De tweede holocaust

De vraag is niet óf de tweede holocaust zal komen, maar wanneer. En opnieuw zullen Europeanen bereid zijn tot medeplichtigheid aan moord op de joden, meent Ron Rosenbaum.

Iemand moet denken aan het ondenkbare en zoals het er nu uitziet, is de kans dat het gebeurt ten minste fiftyfifty. Je kunt je een aantal manieren voorstellen waarop het zal gebeuren: de huidige, verschrikkelijke toestand in het Midden-Oosten gaat van een vertraagde wederzijdse slachtpartij over in een uitslaande brand – nucleair, chemisch of biologisch. Je kutn denken aan scenario's die zich tot de regio beperken en scenario's die heel de wereld raken.

Moeilijker voorstelbaar zijn de manieren waarop het niet zal gebeuren. Een vredesproces? Goedwillendheid bij mensen? Een einde aan het zelfmoordfanatisme? Vergeet het maar.

De `tweede holocaust' is een term die, zover ik weet, voor het eerst is gebruikt door Philip Roth in zijn boek Operatie Shylock uit 1993. Dat boek leek destijds ongelooflijk naargeestig. Maar na minder dan tien jaar lijken zelfs de donkerste fantasieën van Roth nog optimistisch. Vooral bezien bij het schijnsel van brandende synagogen in Frankrijk.

Hier is de cruciale gedachtewisseling tussen een figuur die Roth de ,,diasporist'' noemt en de verteller in de roman:

,,Het is aan ons,'' zegt de diasporist, ,,om de betekenissen van de holocaust te bepalen. Maar één ding is zeker: de betekenis zal niet minder tragisch zijn dan nu als er nog een tweede holocaust komt en de nazaten van de Europese joden die uit Europa naar een schijnbaar veiliger haven vertrokken, collectief worden vernietigd in het Midden-Oosten. [...] Een tweede holocaust zou hier zomaar kunnen plaatsvinden en als het geschil tussen Arabier en jood nog veel langer escaleert, dan gebeurt dat ook – dat moet wel. De vernietiging van Israël met kernwapens is op dit moment een veel minder vergezochte mogelijkheid dan de holocaust zelf vijftig jaar geleden.''

We moeten nagaan welke dynamiek zich op het ogenblik voltrekt in de Europese geest: een dynamiek die erop wijst dat de Europeanen ergens diep en niet geheel bewust weer bereid zijn tot medeplichtigheid aan moord op de joden.

De verteller in de roman gelooft dat er in Europa ,,krachtige stromen van verlichtheid en moraal bestaan die worden ondersteund door de herinnering aan de holocaust [...]; een bolwerk tegen het Europese antisemitisme'', hoe kwaadaardig ook.

Voor een aantal Europeanen geldt dat misschien, al zijn die daar tot nu toe dan wel erg zwijgzaam over. Maar het lijkt eerder of de herinnering aan de holocaust de verklaring is voor de eenzijdige anti-Israël-houding van de Europese pers, de Europese politici, de Europese cultuur. Voor het de andere kant op kijken bij brandstichting in synagogen, voor de focus op de Israëlische reactie wanneer bij zelfmoordaanslagen biddende gezinnen worden opgeblazen, in plaats van op de massamoordenaars (zoals de daders van zelfmoordaanslagen beter kunnen worden genoemd) en op degenen die hen financieren en feesten voor hun familie geven.

Ergens op een diep niveau zijn de Europeanen, de Europese politici, de Europese cultuur zich ervan bewust dat vrijwel zonder uitzondering elk Europees volk ernstig medeplichtig was aan Hitlers genocide. Sommigen bemanden de vernietigingskampen, anderen stempelden de transportorders van de joden naar de vernietigingskampen. Iedereen wist wat er gebeurde – en toch hoefden de nazi's weinig tot geen geweld te gebruiken om hen tot handlangers te maken. Voor het merendeel werkten de Europeanen vrijwillig mee. Daarom zal voor iemand die goed kijkt, `de Europese beschaving' altijd tegenstrijdig blijven klinken, te beginnen met de stompzinnige en nodeloze slachtingen van de Eerste Wereldoorlog, slachtingen op holocaust-schaal die de weg bereidden voor Hitlers gerichtere optreden. En dus is er ergens op diep niveau de behoefte iemand anders de schuld te geven van de schande van `de Europese beschaving'. Om het slachtoffer de schuld te geven. Om de joden de schuld te geven. En hoe meer de Europese landen zich eenzijdig kunnen richten op de Israëlische reactie op terreur en niet op die terreur zelf, hoe meer ze de joden kunnen afschilderen als de echte schurken, als nazi's, des te meer balsem voor hun collectieve geweten wegens hun medeplichtigheid aan collectieve massamoord in het verleden. Hitler mag te ver gegaan zijn, en misschien hadden we hem niet zo laf en slaafs moeten bijstaan, maar moet je zien wat de joden zelf doen.

