Het drama van de wraakgodinnen

En zo kreeg de Polderoperette die het Srebrenica-drama hier is geworden, onverwachts toch nog een dramatische slotscène. Op basis van een samenvatting van een rapport dat nog niemand in zijn geheel heeft gelezen, en waarin geen nieuwe conclusies worden getrokken, is het kabinet afgelopen dinsdag ten val gekomen gestruikeld, kun je wel zeggen. Dat maakt voor eens en voor altijd duidelijk dat het NIOD-onderzoek voornamelijk fungeerde als schaamlap, uitstel van executie, uitstel van een parlementaire enquête. Want waarom dinsdag? Waarom niet op 10 april, of in 1995, of na het geplande Kamerdebat?

Het zal wel dat Kok met de beste bedoelingen en uit integere motieven zijn afweging heeft gemaakt, maar voor de zoveelste keer in deze affaire lopen intenties en werkelijkheid rampzalig uiteen. De werkelijkheid oogde rommelig, met opstandige ministers die zich aan Koks gezag onttrokken in een wedstrijd om wie het integerste was. Aftreden werd voor de minister-president het enige middel om de regie alsnog naar zich toe te trekken, de enig mogelijke eervolle stap, en een mooi symbolisch einde van de Polderpolitiek en de sorry-democratie. Bovendien kwam het eigenlijk wel handig uit zo, in het licht van de verkiezingscampagnes. Dat het verder weinig praktische consequenties had, behalve dan dat de Kamer nu buitenspel is gezet, mocht niet afdoen aan de grootsheid van het gebaar.

En zo werd Kok toch nog de held van het drama, een tikkeltje tragisch wellicht, maar een held niettemin. `Groter dan Drees', kopte Trouw paginabreed. Het blijft wonderbaarlijk, hoeveel opluchting ook een tamelijk loos gebaar teweeg kan brengen. Er ging een collectieve zucht van verlichting door heel Nederland nu Kok is afgetreden hoeven we ons tenminste niet meer zo verschrikkelijk te schamen gevolgd door borstklopperij, vooral toen ook het buitenland onze morele zuiverheid prees. Nederlandse politici zongen eensgezind een loflied op Kok, bij wijze van slotaccoord van Paars en de Srebrenica-operette. Alleen de falsetto van Fortuyn schetterde er vals doorheen, maar dat is dan ook zijn rol.

Ondertussen liepen er af en toe wat vrouwelijke figuranten voor het voetlicht die in een heel ander toneelstuk thuis leken te horen. Ze waren niet echt een welkome aanvulling op onze Nederlandse operettesterren: bonkige, slechtgeklede gestaltes, norse gezichten, woedende wraakgodinnen. Wat hadden zij te maken met ons nationale drama? In een interview met deze krant op 11 april werden ze neergezet als lichtelijk hysterische furies, die `voortdurend pakjes vette koffiemelk' leegdrinken.

Nee, ze zijn niet helemaal zoals wij, dat is duidelijk. Toch zijn dit de ware hoofdrolspeelsters, niet van onze operette, maar van een tegelijkertijd spelende Griekse tragedie die we, in een navolging van Aischylos, de Vrouwen van Srebrenica zouden kunnen noemen. Het is tevens de naam waaronder deze vrouwen, die nu onder armoedige omstandigheden in Tuzla wonen, zich verenigd hebben. De vrouwen, die wegliepen tijdens de presentatie van het NIOD-rapport, waren woedend omdat naar hun inzien de ware schuldigen niet met naam en toenaam in het rapport werden genoemd. Behalve Mladic en de zijnen zijn dat volgens hen ook individuele Dutchbatters die hebben geweigerd te helpen, of zelfs toezicht hielden op het scheiden van mannen en vrouwen door de Serviërs.

Het zal deze vrouwen weinig kunnen schelen dat Kok nu is afgetreden, dat er een parlementaire enquête komt, dat de onderste steen boven zal komen. Zíj zijn niet ondervraagd door de onderzoekers van het NIOD, hún verhalen zijn niet gehoord. Ze hebben naar eigen zeggen geen boodschap aan de collectieve verantwoordelijkheid die het kabinet heeft genomen; de individuele verantwoording van Karremans en de Dutchbatters is waar ze om roepen. Die Dutchbatters en hun directe leiding komen er opvallend genadig vanaf in het NIOD-rapport. En hoeveel kritiek ze de afgelopen jaren ook hebben moeten verduren, dit blijft vragen oproepen.

Er zijn volgens het rapport nogal wat `gedachten' niet bij hen `opgekomen', namelijk. Bijvoorbeeld de gedachte gebruik te maken van het aanbod van de CIA om intelligence uit te wisselen. De gedachte terug te schieten toen de Serviërs aanvielen. De gedachte extra VN-pasjes te maken. De gedachte de paar honderd mannen in de Potocari-compound te beschermen. De gedachte om de wereldopinie te mobiliseren. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. De leiding van Dutchbat `kon niet vermoeden' dat er een massamoord ophanden was. Vreemde formulering, kon niet vermoeden. `Kon niet weten', misschien, of `vermoedde niet', maar `kon niet vermoeden'? Het lijkt wel onze heel eigen versie van Wir haben es nicht gewusst, en bovendien nog onjuist ook.

Nu wil Kok naar Srebrenica, ongetwijfeld om de mensen daar `recht in de ogen' te kijken. Maar `het laatste' wat hij daarbij wil is `een demonstratieve boetedoening met een stoet journalistieke waarnemers'. Hij wil `een vorm van contact die werkelijk betekenis heeft'. Dat zal nog een zware kluif worden. Want wat hebben die vrouwen nu aan Kok? Ook de politieke oproep tot herstelbetalingen en financiële steun voor het onderwijs van de Bosnische kinderen is allemaal heel mooi, maar het vermoeden rijst dat geld de woede van de Bosnische vrouwen nooit zal kunnen wegnemen.

Ondertussen worstelen ook Nederlandse militairen nog steeds met hun gevoelens van verantwoordelijkheid en machteloosheid, zo is wel gebleken uit interviews van de laatste dagen. De oplossing ligt voor de hand. Als er twee groepen mensen zijn die elkaar recht in de ogen zouden moeten kijken, dan zijn het wel deze. Stuur een delegatie voormalige Dutchbatters, liefst inclusief Karremans, naar de vrouwen van Srebrenica en laat beide partijen hun verklaringen afleggen en naar elkaar luisteren, in een soort variatie op de hoorzittingen van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. Het verschil met Zuid-Afrika is weliswaar dat er in het geval van de Dutchbatters geen sprake is van directe schuld, maar zo wordt het door de vrouwen van Srebrenica wel ervaren.

Het is waarschijnlijk een onuitvoerbaar plan, al was het maar omdat de Nederlandse politiek zich tot nu toe niet bijster geïnteresseerd heeft getoond in het tegemoetkomen aan de nabestaanden zo werd een vertaling in het Servo-Kroatisch van de samenvatting van het rapport, in plaats van het hele boekwerk, wel goed genoeg voor hen geacht en de consensus is dat `onze jongens en meisjes' wel genoeg hebben geleden. Toch lijkt me dat een dergelijke ontmoeting de enige kans is voor de vrouwen van Srebrenica op een soort katarsis in hun tragedie. En als dat zou falen, dan rest werkelijk slechts de kunst, een goede toneelschrijver die de gebeurtenissen omsmeedt tot een dramatische vertelling die, telkens weer, het onbevatbare laat zien. Want één ding is duidelijk, doofpotten ten spijt: deze verhalen zullen verteld moeten worden, steeds opnieuw.