`Ik ben nooit een werkloze Ghanees tegengekomen'

De Ghanese gemeenschap in Nederland levert weinig problemen op. Het succes hebben de Ghanezen, volgens veel ingewijden, te danken aan de `emancipatie op eigen kracht.'

Raynolds Acheambong (27), die sinds z'n veertiende in Nederland woont, voelde zich voor het eerst echt gewenst hier toen hij op de televisie de beelden van het bezoek van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima eerder deze week aan Ghana zag. In het bezoek zag hij geen voorzichtige inwerking van Máxima op haar nieuwe rol, maar een erkenning van de importantie van zijn vaderland en de Ghanese gemeenschap in Nederland. ,,Kennelijk waren we belangrijk genoeg voor de kroonprins en prinses'', zegt hij. ,,Ik kreeg het gevoel dat we welkom zijn hier.''

Hoewel. Hij ervaart regelmatig dat Nederlanders een positief beeld hebben van Ghanezen. Soms wordt hij abusievelijk aangezien voor een Surinamer, maar mensen reageren vrij vriendelijk als ze merken met een Ghanees te maken hebben. En dat, zegt Acheambong, heeft hij te danken aan de eerste Ghanese migranten, zoals zijn moeder. Sinds de eerste avonturiers, handelaren, ex-zeeleden en prostituées in Nederland arriveerden, zijn ze hard aan de slag gegaan om zichzelf en de achtergebleven familie te kunnen onderhouden. Ze zijn nauwelijks negatief in de publiciteit geweest. ,,Onze gemeenschap wordt niet geassocieerd met de criminaliteit zoals andere minderheden'', zegt Acheambong.

De stille migratie, zoals de komst van Ghanezen naar Nederland wordt omschreven in een profielschets van de Ghanese gemeenschap van het ministerie van Binnenlandse Zaken, kwam pas echt op gang nadat veel Ghanese illegalen profiteerden van het generaal pardon in 1975 en hun partners en kinderen lieten overvliegen naar vooral de Amsterdamse Bijlmer. De Ghanese gemeenschap, met Iraniërs, Irakezen, Afghanen en Somaliërs een van de snelst groeiende minderheidsgroepen, telt inmiddels 15.000 legale leden en minstens evenveel illegalen. Nu pas wordt gemopperd over bijvoorbeeld de slechte taalbeheersing van de eerste generatie Ghanezen. Dat blijkt ook uit de profielschets dat het ministerie liet opstellen om inzicht in de Ghanese gemeenschap te krijgen. ,,Ik neem het mijn moeder niet kwalijk dat ze de taal niet spreekt'', zegt Acheambong. ,,Als ze tijd had vrijgemaakt voor taallessen, had zij niet kunnen werken en geld verdienen om mij en andere familie in Ghana te onderhouden.''

De Ghanese gemeenschap kent nauwelijks problemen. Er is haast geen werkloosheid, criminaliteit of schooluitval onder Ghanezen. Het succes hebben de Ghanezen, volgens veel ingewijden, te danken aan de `emancipatie op eigen kracht'. ,,Ik ben nooit een werkloze Ghanees tegengekomen,'' zegt Afrika-deskundige R. van Dijk in de profielschets van het ministerie. ,,Ze vinden hun weg naar de arbeidsmarkt, legaal dan wel illegaal'', licht hij toe tegenover deze krant. De emancipatie is grotendeels cultureel, zegt Van Dijk. Persoonlijke ondernemersschap wordt zeer gewaardeerd in de Ghanezen cultuur. Vrouwen doen nauwelijks onder voor mannen. Van Dijk: ,,Als men zich ergens vestigt, nemen ze een baan en gaan ze zo snel mogelijk aan handel doen in hun vrije tijd, waardoor ze altijd verzekerd zijn van additioneel inkomen''.

Ook de nadrukkelijke rol die de kerken, zo'n dertig alleen al in de Bijlmer, spelen in het dagelijks leven van Ghanezen wordt als een van de voornaamste redenen van hun slagen in Nederland genoemd. Solidariteit en saamhorigheid die ook de gemeenschap kenmerken, worden vanuit de kerken georganiseerd. ,,Het is een solidariteit die je kunt kopen'', zegt antropoloog Van Dijk. ,,Een Ghanees kan zich binnenwerken door te doneren aan de kerk, waardoor hij een toegang tot het netwerk bemachtigt en onderdeel van het systeem wordt.''

Veel van de 300 voornamelijk jonge leden van de kerk The House of the Fellowship van priester Thom Marfo doneren elke maand tien procent van hun maandinkomen aan de kerk. Vrijwel alle Ghanezen zijn belijdend, zegt de priester. ,,Als een Ghanees ergens komt, zoekt hij meteen een kerk op.'' Marfo immigreerde acht jaar geleden uit Engeland om in de Amsterdamse Bijlmer zijn godshuis op te richten.

Antropoloog Van Dijk constateert een grote mate van culturele continuïteit bij jongeren. ,,Jonge Ghanezen hebben een sterke fascinatie voor de kerk, die zij niet loskoppelen van hun identiteit.'' Volgens de antropoloog is de kerk ook een grote bron van vermaak voor jongeren, die er muziek maken en met leeftijdgenoten van de kerk naar het buitenland reizen. ,,De religie organiseert het leven.''

Culturele continuïteit hoeft de integratie niet tegen te werken, denkt Acheambong. Hij komt zelf ook vaak in een kerk. Doneert ook. Elke maand stuurt hij 100 euro naar familie in Ghana. ,,Als een naaste het slecht heeft, kan ik het niet goed hebben.'' Anders dan de eerste migranten is zijn generatie redelijk geïntegreerd, zegt Acheambong. Ze zijn redelijk goed opgeleid, spreken de taal. ,,We beginnen langzaam onze draai te vinden in de Nederlandse samenleving.''.

Ghanezen kunnen best wel voor zichzelf zorgen, zegt Acheambong, maar dat ontslaat de overheid niet van de plicht om naar ze om te kijken. Hij is zelf ook voorzitter van de jeugdafdeling van de stichting Sikaman en krijgt maar moeilijk subsidie voor haar activiteiten. Hij denkt dat subsidiepotten toegankelijker zouden worden als de Ghanese gemeenschap de status van etnische minderheid toegekend zou krijgen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een woordvoer van het ministerie ontkent met klem dat Ghanezen zo'n status zullen krijgen. Jammer, vindt Acheambong. ,,We zouden nu al moeten investeren in onze jongeren en niet als het eenmaal slechter begint te gaan.''