Het is toch boeiend dat er in het geheel geen `Europese vredesactivisten' te zien zijn geweest die vrijwillig `hun leven op het spel zetten' door aan te kondigen dat ze zich in werkelijk gevaar zouden begeven – in de cafés en pizzeria's van Tel Aviv, de geliefde doelwitten van zelfmoordaanslagen. In plaats daarvan doen de `Europese vredesactivisten' hun best om de dappere aanstichters van zelfmoordaanslagen in Ramallah te beschermen.

Het Europese schuldcomplex moet niet alleen worden geplaatst in het kader van de medeplichtigheid tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er moet ook worden gekeken naar de kwaadwillige nalatigheid die in het spel was bij de vorming van de staat Israël. De onwillige toekenning van een onverdedigbare strook woestijn in een zee van vijandige volken, om de joodse overlevenden – herinneringen aan de Europese schande – uit dat werelddeel weg te krijgen en de Europese volken het bezit te laten houden dat tijdens de oorlog van de joden was gestolen. Voorzover ze tenminste geen joden bleven vermoorden, zoals sommige Polen deden toen een aantal joden zo stom was om te proberen naar hun gestolen huis terug te gaan.

Onlangs wees iemand op de verbluffende schijnheiligheid van Europese diplomaten en politici die het Palestijnse `recht op terugkeer' ondersteunen, terwijl er nog altijd zoveel Europeanen in huizen wonen die gestolen zijn van joden die ze hebben helpen vermoorden. Laat er geen misverstand over bestaan: de Palestijnen zijn net als de joden slachtoffers van de geschiedenis. Het laatste dat de Europese volken wilden doen was dat wat hoorde, namelijk de joden hun gestolen huizen teruggeven, en dus berustten ze in de vorming van een joodse staat en deden ze daarna niets om die voor joden of Palestijnen levensvatbaar te maken. Liever trokken ze hun handen af van de vernietiging: de semieten moesten elkaar maar uitmoorden en de schuld aan de joden geven, de semieten waren vertrouwder met haat.

En inmiddels is het voor de Europeanen zoveel eenvoudiger om de joden te vervolgen, want ze kunnen gewoon brand in synagogen laten stichten en joden op straat in elkaar laten slaan door hun eigen Arabische bevolking. Zoals Hitler bijvoorbeeld de gewillige Kroaten als bewakers in de vernietigingskampen gebruikte. Toch is er iets extra weerzinwekkends aan de brandstichting in synagogen in Frankrijk. Ik denk dat dit heel veel verklaart van de manier waarop de Israëlische regering nu optreedt – met iets minder beheersing tegenover de mensen die Israëlische kinderen vermoorden. Beheersing, jazeker: als Israël echt meedogenloos zou optreden om een eind te maken aan de zelfmoordaanslagen, dan zou het zeggen tegen de aanstaande daders – die hun dood tegemoet gaan in de verwachting dat hun familie hun massamoord zal vieren en dankzij de Saoedi's en Saddam rijkelijk zal worden beloond – dat hun familie in plaats daarvan precies hetzelfde lot zal ondergaan als de mensen die bij de aanslagen worden opgeblazen. Dat zou misschien een rem zetten op de werving van daders en op de feestvreugde om dode joodse kinderen. Maar dat doen de Israëliërs niet, en dáárdoor komt er waarschijnlijk een tweede holocaust. Niet doordat de Israëliërs onbeheerst optreden, maar doordat ze tot op heden nog altijd behéérst optreden, ondanks de bloedbaden die hun land onbewoonbaar maken.

Sta eens stil bij het verhaal in The New York Times van 4 april, waarin de leiders van Hamas opgewekt en zelfvoldaan spraken over hun grote triomf bij het bloedbad met Pesach en de slachtpartijen in Jeruzalem en Haifa die daarop volgden. Dat interview was om twee redenen opmerkelijk. De ene was de schaamteloze uitspraak dat ze geen belang stelden in een ,,vredesproces'' dat zou leiden tot een levensvatbare Palestijnse staat die zij aan zij met een joodse staat bestond. Zij wilden alleen dat de joodse staat werd vernietigd en plaatsmaakte voor een staat waarin ,,de joden mochten blijven wonen in een islamitische staat met een islamitische wetgeving''.

Dat tekent de werkelijkheid. De Palestijnen stellen geen belang in een `regeling door onderhandelingen', net zomin als hun driehonderd miljoen `Arabische broeders' die de vijf miljoen joden omringen. De Israëliërs wordt altijd weer verweten dat ze niet onderhandelen, dat ze niet genoeg van hun veiligheid prijsgeven, maar ze hebben geen enkele onderhandelingspartner die niet diep in zijn hart hun staat – en zonodig ook hun volk – wil verdelgen.

De andere reden die het Times-interview tot zo'n tekenend document maakte, was de beschrijving van de entourage. Het interview met een van de vier leiders van de massamoordenaars van Hamas, een zekere dr. Zahar, werd gehouden in een gerieflijk huis waarin ,,dr. Zahar, een chirurg, in zijn grote woonkamer voor zijn zeven kinderen een tafeltennistafel heeft staan''. Welnu: als de Israëliërs echt zo meedogenloos waren als de Europeanen zo dolgraag zeggen, dan zou de moordenaar van hun kinderen heus niet meer kunnen pingpongen.

