Heimwee met een luchtje

De relatie tussen Duitsland en Tsjechië is ernstig verstoord. Oorzaak: de Sudeten-Duitsers. Sinds ze in 1945 uit Tsjechoslowakije werden verdreven, wordt er met hen gesold, vinden ze. `Ik maak deel uit van een cultuur die eigenlijk nergens meer echt bestaat.'

Susanne Rössler woont sinds 1949 in Duitsland. Als ze het over `thuis' heeft, bedoelt ze een regio in Tsjechië. Als ze zegt: ,,Unser Kaiser'',bedoelt ze de Oostenrijkse keizer, niet de Duitse.

Rudolf Urbanek arriveerde na de oorlog berooid in München. Op houten schoenen, in een versleten officiersuniform van het Duitse leger. ,,Ik kom uit Troppau'', zegt hij trots.

Peter Becher, geboren en getogen in Duitsland, leerde als jongen dat er op Allerheiligen geen familiegraven waren om te bezoeken. ,,Die zijn achtergebleven, zei mijn vader dan.''

Bernd Posselt is Duits Europarlementariër. Als Posselt eens gaat zitten voor een stevige maaltijd – en dat doet hij vaak – geeft hij de voorkeur aan spijzen uit Bohemen. ,,Het doet me meer dan de Duitse keuken.''

Wat hen bindt zijn ze kwijt: de Heimat, ginds, aan de andere kant van de Duits-Tsjechische grens, aan gene zijde van het Böhmer Wald. Hun Sudetenland.

Sudeten-Duitsers stammen af van de Duitse bevolkingsgroep die tot het einde van de Tweede Wereldoorlog in de landstreken Bohemen, Moravië en Zuid-Silezië woonde. Na de ondergang van het Derde Rijk werden ze door de Tsjechen hardhandig van hun geboortegrond verdreven. Onteigend, beledigd, geslagen, verkracht. Zogenoemde Vertriebene; een deel van de 14 miljoen Duitsers die in 1945-'46 door de nieuwe machthebbers in westelijke richting werden verjaagd. Duizenden vonden in die dagen de dood.

Een halve eeuw na hun gedwongen vertrek zijn de Sudeten-Duitsers het onderwerp van een politieke rel die de verhoudingen tussen Praag en Berlijn op scherp heeft gezet. Miloš Zeman, premier van Tsjechië, heeft de immer sluimerende grieven van de Sudeten-Duitsers opnieuw aangewakkerd door hen te bestempelen als Hitlers vijfde colonne. Door te verklaren dat hun verdrijving en onteigening welbeschouwd een tamelijk milde straf was. Op landverraad, meende Zeman, staat eigenlijk de doodstraf.

De Sudeten-Duitsers reageerden gebeten. Bondskanselier Gerhard Schröder stuurde zijn minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer naar Praag om de kwestie op te helderen. Tevergeefs. Schöder blies daarop een bezoek aan Tsjechië af. Na twaalf jaar intensief diplomatiek verkeer vol goede bedoelingen, culturele uitwisselingen en vrome verklaringen daalde de officiële relatie tussen de buurlanden dit voorjaar tot onder nul.

Met de Sudeten-Duitse kwestie stuit de nieuwe ordening van het continent op een onverwerkt restant van het oude Europa. Tsjechië wil lid worden van de Europese Unie. Dat gaat zomaar niet, zeggen de Sudeten-Duitsers nu. Dat kan alleen als de Tsjechische overheid eindelijk eens erkent dat het verjagen van een hele bevolkingsgroep – waarbij volgens Sudeten-Duitse schatting 240.000 doden vielen, maar in werkelijkheid circa 30.000 – fout was. Ook moet ze zich formeel distantiëren van de wetten die destijds de verdrijving regelden, onderdeel van de zogenoemde Beneš-decreten, vernoemd naar president Edvard Beneš. Wetgeving die zo evident de mensenrechten schendt, hoort in de Unie immers niet thuis. De decreten bestaan nog wel, maar hebben geen kracht van wet meer, verdedigen de Tsjechen zich.

Drie onderzoekscommissies moeten nu helderheid verschaffen.

Ossenbloed

Bij Susanne Rössler staat de koffie klaar. Zelf neemt ze een half kopje. Mag niet van de arts, zegt de 80-jarige schalks. De oude dame is de officieuze chroniqueur van de stadswijk Neugablonz, onderdeel van het stadje Kaufbeuren. Hier, in de rollende heuvels van de Beierse Allgäu, streken in de jaren na de oorlog honderden Sudeten-Duitsers neer. Edelsmeden en glasblazers hoofdzakelijk, afkomstig uit Gablonz an der Neisse, een industriestad in Noord-Bohemen. Rössler zelf arriveerde in '49, na jaren Tsjechische gevangenschap.

Even buiten Kaufbeuren, op een plateau in het bos, lagen na de oorlog de restanten van een immens munitiedepot, de Fabrik Kaufbeuren. Tussen de opgeblazen bunkers en in leeggehaalde fabriekspanden stichtten Sudeten-Duitsers een nieuwe nederzetting. Ze schraapten hun nering bijeen uit het afval dat het ruïnelandschap prijsgaf. Kettingen uit kralen van leemkogels en ossenbloed, geregen aan de draden van oude Amerikaanse parachutes; broches van gevonden glasscherven.

In de jaren die volgden surften de oud-Gablonzers mee op de golven van het Wirtschaftswunder in hun nieuwe thuisland. De bijouterie uit Kaufbeuren werd internationaal een begrip. Uiteindelijk zou er een industrieel complex van tientallen kleine en middelgrote fabrieken en handelsondernemingen ontstaan. Ondanks de economische voorspoed zou het voor de Sudeten-Duitsers evenwel nog tot ver in de jaren zeventig duren voordat ze de achterstand in vermogensopbouw in vergelijking tot de autochtone bevolking hadden ingehaald.

De Sudeten-Duitsers staan te boek als een vlekkeloos geïntegreerde minderheid. Zo zien ze het ook zelf graag. Maar zo eenvoudig was het niet. In een tijd dat alles schaars was zaten de autochtonen niet te wachten om, onder dwang van de geallieerden, duizenden nieuwkomers op te nemen. Opeens moesten de conservatieve boeren uit Kaufbeuren hun keuken delen met mensen die weliswaar Duits spraken, maar toch uit een andere wereld kwamen. ,,De Gablonzers waren goed opgeleid en kosmopolitisch. Hier overheerste de landbouw, het klooster, de benepenheid.'' Meer dan eens moest de politie uitrukken om kleine schermutselingen te sussen.

De migranten vormden een eiland. Het eerste gemengde huwelijk, zegt Rössler, liet jaren op zich wachten. Neugablonz had eigen winkels, eigen scholen, eigen gebruiken en een eigen keuken. En de eigen herinnering aan wat niet meer was. In de kleine woonkamer van Rössler hangen nog steeds schilderijen van het oude familiebezit, onbereikbaar in Bohemen.

Tegenwoordig is Neugablonz een wijk voor Sudeten en niet-Sudeten. En inmiddels heeft de globalisering ook de Allgäu gevonden. De glasindustrie is onder druk van goedkope concurrentie uit Indonesië en China danig gesaneerd; over de Sudetenstrasse en de Perlengasse flaneren nu ook Turkse moeders met hun kinderwagens.

Toch blijft Neugablonz nieuw-Sudetenland. Wie bij Rössler op de koffie gaat passeert een bronzen standbeeld van Ridder Rüdiger, een figuur uit het middeleeuwse Nibelungenlied, symbool van loyaliteit. ,,Onze Rüdiger stond eerst in Gablonz en later in Praag'', zegt Rössler. In 1968 kochten de verbannen glasblazers `hun' standbeeld van de Tsjechische autoriteiten `terug'. Eind dit jaar opent er een nieuw Sudeten-Duits-museum, het Isergebirgsmuseum, ode aan het Sudeten-Duitse erfgoed.

Duitsland telt een handvol Sudeten-Duitse nederzettingen: Neugablonz, Geretsried, Waldkraiburg, Bubenreuth. Verreweg de meeste Sudeten-Duitsers, ruim 3 miljoen in totaal, raakten destijds over Zuid-Duitsland verspreid, een enkeling zocht zijn heil in de Verenigde Staten. Niemand weet precies hoeveel Sudeten-Duitsers er tegenwoordig zijn: je bent een Sudeten-Duitser als je je een Sudeten-Duitser voelt. Lang niet iedereen die afstamt van de Duitse minderheid uit Tsjechië ziet zichzelf anno 2002 nog als lid van de verjaagde groep. Ieder jaar met Pinksteren verzamelen zich tienduizenden Sudeten-Duitsers voor een massaal volksfeest. De Sudeten-Duitse organisaties claimen een achterban van 3 à 4 miljoen: ze tellen iedereen met Boheemse roots.

