor me heeft gekocht. Ik kreeg een blauwe maandag gitaarlessen. Mijn gitaarspel leek nergens op – ik kan nog steeds niet goed gitaar spelen – maar ik zong erbij en dat klonk goed en ik werd door de jongens van `Nicky and the New Sounds' gevraagd als zangeres. Ik was een flinke rock & roll-meid met een volume. We speelden nummers van Neil Sedaka, Brenda Lee... Ik vond alles best, zingen is het mooiste dat er is.

Nadat de jongens van `The New Sounds' in dienst moesten, kwamen `The Relays' op de proppen. Mijn ouders vonden het leuk dat ik zong, maar meisjes die met een band op pad gingen, dat was toch wel `nou, nou'. Als wij in de buurt moesten optreden, dan mocht ik 's middags wel en 's avonds niet. Maar dan had ik altijd een smoes dat ik bij m'n vriendinnetje op bezoek was. Dat heb ik heel lang volgehouden. Ik had mijn ULO, deed handelscorrespondentie en kreeg een baan als secretaresse.

Toen kwam de manager van de `Relays' met de mededeling dat ik gevraagd was voor Knokke. Ik had er helemaal niet zoveel zin in, maar iedereen riep: `Je moet het doen!' Zo ben ik gezwicht.

Er moest zo snel een plaatje komen. In allerijl werd mijn eerste singletje opgenomen. In het tv-programma `Mies en scène' werd ik aan het Nederlandse publiek voorgesteld. Mijn vriend mee, mijn moeder mee... en ik had het al zo benauwd! Ik werd gevraagd voor openingen van winkels...

Het werd me ineens te veel – zo van niks plotseling al die belangstelling. En van Groningen naar Knokke, dat is een enorme afstand! En daarbij: de band mocht er niet bij zijn, ik zou een orkest krijgen. En toen werd het toch een heel ander verhaal.

Ik zat er vreselijk mee in mijn maag. Op het station van Groningen waren de promotiefoto's al gemaakt. Ik belde naar Lou van Rees, de organisator. (We hadden thuis geen telefoon, ik moest bij de buren bellen.) Ik zei: `Ik moet u even iets ergs vertellen, het plaatje is uitgebracht, de foto's zijn gemaakt, maar ik doe het niet, ik ga niet.' `Maar Margriet, je bent een natuurtalent.' Ik had dat ook al een keer in de krant zien staan: Margriet Piening is een natuurtalent. Ik dacht: `O jee.' Kijk, dat bedoel ik. Zo zit je in elkaar als noorderling. Ik zag me daar niet staan. Toen zei Van Rees: `Als jij vindt dat je het niet moet doen, dan accepteer ik dat.' Ik slaakte een zucht van verlichting. Karin Kent is toen in mijn plaats gegaan.

Ik ben een poosje gestopt. Daarna ben ik gewoon doorgegaan met zingen. Ik was `weekendzangeres'. Overdag je baan, vrijdag met de band naar Duitsland. Ik deed alleen de dingen die ik zelf leuk vond: rock & roll, maar ook dansorkesten. Na de `Nightriders' ben ik bij `Rock Explosion' terechtgekomen en dat was wel heftig: vier keer in de week optreden en dan met zo'n rauwe stem. Ik heb ook wel eens in drie bandjes tegelijk gezongen, maar rijk ben ik er niet van geworden. Hoeft ook niet. Ik zing liever voor niks dan voor poen met ellende.

De onderlinge verhouding in de band was vriendschappelijk. Dat er wel eens mannen verliefd op me werden, daar was ik me niet eens van bewust. Ik weet nog dat mijn man zoiets had van: `Och jee, een zangeres'. En ik hoorde later dat mijn schoonmoeder had gezegd: `Nou daar hoef je niks me te beginnen, jongen, want zangeressen...'

De voormalige gitarist van de `Nightriders' belde: `We gaan weer optreden in de oude bezetting. Doe je mee?' Ik zag het niet zo zitten. Ik was inmiddels al zevenendertig: `Volgend jaar dan maar.' Hij belde een jaar later weer op. Ik zei: `Als jij de liedjes maar uitzoekt, en geen repetities her en der.'

Teksten opgeschreven en in twee dagen ingestudeerd. Toen had ik voor het eerst eigenlijk het gevoel van: `Zo moet het, zo wil ik het.' Die periode heeft dertien jaar geduurd.

Tot ik vijftig werd. Ik werd gevraagd op te treden in Groningen. Het was fantastisch, al die mensen... Toen dacht ik: `Weet je wat, je stopt er nu mee.' Het werd van een gewoon concert ineens een afscheidsconcert.

Ik woon nu dertig jaar in Hoogkerk. Dit is mijn stekkie. Veel mensen met wie ik ooit in bandjes heb gezeten zie ik hier nog in de omgeving. Mij is wel eens gevraagd: hoe komt het toch dat het niet werd wat het moest zijn? Wij noorderlingen zijn daar toch wat apart in, wij zijn onzeker van onszelf. Als ik in Amsterdam had gewoond, was alles heel anders gelopen. Mijn dochter zegt wel eens: `Jij was wereldberoemd in Groningen.' En dan zeg ik: `Ja, in Hoogkerk zeker'.''