Laten we eens verder ingaan op de verhouding tussen de eerste holocaust en de volgende. Die kan misschien het beste worden samengevat door een oud Engels gezegde: Fool me once, shame on you. Fool me twice, shame on me. Pas wie zich aan de tweede steen stoot, is een ezel.

De eerste keer dat de joden door iemand werden bedreigd die opriep tot hun uitroeiing, vertrouwden ze op de `verlichte' waarden van de Europeanen, zoals het personage van Philip Roth het stelde. Pogroms, jawel, maar vernietigingskampen, uitroeiing? Dat nooit. Ze vervoeren ons naar kampen, ja, maar wat kunnen dat nu zijn, hoogstens werkkampen toch? De wereld zou zoiets nooit toelaten.

Nou, de wereld liet het wel toe – uiterst welwillend, doof, blind en hier en daar zelfs met het nodige genoegen. En uit de huidige reactie van Europa blijkt duidelijk dat de wereld bereid is het opnieuw toe te laten.

Maar de meeste Israëliërs denken diep in hun hart als volgt: we vertrouwen er deze keer niet op dat anderen het voorkomen; we gaan niet hopen dat de wereld zich erom bekommert dat ze onze kinderen vermoorden; als we ten onder gaan, gaan we deze keer strijdend ten onder en nemen we ze met ons mee, en de rest van de wereld kan doodvallen. De tweede steen is onze eigen schuld.

Ik betreur het lot van de Palestijnen; ik vind dat ze recht op een staat hebben. Maar ze behóórden tot een staat, een staat genaamd Jordanië, die de oorlog aan de staat Israël verklaarde en deze binnenviel om die te vernietigen – en de oorlog verloor.

Het verlies van een oorlog heeft gevolgen, en in elk geval gedeeltelijk horen die te gelden voor de drie landen die de oorlog zochten en verloren. Je voelt mee met het lot van de Palestijnen, maar je vraagt je af wat het lot van de Israëliërs zou zijn geweest als zij die oorlog hadden verloren. Daarbij zie je geen ruime huizen en pingpongende leiders voor je.

Maar toch wordt de Israëliërs voorgehouden dat ze vertrouwen in de wereld moeten hebben – in de Europese Unie als waarborger van hun veiligheid, in de Arabische Liga als die `normale betrekkingen' belooft, in de Saoedi's die de festiviteiten na zelfmoordaanslagen betalen – en dat ze geen acht moeten slaan op de verdelgingshandleidingen waarmee de Arabische wereld haar kinderen onderwijst. De joden moeten zich beter gedragen tegenover mensen die hen willen vermoorden. Dat is natuurlijk flauwekul.

Als niet-gelovige jood ben ik altijd meer diasporist dan zionist geweest. Ik steunde de joodse staat, maar vond wel dat die een noodzakelijke maar niet ideale oplossing was – met een uitgesproken donkere kant: de concentratie van zoveel joden op één plaats – en ik gebruik het woord `concentratie' met opzet – biedt de wereld de kans de joden opnieuw massaal te vermoorden. En ik vond ook dat joden het beste gedijden als ze niet meer onder de plak van orthodoxe rabbijnen zaten en de hele wereld konden laten delen in de exegetische vermogens die de trots zijn van het volk: het heelal bestuderen als was het de thora, zoals Einstein en Spinoza deden, in plaats van de thora bestuderen als was deze het heelal, zoals de orthodoxen doen.

Maar de onverzoenlijke haat van het Arabische fundamentalisme maakt geen onderscheid tussen joodse fundamentalisten en joodse ongelovigen, net zomin als Hitler dat deed. Ze willen niet alleen de nederzettingen verdelgen, het gaat om de joodse staat, het joodse volk.

Vroeg of laat ontploft er in Tel Aviv een kernwapen, direct gevolgd door nucleaire vergelding – Bagdad, Damascus, Teheran, misschien wel alledrie. Iemand heeft eens gezegd dat Jezus wel de christenen opriep om `de andere wang toe te keren', maar dat de joden de enigen zijn die dat echt in praktijk hebben gebracht. Maar die tijd is voorbij. De stilzwijgende consequentie van de leus `Nooit meer' is: `En zo ja, wij niet alleen'.

Zo is het tijd geworden om stil te staan bij de tweede holocaust. Die zal vroeg of laat komen; de vraag is niet óf, maar wanneer. Ik hoop hem niet meer mee te maken. Hij zal ondraaglijk zijn voor wie hem wel meemaakt. Oftewel voor iedereen behalve de Europeanen – wier geweten zoals altijd rein en onbezwaard zal zijn.

De Amerikaan Ron Rosenbaum is publicist. Hij schrijft essays en andere artikelen voor verschillende Amerikaanse bladen. Zijn laatste boek is `Explaining Hitler. The Search of the Origins of His Evil'.

© The New York Observer