Een Fransman is boven alles citoyen

Het particuliere belang is in Frankrijk heilig. Zolang de burgeridentiteit maar niet in het geding komt. Want ethnicisme duidt op sektarisch gedrag.

Volgens de organisatie waren het er 2.600, volgens de politie 1.200, maar met hoeveel ze ook waren, ze boden een bizarre aanblik. Onlangs gingen de kappers van Frankrijk in Parijs de straat op. Uit protest tegen de hoge BTW. Ze ontvouwden spandoeken waarop ze zich retorisch afvroegen: Hoe zou het hoofd van Frankrijk eruit zien zonder kappers? Het antwoord balanceerde op omhooggehouden stokken waarop poppenkoppen met ragebollen gespietst waren.

Afgezien van de enigszins macabere trofeeën die aan de hoogtijdagen van de guillotine deden denken, was er niets bijzonders aan de kappersdemonstratie. Bijna dagelijks demonstreert er een beroepsgroep ten behoeve van het eigen deelbelang, of het nu om vrachtwagenchauffeurs gaat of banketbakkers, om geldlopers of houtbewerkers. En zeker in verkiezingstijd. Men staakt, houdt stiptheidsacties, blokkeert wegen. Dat is het minste. Even gemakkelijk dreigen ontslagen medewerkers hun fabriek op te blazen of smijt de grafische bond systematisch de hele productie van de zojuist op de markt verschenen gratis kranten op straat. Vorig jaar deden tweehonderd boze boeren hetzelfde met de vleesvoorraad, van voornamelijk Nederlandse herkomst, van het Nederlandse vleesverwerkingsbedrijf Vivendus in Bretagne en en passant molden ze ook enkele installaties. Vers in het geheugen ligt ook het nationale beleg van de olieraffinaderijen door vrachtwagenchauffeurs, omdat de prijs voor diesel, hoezeer ook bepaald door de wereldmarkt, naar hun oordeel te hoog was.

Een hoogst enkele keer krijgt een actie een juridisch staartje, zoals in het geval van de ontmanteling van een McDonald's-filiaal in Millau door antimondialiseringsactivist José Bové. Maar zijn vervolging door justitie was voornamelijk te wijten aan de aangeklaagde zelf. Die eiste de volledige verantwoordelijkheid op in het besef dat een veroordeling zijn martelaarschap ten goede zou komen. Rijkelijk overbodig, want actievoerders zijn hoe dan ook verzekerd van een welwillende publieke opinie.

In het gecentraliseerde, etatistische Frankrijk wordt elk verzet tegen de staat toegejuicht. Leg ze het vuur maar na aan de schenen, de hoge heren in Parijs, zo luidt de algemene gedachte. Parijs is bovendien als enige in staat de nood te lenigen, óók als het om massaontslagen in de particuliere sector gaat. Ter gelegenheid van de sluiting van de Moulinexfabrieken werd op het ministerie prompt een crisisteam ingesteld. Dat daar later niets meer van vernomen werd, is van ondergeschikt belang. Wat telt, is het ritueel.

De etatistische reflex van staat en burger is niet de enige reden waarom actie zin heeft en gewaardeerd wordt. Straatgewoel en morrend volk horen bij Frankrijk. Er is geen land waar ook vandaag nog zoveel mensen met liefde over hun, bijvoorbeeld, trotskistische verleden vertellen, op een enkele uitzondering na dan, zoals premier Lionel Jospin. Zelfs `rechts' erkent de romantiek daarvan – uit pure nostalgie. Verzet herinnert aan het meest glorieuze moment in de geschiedenis, de Revolutie van 1789. Toen werd het land bakermat van de mensenrechten, het volk soeverein, en de Republiek een feit. Ook al ging het daarna nog een paar keer mis.

Maar er is ook een andere kant aan de Franse volksaard, die net zo goed wortelt in de Revolutie. Zo geaccepteerd als het is dat beroepsgroepen hun particuliere belang boven het algemene belang stellen, zo verwerpelijk is in Franse ogen het opkomen voor de eigen identiteit. Dat wordt aangeduid met een woord dat geen verdere tegenspraak duldt: communautarisme, sektarisch gedrag. Is dat oordeel geveld, dan weten degenen die het betreft hoe de vlag erbij hangt.

