DIPLOMATIE

De diplomatieke betrekkingen tussen Frankrijk en Nederland staan bekend als delicaat. Terwijl Nederlanders zich kunnen ergeren aan de arrogante houding van de Fransen, storen de Fransen zich aan het liberale Nederlandse drugsbeleid. Volgens dr. A. van Ginneken, historica en expert internationale betrekkingen, is de diplomatieke relatie tussen de twee landen de laatste jaren echter aanzienlijk verbeterd.

,,Frankrijk heeft een uitstekende ambassadeur gestuurd, die heeft afgerekend met het stereotiepe beeld van de adellijke diplomaat die uit de hoogte doet, aldus de historica. ,,Er werden Nederlandse experts naar Parijs gestuurd om het drugsbeleid uit te leggen. De onderliggende boodschap was dat de landen weer onderling práten.''

Toch bestaan er aanzienlijke verschillen tussen beide landen. Zo is de rol van de staat in Frankrijk veel groter dan in Nederland. ,,In Frankrijk heeft de staat nog steeds een sterke invloed op het bedrijfsleven. Vakbonden praten niet met werkgevers om tot een oplossing te komen. De bonden manen hun leden tot staken, en als de straten van Parijs gevuld zijn, neemt de regering eenzijdig een besluit. Die sterke overheid zijn de Fransen gewend sinds de Franse Zonnekoning.''

Nederlanders daarentegen hebben moeite met autoriteit en bazigheid. Ze kunnen zich storen aan de Fransen die, net als de Engelsen, hun zin vaak proberen door te drijven. Van Ginneken: ,,Alleen verpakken de Britten het anders. Van hen kunnen we dat wél hebben, want ze praten als wij, eten als wij en omkleden het diplomatieke bedrijf niet met zoveel bombarie.''

Dat neemt niet weg dat de macht van het eens zo invloedrijke Frankrijk de afgelopen jaren flink is geslonken. Dat komt, aldus Van Ginneken, omdat de steun van Duitsland niet langer vanzelfsprekend is. ,,Toen Schröder, de eerste Duitse kanselier van een naoorlogse generatie, aan de macht kwam, was het gedaan met de wat passieve Duitse houding. Hij legde contact met de Britten en sindsdien ligt de macht niet uitsluitend bij de zogeheten As Bonn-Parijs.'' Toch verwacht de historica dat de Fransen ook binnen de nieuwe constellatie van drie Europese hoofdrolspelers van zich zullen doen spreken. ,,Het was bijvoorbeeld op aandrang van de Fransen dat het Europese Leger vorig jaar operationeel werd verklaard.''

De Franse diplomatie kent volgens de historica drie prioriteiten: een voortrekkersrol in Europa, een goede verstandhouding met Duitsland, en het propageren van een latent anti-Amerikanisme.

Met name de houding van de Fransen na de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten vindt Van Ginneken een schoolvoorbeeld van het Franse diplomatieke beleid. ,,Jacques Chirac vloog als eerste naar de VS om, namens Europa, zijn medeleven te betuigen. Toen de Amerikanen in oktober in hun eentje een aanval op Afghanistan voorbereidden, stelde Frankrijk zich echter terughoudend op. Waarom? De anti-Amerikaanse sentimenten speelden weer op.''