Franse kiezer zweeft en stemt versnipperd

Door de opmars van de `kleine' kandidaten in de eerste ronde, morgen, van de presidentsverkiezingen in Frankrijk, rest een magere score voor de favorieten, Jacques Chirac en Lionel Jospin.

De algemeen als `saai' ervaren campagne voor de Franse presidentsverkiezingen, waarvan morgen de eerste ronde wordt gehouden, beleefde deze week toch nog een piepklein oplevinkje. De belangrijkste kandidaten, president Jacques Chirac en premier Lionel Jospin, gaven beiden blijk van behoefte aan een eindsprint.

Jospin waarschuwde voor ,,Italiaanse toestanden'' als Chirac wordt gekozen, Chirac schreef de opkomst van extreem-links en -rechts in de peilingen toe aan ,,het gebrek aan daadkracht'' van de regering-Jospin. Maar hoe de kandidaten zich ook tegen elkaar afzetten, de kiezers blijken volgens weer andere peilingen geen duidelijke verschillen te zien tussen de een en de ander.

Eén ding hebben links en rechts in elk geval gemeen: nervositeit over de peilingen. Die laten sinds het begin van de officiële campagne, op 5 april, een voortdurende daling van de populariteit van zowel Jospin als Chirac zien, terwijl die van de kleinere kandidaten stijgt.

Jospin stuurde donderdagavond een smekende e-mail rond met een dringend beroep op hem te stemmen – ,,ik heb u nodig''. Hij zou in de eerste ronde slechts achttien procent van de stemmen halen, Chirac hooguit twintig, een historisch magere oogst voor een zittende president. Het is ook nog nooit vertoond, dat de gedoodverfde kandidaten van de tweede en beslissende ronde samen in de eerste niet boven de veertig procent uitkomen.

Toch bieden de peilingen ook een troost, zij het een schrale. De uitslagen verschillen bijna letterlijk van het ene uur op het andere van elkaar. Eén en hetzelfde onderzoekbureau ondervroeg binnen het bestek van enkele uren dezelfde groep kiezers en moest verbijsterd constateren dat eerst Chirac als winnaar uit de bus kwam en vervolgens Jospin.

Het lijkt wel alsof de kiezer wraak wil nemen op de saaie campagne met spannende verkiezingen. Aangezien het uitslagen van peilingen betreft moet er een slag om de arm worden gehouden, maar één op de twee Fransen zegt nog geen keuze te hebben gemaakt, zes op de tien zeggen nauwelijks geïnteresseerd te zijn, en een derde van de kiezers zegt niet te gaan stemmen. En dat ,,voor de koningin der verkiezingen, die het Franse politieke leven bepaalt'', zoals een commentator verzuchtte.

Die koningin lijkt een vreemde in eigen land geworden. Nog nooit deden zo veel kandidaten mee aan de presidentsverkiezingen, zestien in totaal, ongeveer gelijkelijk verdeeld over links en rechts. Ook de kiezer is van een andere soort dan voorheen. Niet alleen zweeft hij, hij wendt zich ook af van de twee traditioneel belangrijkste partijen, die van de socialisten en de gaullisten. De stemmen raken versnipperd.

De voornaamste tegenstander van Jacques Chirac is de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen, van het Front National, terwijl de socialist Jospin bedreigd wordt door Arlette Laguiller van het trotskistische Lutte Ouvrière. Le Pen zou goed zijn voor veertien procent van de stemmen, Laguiller voor acht procent. De andere `kleine' kandidaten zouden in het linkse kamp twintig procent van de stemmen vergaren, bij rechts 23 procent.

De meesten profiteren van de proteststem. Le Pen vaart wel bij de terreuraanslagen van 11 september en bij voorbeeld bij het bloedbad dat een gestoorde man eind vorige maand in Nanterre aanrichtte. Laguiller, voor de vijfde keer kandidate, doet het goed bij tegenstanders van de mondialisering en van het neo-liberale economische beleid dat premier Jospin heeft gevoerd. Onder druk van haar succes heeft Jospin zijn campagne, die hij begonnen was als `niet-socialist', gaandeweg in linkse zin bijgesteld. Hij is niet Laguillers enige slachtoffer. Ook de PCF, de communistische partij, betaalt de rekening voor deelname aan Jospins coalitie van `meervoudig links'.

Het probleem van de versnippering voor Chirac en Jospin is dat zich – vooralsnog – vrijwel geen van de kleine kandidaten bereid heeft verklaard een stemadvies ten gunste van een van hen in de tweede ronde uit te brengen. De grootsten onder hen weigeren dat zelfs categorisch. Laguiller en ook Jean-Pierre Chevènement die met zijn links-rechtse Pôle Républicain zeven procent zou halen, vinden Jospin en Chirac van hetzelfde laken een pak. Le Pen, die er zelfs rekening mee houdt dat niet Jospin maar hijzelf Chiracs tegenstander wordt in de tweede ronde, vindt Chirac eveneens hetzelfde als Jospin ,,maar dan erger''. Weliswaar zal de tweede ronde hoe dan een overwinnaar opleveren, maar het Franse presidentiële systeem veronderstelt dat de nieuwe president steunt op een meerderheid in het parlement, op basis waarvan hij een regering kan samenstellen.

Zo was het althans altijd, maar ook die traditie kunnen de kiezers doorbreken. In juni zijn er verkiezingen voor de Assemblée Nationale en het is goed mogelijk dat er dan een meerderheid ontstaat van een andere politieke kleur dan die van de president. Dat zou een zogeheten cohabitation opleveren. Gedurende negen van de afgelopen zestien jaar dwong de kiezer die al af, wellicht met de bedoeling om de machtsconcentratie aan de top van de Republiek met een eigenhandig geforceerd dualisme te doorbreken. Premier Jospin en president Chirac `woonden' op deze manier de afgelopen vijf jaar `samen'. Dit is mogelijk één van de redenen waarom de kiezer geen verschil meer tussen hen ziet.

Noch Chirac noch Jospin houden rekening met de mogelijkheid van een hernieuwde cohabitation, althans ze praten er niet over, zomin als de rest van de politiek. De politiek lijkt ervan uit te gaan dat de kiezer, nu de verkiezingen voor het presidentschap en voor de Assemblée bijna gelijktijdig plaatshebben, consistent zal stemmen en de president een meerderheid van de eigen politieke kleur zal bezorgen. Maar de garantie daarvoor is er niet. Omdat de kiezers niet meer trouw blijken te zijn aan een partij of ideologie, is de kans op het tegendeel alleen maar toegenomen. Ook kunnen ze `bewust' aansturen op een nieuwe cohabitation.

Uit onderzoek komt naar voren dat de Fransen de verkiezingen voor de Assemblée tegenwoordig belangrijker vinden dan die voor het presidentschap. De `koningin der verkiezingen' heeft aan majesteit ingeboet. Dat komt niet alleen doordat Jacques Chirac, zoals menigeen beweert, de presidentiële functie met zijn `affaires' heeft uitgehold. De huidige prioriteit van de Fransen is een logisch gevolg van de cohabitation.

Tussen Chirac en Jospin heeft die vijf jaar geduurd. Daarom heeft de president tijdens de campagne niet zoals Jospin kunnen bogen op een bilan, een staat van dienst. Gedurende vijf jaar was hij een lame duck en gold het adagium van Jospin: `De president praat, de regering is aan het werk'. Dat is de Fransen niet ontgaan.