Bewijsstuk

Aan de Hochstrasse in München staat het Sudetendeutsche Haus: kantoren, vergaderzalen, een bibliotheek en een Boheems specialiteitenrestaurant achter een zachtgele gevel. Hier zetelt de Sudetendeutsche Landsmannschaft, de grootste, de luidruchtigste en tegelijk meest omstreden politieke spreekbuis van de Sudeten-Duitsers. Meteen na de oorlog vormden de Sudeten-Duitsers politieke organisaties die de pluriformiteit van de Duitse minderheid in Tsjechië weerspiegelden. De katholieken vonden elkaar in de Ackermann-Gemeinde, de sociaal-democraten in de Seliger-Gemeinde, nationalisten en voormalige nationaal-socialisten vonden elkaar in de conservatieve Witiko-Bund. Die organisaties bestaan nog steeds, maar worden in het publieke debat overvleugeld door de veel grotere Landsmannschaft die uitgroeide tot een soort virtueel Sudetenland.

In Beieren, waar de grootste concentratie Sudeten-Duitsers neerstreek, werd de Landsmannschaft een politieke factor van formaat. In de jaren zestig omarmde de deelstaat Beieren de Sudeten-Duitsers officieel als de zogenoemde vierde `Stamm': naast de Franken, de Zwaben en de `Alt-Bayern' behoorden nu ook de Sudeten-Duitsers tot de Beierse volkerengemeenschap. De minister-president van Beieren werd hun beschermheer. In Edmund Stoiber, minister-president sinds 1993 en kanselierskandidaat voor de christen-democraten, vonden de Sudeten-Duitsers een bijna natuurlijke bondgenoot. Stoibers echtgenote Karin is een Sudeten-Duitse. Stoiber koestert de Sudeten-Duitsers als CSU-electoraat en werpt zich op als hun pleitbezorger. Stoiber was één van de eersten die Zeman ter verantwoording riepen.

Rudolf Urbanek, 75, is voorzitter van de afdeling Beieren van de Landsmannschaft. Op het bureau van de Landesobmann ligt een kopie van de gewraakte decreten, belangrijkste bewijsstuk in de zaak Sudeten versus Tsjechen.

Zijn aanklacht verraadt strijdlust en routine. De Tsjechen moeten officieel afstand nemen van de deportatie, zegt hij, en de misdaden die haar begeleidden veroordelen. De decreten moeten van tafel, evenals een wet uit 1946 die de Tsjechen amnestie verleende voor de wandaden begaan jegens Duitsers. ,,Eerder zal de kwestie niet rusten.'' Daarnaast moeten de Tsjechen het onvervreemdbare `Heimatrecht' van de Sudeten-Duitsers erkennen. Sudeten-Duitsers moeten zich weer vrij in Tsjechië kunnen vestigen en er bezit kunnen verwerven. Bovendien, zegt Urbanek, moeten de oude eigendomsrechten in ere hersteld worden. Hoe dat moet, 50 jaar na dato, weet Urbanek ook niet precies. ,,Het kan nooit meer zo worden als het was'', weet ook Urbanek. Maar hij zegt ook: ,,In een dialoog moeten de Tsjechen ervan overtuigd worden dat financiële compensatie geboden is.'' Over de vorm van zo'n compensatie blijft Urbanek vaag.

Urbanek is lid van de Landsmannschaft sinds het eerste uur. De moeizame start in de jaren na de oorlog staat hem nog helder voor de geest. De pijn zit diep. In de Vertreibung culmineerden decennia gekoesterde haatgevoelens jegens de Duitsers, meent hij. Uit zijn tas haalt hij een brochure uit 1922. Een blauwdruk voor een nieuw Europa waar een klein Duitsland wordt bewaakt door sterke buurlanden.

Urbanek legt dit voorjaar zijn functie neer. Tijd voor een jongere generatie. Bernd Posselt is een exponent van die jongere garde. Posselt, christen-democraat en lid van het Europees Parlement, is sinds vorig jaar landelijk voorzitter van de Landsmannschaft. Posselt, geboren in 1956, is lid van de generatie die de Heimat alleen uit overlevering kent. Hij is milder in zijn oordeel, maar niet minder vastberaden in zijn politieke missie.

,,Ik ervaar de Vertreibung tot op de dag van vandaag. Ik maak deel uit van een cultuur die eigenlijk nergens meer echt bestaat, maar waar ik me wel mee verbonden weet. Als kind leerde ik scholieren uit Tsjechië kennen en ik constateerde dat ik met hen meer gemeen had dan met mijn Duitse klasgenoten.''

