DE POLITIEK IS ER OM JOU TE HELPEN

Op de Praktijkschool moet je niet met te ingewikkelde zaken aankomen. De computer blijkt heel geschikt om de leerlingen in te voeren in democratie.

`Meneer, wat is democratie?'' Petra (13) zwaait haar lange blonde haar naar achteren en draait zich om. Ze zit achter de computer en is bezig met de opdrachten van het programma `Stemmen en besturen' dat de basisbegrippen van de politiek uitlegt. Docent Mart van Laarhoven komt bij haar staan. ``Dat hebben ze in het filmpje net uitgelegd. Kijk maar even terug.'' Petra klikt op de knop `terug'. Even later schrijft ze op: `Meepraten. Meebeslissen.'

Petra zit op Praktijkschool De Poort in Tilburg. Praktijkonderwijs is de nieuwe naam voor voortgezet onderwijs voor moeilijk lerende kinderen (vso mlk). De Poort is één van de 150 scholen van dit type. Praktijkonderwijs is bedoeld voor kinderen met een licht verstandelijke handicap en een aanzienlijke leerachterstand op het gebied van rekenen en taal. De leerlingen zijn tussen de twaalf en achttien jaar oud en hebben een IQ dat ligt tussen de 55 en 80 punten. Veelal zijn ze afkomstig uit het speciaal basisonderwijs. Een vmbo-diploma (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) is voor deze leerlingen niet weggelegd, laat staan een vervolgopleiding. Het officiële doel van de praktijkschool dat de leerlingen zo zelfstandig mogelijk wonen, werken en recreëren, vertelt directeur Theo van Gils. Stages vormen dan ook een belangrijk deel van het schoolprogramma: in de supermarkt als vakkenvuller, in de bouw als stenensjouwer, of in een sociale werkplaats. Zo'n 90 procent van de leerlingen kan na school op de stageplek betaald aan de slag, aldus Van Gils.

Praktijkonderwijs, het woord zegt het al, moet vooral praktisch van aard zijn. Dus leren de leerlingen op school hoe ze de telefoon moeten opnemen, hoe de wasmachine werkt, en wat de volgorde is waarin de afwas moet worden gedaan. Lezen is moeilijk. En ook al lukt het technisch wel, dan is begrijpen weer een ander verhaal. De leerlingen zijn over het algemeen visueel ingesteld. Juist daarom is de computer een ideaal leermiddel voor hen: het integreert beeld, geluid en de verwerking van de leerstof. Althans, dat kan. In de praktijk zijn er voor dit type onderwijs bedroevend weinig geschikte computerprogramma's. ``Het meest is practice and drill'', aldus Van Gils. ``Rijtjes sommen oefenen. Maar dat is voor onze leerlingen weer niet geschikt.''

Het programma `Stemmen en Besturen' is volgens ICT-docent Van Laarhoven een voorbeeld van hoe het wel kan. ``Het gaat in op praktische dingen van alledag en zolang er niet al te ingewikkelde vergelijkingen gemaakt worden is het begrijpelijk voor onze leerlingen.'' En de leerlingen vinden het leuk. Want ook al is de politiek een ``supersaai'' onderwerp, toch gaan Petra en haar klasgenoten er drie kwartier in stilte mee aan de slag.

``Verkiezingen staan heel ver van deze leerlingen af'', zegt Van Gils vlak voordat de les begint. ``Pim Fortuyn kennen ze allemaal, maar meer niet.'' Voor Petra geldt dat in ieder geval. Op de vraag of ze thuis wel eens over de verkiezingen praten zegt ze: ``Nee, daar doen wij niet aan.'' Maar bij Nicky (14) ligt dat heel anders. ``Meneer, wat gaat u stemmen?'' zegt hij tegen Van Gils als die het computerlokaal betreedt. Van Gils is er wat verlegen mee. ``Maak jij nou eerst maar eens je opdrachten, dan praten we wel verder.'' Maar zo gemakkelijk laat Nicky zich niet afschepen. ``Ik denk dat u D66 stemt'', zegt hij. ``Ik zou SP stemmen, als ik mocht stemmen.'' Nicky vindt de verkiezingen best wel een leuk onderwerp, vertelt hij.

Van Gils en Van Laarhoven waarschuwen dat de leerlingen nogal eens `sociaal wenselijke antwoorden' geven. ``Als u hen iets vraagt voelen zij heel goed wat voor soort antwoord u graag wilt horen.'' Natuurlijk vliegt een journalist de school maar even in en uit en heeft deze niet meer dan een indruk van de leerlingen, maar toch lijkt die uitspraak sommige leerlingen tekort te doen. Zoals Suat (13) die de politiek weliswaar ``iets voor oudere mensen'' vindt, maar op de vraag wat hij geleerd heeft van het computerprogramma met zijn vinger een man in pak aanwijst op het beeldscherm en zegt: ``Ik dacht dat alleen mensen van hoog niveau mochten stemmen. Maar nu weet ik dat iedereen dat mag.''

Het computerlesprogramma 'Stemmen en Besturen' is ontwikkeld en geproduceerd door Cédicu, een samenwerkingsverband van KPC-Groep, videoproducent Jozef van den Broek en didactisch adviesbureau VISOB. Cédicu heeft over verschillende onderwerpen lesprogramma's gemaakt. Die lessen werken volgens hetzelfde stramien: een videofilmpje waarin verschillende begrippen worden uitgelegd, ongeveer zoals in het televisieprogramma Klokhuis, met daaraan gekoppeld opdrachten die op papier gemaakt worden. De leerling kan naar hartelust terug- of vooruitkijken. Bij `Stemmen en Besturen' wordt het begrip `vertegenwoordiger' uitgelegd aan de hand van een situatie in de klas. De klas gaat op schoolreisje, maar de leerlingen zijn het niet eens waar ze het liefste heen willen. Uit hun midden kiezen de leerlingen een aantal vertegenwoordigers die de verschillende standpunten bij de directeur zullen gaan verdedigen. Vandaar uit legt het computerprogramma de link met de lokale en landelijke politiek: de gemeenteraden en de Tweede Kamer.

Cédicu richt zich vooral op de bovenbouwgroepen in het basisonderwijs. Voor de praktijkschool is het beeldmateriaal bruikbaar, maar zijn de bijbehorende opdrachten te moeilijk. ICT-docent Van Laarhoven heeft deze vereenvoudigd. Zo heeft hij bij het stukje over `democratie' alleen de vraag `vertel in je eigen woorden wat democratie is' laten staan. Het opzoeken in het woordenboek en die twee definities vergelijken heeft hij geschrapt. Van Laarhoven heeft alle aanpassingen in zijn vakantie verricht. ``Idealiter zou iedere leerlingen opdrachten op zijn of haar niveau krijgen, maar daar had ik geen tijd meer voor.''

Bij Mairis (13) wordt thuis wel eens over de verkiezingen gepraat, vertelt ze. Maar saai is het wel. Gelukkig houdt ze ``heel veel'' van computers. Mairis is aanbeland bij de vraag over welke politieke partijen ze kent. ``Ik kende er geeneen'', zegt ze in eerste instantie. ``Nou, ja, GroenLinks wel, en de Partij van de Arbeid. Maar ik wist niet dat er zeven waren.'' Op de vraag wat zij vanochtend heeft geleerd zet ze haar koptelefoontje even af. ``Hmm, dat als er één iemand van een partij praat hij niet voor zichzelf praat, maar voor iedereen. Die zeven partijen zijn er om jou te helpen.''

Meer informatie: www.cedicu.nl