Een halve eeuw ontslagen

1940-1945 De Duitse bezetter voerde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland de regel in dat werkgevers toestemming van de overheid nodig hadden als ze werknemers wilden ontslaan. Zo hield de bezetter beter zicht op wie waar werkte. De regel is nooit afgeschaft. Tussen 1945 en being jaren zeventig werd de Nederlandse economie weer opgebouwd en werden er amper mensen ontslagen.

1973 Op de eerste oliecrisis in 1973 volgden de eerste massa-ontslagen. Arbeidsvoorziening, de overheidsinstantie die onderzoekt of een ontslag terecht is, kon het aantal aanvragen niet aan. Soms moest een werkgever negen maanden op toestemming wachten. Nog altijd moet de werkgever een collectief ontslag tijdig melden bij Arbeidsvoorziening.

De verstopping van de instanties leidde ertoe dat werkgevers voor individuele ontslagzaken en voor kleine groepjes in de jaren zeventig uitweken naar de kantonrechter. Ze vroegen daar ontbinding van het arbeidscontract. Dat kost de werkgever geld (een vergoeding) maar hij is wel sneller van iemand af.

1979

Stakingen in de Rotterdamse haven. De automatisering in de haven zou in de jaren tachtig tot vele ontslaggolven leiden.

1981

In juli 1981 verbood de president van de Amsterdamse rechtbank sluiting van de Ford-fabriek in Amsterdam. De werknemers mochten ook niet staken. Enige maanden later vernietigde het Amsterdamse Hof dat vonnis. Dat een fabriek maandenlang verplicht open bleef terwijl die miljoenen guldens verlies leed, zou vele buitenlandse werkgevers daarna ervan hebben weerhouden om zich in Nederland te vestigen.

1982

In 1982 ontstond voor het eerst publieke controverse rond een `gouden handdruk' voor een directeur die tekort was geschoten. Directeur A. Stikker van het RSV-concern, dat ondanks forse subsidies ten onder ging, kreeg een handdruk van 1,1 miljoen gulden.

1990

Begin jaren negentig regende het weer massa-ontslagen. Een greep: Philips schrapte 10.000 banen, bij staalfabrikant Hoogovens in IJmuiden moesten 2.500 werknemers eruit. Bij Daf en IBM verdwenen 1.000 banen, bij Akzo 2.500, bij KLM 3.100 en bij DSM 1.100.

1991

In 1991 werd voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een burgemeester oneervol ontslagen, burgemeester Seinstra van Goes.

1995

Eind 1995 moest één van de vijf procureurs generaal, R. van Randwijck, vertrekken na de IRT-affaire. Van minister Sorgdrager (Justitie) kreeg hij een `gouden handdruk' van 500.000 gulden, een controverse die tot een debat in de Tweede Kamer leidde waar de minister zich genoodzaakt voelde het vertrouwen van het parlement te vragen. De voorzitter van het college van procureurs generaal, Docters van Leeuwen, zou ruim twee jaar later ook worden ontslagen door Sorgdrager.

1996

De kantonrechters spraken landelijk een formule af die de hoogte van de ontslagvergoeding bepaalt. Dit voorkomt willekeur; voorheen ontsloeg een werkgever werknemers soms bewust in een bepaald arrondissement omdat de rechters daar bekend stonden om hun lage vergoedingen.

1997-'98

Er volgden in de jaren negentig tal van publiekelijk uitgevochten arbeidsconflicten. Korpschef Brinkman werd in juni 1997 ontslagen na conflicten met burgemeester Bram Peper in Rotterdam. Hummie van der Tonnekreek werd in maart 1998 ontslagen door weekblad Weekend. Enkele maanden later volgde Nicole Edelenbos, directeur van Feijenoord, die in juli 1998 werd ontslagen omdat ze een relatie had met Ajax-baas Maarten Oldenhof. Vorig jaar werden burgemeester Spar van der Hoek in Middelburg en burgemeester L. van Maaren in Leeuwarden ontslagen.

1999

Ook tijdens de hoogconjunctuur in de tweede helft van de jaren negentig sloten werkgevers fabrieken omdat arbeid in Oost-Europa of Azië goedkoper is. Zo wilde Philips eind 1999 de vestiging Terneuzen sluiten om naar Polen te verhuizen. Het besluit daartoe is bij de Ondernemingskamer aangevallen die in een beslissing in maart 2000 heeft geoordeeld dat Philips onredelijk had gehandeld door bepaalde informatie niet te verschaffen. Kort daarop is, na het verschaffen van die informatie, de sluiting alsnog doorgaan.

2000

In 2000 werd de Commissie-Max Rood gevraagd door de Eerste en Tweede Kamer om een alternatief te bedenken voor het `duale ontslagstelsel'. De commissie adviseerde dat werkgevers voortaan geen toestemming meer nodig zouden hebben van de overheid. Werknemers die bezwaar hebben tegen hun ontslag, zouden bij de rechter een vergoeding kunnen eisen. Op grond van dat advies, 16 maanden geleden, zou de Stichting van de Arbeid, een overlegorgaan van werkgevers en vakbonden, het kabinet adviseren. Dat is nog niet gelukt.