Bohemen, zegt Posselt, dat was één land – twee culturen. Posselt ziet het als zijn taak die Boheemse erfenis te conserveren en te stimuleren. In nauwe samenwerking met de Tsjechen. ,,Opdat de Vertreibers hun doel, vernietiging van die Boheemse cultuur, nooit zullen verwezenlijken.'' Ook hij vindt dat de Beneš-decreten van tafel moeten. Financiële compensatie heeft voor hem niet de hoogste prioriteit.

Juichen

In het land van de daders was het niet altijd eenvoudig om slachtoffer te zijn. Dat gold voor alle Vertriebene, dus ook voor Sudeten-Duitsers. Op dit moment hebben Posselt en de zijnen het tij mee. In weekbladen en kranten wordt sinds begin dit jaar met regelmaat de vraag opgeworpen of Duitsland in de naoorlogse decennia wel voldoende aandacht heeft gehad voor hun lot. Een nieuwe novelle van Günter Grass over juist dit thema voert al weken de lijst met bestsellers aan.

Peter Becher van de Sudeten-Duitse Adalbert Stifter Verein, een instelling voor culturele uitwisseling, schetst hoe de Sudeten-Duiters en hun grieven met steeds wisselende sentimenten werden benaderd. In de magere naoorlogse jaren, zegt Becher, golden ze als ongewenste concurrenten voor schaarse producten. Tijdens de wederopbouw werden ze gevierd om hun vakkennis. Toen in Duitsland het debat over nationaal-socialisme en de `schuld van de vaders' losbrak, raakten de Sudeten-Duitsers in diskrediet.

Door zich eenzijdig als slachtoffers te afficheren, zouden ze de wandaden van de nazi's relativeren. In het Oost-West-conflict kwamen ze juist weer goed van pas omdat ze munitie leverden om de vijand zwart te maken. Na de val van de Muur werden ze als stoorzenders ervaren: ze stonden de ontluikende betrekkingen tussen Oost en West in de weg. Het resultaat: ,,De Sudeten-Duitsers worden als groep niet met achting en medeleven bejegend, maar met onbehagen en afwijzing.''

Becher, zoon van een prominent voorzitter van de Landsmannschaft, is de eerste om te erkennen dat de Sudeten-Duitsers het er ook zelf naar gemaakt hebben. ,,De Landsmannschaft heeft te laat ingezien dat ook van haar een verzoenende houding wordt verwacht. Het ontbreekt aan ironie en humor. Bovendien zijn ze niet duidelijk in hun eisen. Het verbaast niet dat ze met vage kreten over eigendomsrecht onrust kweken in Tsjechië. Ze moeten met een duidelijk plan komen.''

Er hangt bovendien een luchtje aan het Sudetendeutsche Haus. De Landsmannschaft heeft weinig oog gehad voor het enthousiasme waarmee een deel van Sudeten-Duitsers destijds Hitler heeft omarmd. Becher: ,,De Sudeten-Duitsers kun je niet alleen als slachtoffer zien, ze waren medeverantwoordelijk voor de Duitse bezetting van Tsjechië.'' Het waren Sudeten-Duitsers die de annexatie van Tsjechië door Hitler in 1938 hebben begroet. ,,We stonden inderdaad te juichen'', zegt Suzanne Rössler in Neugablonz na enig aandringen, ,,We wisten toen alleen nog niet voor wie precies.''

Historici wijzen er ook op dat de Landsmannschaft haar eigen geschiedenis hoognodig tegen het licht moet houden. In het Sudetendeutsche Haus wordt nog steeds vergaderd in een zaal vernoemd naar Rudolf Lodgman von Auen, de eerste na-oorlogse leidsman van de Sudeten-Duitsers. Lodgman von Auen stuurde Hitler na de bezetting van Tsjechië een gelukstelegram; met een grootscheepse volksverhuizing wilde hij een einde maken aan de `Judenfrage'.

Landelijk voorzitter Posselt zucht diep. Hij kent de kritiek. ,,Dat was er allemaal: antifascisten en nazi-meelopers. Wie een misdaad heeft begaan moet berecht worden.'' Vorig jaar, voegt hij toe, heeft de Landsmannschaft een prijs voor mensenrechten ingesteld. Eerste gelauwerde: wijlen Emilie Schindler, weduwe van de Sudeten-Duitser Oskar Schindler.