Icke 1

De arrogantie van de wetenschapper ten opzichte van de geïnteresseerde leek wordt treffend verbeeldt door Vincent Icke in `Snaren', NRC 6 april. Als de leek een sterrekundige vraagt naar wat er voor de Big Bang was krijgt hij te horen dat dat een domme vraag is. Jammer, geen antwoord! Icke vergelijkt dat met het vragen naar wat er ten zuiden van de zuidpool is. Een beetje meevoelend wetenschapper antwoordt dan gewoon: Onder (met vriendelijk bedoelde nadruk, en aanvoelend welke richting wordt bedoeld) onder de zuidpool bevindt zich de dampkring, dan de ruimte, en als je maar ver genoeg gaat sterren. Waarom dan niet zo gereageerd op wat er voor de Big Bang was? Tja, dan zou die slimme sterrekundige tegen zo'n domme leek moeten zeggen ``dat weet ik niet....''.

Maar laten we even aannemen dat je ook de leek aanspreken kunt op het uit onwetendheid verkeerd formuleren. Uitgerekend de heer Icke schrijft in dezelfde krant, en nota bene in de openingszin van zijn column: `Fraude in de natuurkunde is onmogelijk, omdat wij niet worden gecontroleerd door ethische commissies'. Jawel, en in Iedervoorzichistan is moord onmogelijk, omdat er geen rechters zijn.