Er is maar één identiteit en dat is die van de citoyen, de Republikeinse burger. Alle andere zijn taboe en kunnen rekenen op misprijzende synoniemen: tribalisme, ethnicisme, clanisme. Het opinieweekblad Marianne somde ze onlangs allemaal op in een aanklacht tegen de `balkanisering van identiteiten'. Het drukte, in de vorm van het land, de Franse vlag af. Op de hoeken vier handen die de vlag aan stukken dreigden te scheuren.

Communautarisme is strijdig met de beginselen van de Revolutie. Een Fransman is universeel mens en verder niets. Maar het `vrijheid, gelijkheid, broederschap' is niet alleen een humanistisch, door de Verlichting geïnspireerd adagium, maar ook een politiek instrument. Ooit dwong de Revolutie-leus de régions in het gelid, met inlevering van hun taal en cultuur. De centralistische aanpak was succesvol, Frankrijk is een solide natie.

Toch is de angst voor desintegratie springlevend. In zijn boek Les Casseurs de la République sneert Christian Jelen: ,,Cultureel onderscheid met bijpassende rechten: dat is de toekomst, dat is modern.'' Een beroep op eigenheid wordt nog steeds als een bedreiging voor de Republiek gezien. Soms om zeer begrijpelijke redenen. Zo sloeg Marianne alarm naar aanleiding van de recente aanslagen op synagogen en andere joodse gebouwen en goederen. Iedere keer als de intifada in het Midden-Oosten oplaait, is de schokgolf in Frankrijk met vijf miljoen inwoners van Arabische herkomst en een joodse gemeenschap van 700.000 zielen voelbaar. De zorg en de analyse van het blad werden alom gedeeld. Geen hoofdartikel of het keurde het geweld af, om in één adem door het woord communautarisme te bezigen. Net als premier Jospin, al zei die juist ,,niet al te bang'' te zijn dat er sprake van was.

Met de regelmaat van de klok en meestal naar aanleiding van het Corsicaanse streven naar autonomie publiceren kranten ook kaarten van het land met alle regio's waar indépendantistes actief zijn en dus het gevaar van communautarisme dreigt. Zelfs de zuidelijke streek waar nog een enkel mummelend oudje wat Occitaans spreekt, staat er gekleurd op, om maar te zwijgen over Corsica zelf. Het eiland is inzet van een voortdurend en hartstochtelijk gevoerd `republikeins' debat.

Moeten er, in de hoop een einde te maken aan het onafhankelijkheidsgeweld ter plaatse, concessies aan de Republikeinse eenheidsgedachte gedaan worden of niet? Zelfs het feit dat premier Jospin het onderricht van het Corsicaans op het eiland verplicht wil stellen, biedt zijn rivaal president Chirac een stok om de hond te slaan. Deze spreekt dan maar weer eens in sombere tonen de vrees uit dat de Republiek uit elkaar valt.

De angst voor het communautarisme uit zich ook op andere manieren. Zo wordt de herkomst van burgers niet geregistreerd. Is men in een land met een traditie van verzuiling als Nederland `eens allochtoon, altijd allochtoon', in Frankrijk is de nieuwe citoyen dat nooit geweest. Hoewel het een feit is dat wijken met hoge concentraties immigrés significant hogere werkloosheids- en misdaadcijfers hebben, worden op specifieke groepen gerichte preventiemaatregelen niet of nauwelijks getroffen. De beruchte banlieues, waar zelfs de kleinste stad tegenwoordig op kan bogen, bewijzen dat het schone gelijkheidsideaal op gespannen voet staat met de werkelijkheid en zelfs in zijn tegendeel verkeert.

Het zwaard van het communautarisme, dat iedere minderheid boven het hoofd hangt, fungeert ook als een effectief repressiemiddel, dat naar believen wordt gebruikt. Identiteitsproblemen, zelfhaat en zelfcensuur zijn het gevolg. Fransen dragen de vrijheid van het individu hoog in het vaandel, en de staat huldigt volgens een andere erfenis van de Revolutie, de laïcité, een strikte neutraliteit op religieus en moreel terrein. Maar als het uitkomt, wordt het communautaire stokpaard bereden. Zelfs onnozele homobars kunnen dan voor getto's gehouden worden. Geen wonder, dat menig Frans homoseksueel `het' zichzelf ternauwernood durft te bekennen, laat staan zijn moeder.