Geef seksueel verlangen een gepaste plaats

`Seksueel genot is goddelijk' schreef de uitgetreden priester en schrijver James Carroll vorige week zaterdag op de Opiniepagina. Dat ben ik met hem eens. De vraag is alleen wat dit betekent voor ons handelen. Want met goddelijke dingen moet je over het algemeen uitkijken. Ze brengen mensen doorgaans tot uitersten waarmee je weinig opschiet.

Het ene uiterste waar onze cultuur toe neigt, is de verheerlijking. Seksueel genot kan mensen zozeer in de greep krijgen dat ze zichzelf en hun omgeving schade toebrengen. De verheerlijking ontaardt dan in slavernij. En wie beheerst of bezeten wordt, is geen vrij mens meer.

Het andere uiterste waar de kerk in de waarneming van velen toe neigt, is de illusie van volledige controle en beheersing. Het goddelijke is echter niet te vangen. Dit geldt ook voor het seksuele. Wie de illusie heeft deze duistere krachten volkomen helder en op orde te hebben, misleidt zichzelf op een gevaarlijke manier.

Het is de kunst om tussen deze twee uitersten een koers te bepalen: seksueel genot niet verheerlijken, maar wel volop erkennen; de illusie van volkomen controle loslaten, maar wel de regie zelf in handen blijven houden. Het probleem is echter dat in samenleving en kerk geen plaats is waar een dergelijke kunst geleerd kan worden.

In de samenleving is seksualiteit geparkeerd in de privé-sfeer. Wie binnen de regels van het strafrecht blijft opereren weet zich verder in beginsel ongebonden. De opvoeding op dit terrein is versmald tot voorlichting over het vermijden van seksueel overdraagbare aandoeningen. Maar met spelregels alleen word je nog geen goed voetballer.

In de kerk is seksualiteit geparkeerd in de grijze zone van schaamte en geweten. Het strenge seksuele onderricht van de rooms-katholieke kerk is berucht. De talloze kerkgangers die zich overvraagd voelen, vluchten vervolgens in de veilige zone van het eigen geweten. Ook hier geldt dat alleen verkeersregels iemand nog niet tot een goed chauffeur maken.

Moet de katholieke kerk dan, zoals Carroll stelt, het celibaat maar afschaffen en de seksuele moraal verruimen? Voor de priesters die zich schuldig gemaakt hebben aan seksueel misbruik zou het niets uitmaken. Ze hielden zich toch al niet aan de spel- of verkeersregels. En mochten deze mannen al het verlangen hebben om zich openlijk aan een andere man of vrouw te binden, dan is dit nog geen garantie dat het misbruik zou ophouden. Het probleem zit dan ook elders, en de oplossing dus ook.

De ironie wil nu dat dezelfde kerk die het gif van schuldgevoelens, verdringing van seksualiteit en doofpotcultuur heeft voortgebracht, al eeuwenlang zelf een tegengif produceert. Vanaf de woestijnmonniken in de eerste eeuwen van onze jaartelling bestaat een stroom van geschriften waarin de kracht van seksualiteit erkend wordt en met open ogen tegemoetgetreden. Thomas van Aquino ontwikkelde al in de dertiende eeuw een verfijnde analyse van gemoedsbewegingen waarin niets weggemoffeld of onderdrukt werd. Ook de drang naar seksueel genot niet. En Thomas was toch een succesvol celibatair.

De kerk bezit in deze alternatieve denk- en spiritualiteittradities een schat aan ervaringswijsheid die nog steeds actueel is. En wat voor celibataire mannen in vroegere tijden gold, geldt in feite voor ieder mens: het is een hele kunst om het seksuele verlangen een gepaste plaats te geven in het totale levensproject. Een kunst die geleerd kan worden.

Wanneer de kerk deze schat zou aanboren en populariseren, zou ze een grote dienst bewijzen aan haar eigen achterban – of deze leden nu wel of niet seksueel actief zijn. De illusie van absolute controle maakt dan plaats voor een realistisch leren omgaan met de eigen verlangens.

Dr. Carlo Leget is als universitair docent moraaltheologie verbonden aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht.