Binnen is het veilig, buiten de hel

Tralies en hekken in Zuid-Afrika moeten doen vergeten waarvoor ze bedoeld zijn: voor de veiligheid. Afrastering als designobject en statussymbool. Over huizen zonder uitzicht en straten als tunnels.

Waar het geschreeuw precies vandaan komt, weet de straatverkoper van bezems niet. Ergens op de bovenverdieping van de villa achter het reusachtige traliehek en de haag van bomen in de wijk Brixton hangt een vrouw krijsend uit de ramen. ,,Ga weg'', roept ze nu al minutenlang naar de man op het trottoir. ,,Je maakt de hond van streek. Ga weg.''

Als de man schouderophalend doorsloft naar de volgende deurbel, grinnikt kunstenaar David Rossouw. De Zuid-Afrikaanse angst is zijn brood. Hij leeft van de fortificatie van een stad waar elke vreemdeling een potentiële crimineel is. Waar het huis met afrastering en manshoge muren bescherming moet bieden tegen de levensgevaarlijke buitenwereld.

Rossouw smeedt hekken en tralies. De ontwerper gebruikt daarbij materiaal dat hij grotendeels op de schroothopen van Johannesburg vindt. Benzinetanks, fietsen, radars, verwarmingsbuizen, gietijzeren trappen. Hij kiest vormen die de bewoner moeten doen vergeten waar het ijzerwerk in eerste instantie voor is bedoeld: veiligheid en zekerheid. Hekken met vissen, slangen en slakken, hamers en sokkels, druiven van metaal. ,,Ik ben eigenlijk een psycholoog, '' zegt hij, in groezelige spijkerbloes en met zwart onder de nagels. ,,Ik probeer de druk van de ketel te halen en de allesoverheersende angst op de zachtst mogelijke manier te kanaliseren.''

De oerdrift van de Zuid-Afrikanen om zich te verschansen achter ijzer en steen weigert Rossouw paranoia te noemen. Het is een angst voor de uitwassen van een samenleving die is gebouwd op geweld en te boek staat als een van de meest criminele ter wereld. Het aantal moorden is sinds 1994 met een derde afgenomen. In de eerste negen maanden van vorig jaar waren dat er nog altijd 15.000. Ter vergelijking: in Nederland worden jaarlijks nog geen 300 moorden gepleegd.

Het huis als bolwerk, als garantie voor overleving. Het bestaat al zolang als Zuid-Afrika oud is. De vroegste bewoners maakten een kraal om het wild op afstand te houden. En toen de Nederlander Jan van Riebeeck 350 jaar geleden de Kaap de Goede Hoop bereikte, liet hij zo snel mogelijk een fort bouwen. Om zich te beschermen tegen de ongereptheid van Afrika, tegen de wilden en de wilde beesten. En om zolang mogelijk de `civilisatie' te bewaren die hij uit Europa dacht te hebben meegebracht.

De gekte kwam pas met het einde van de apartheid toen met het verdwijnen van de gelegaliseerde scheiding van rassen en klassen het gevoel van onveiligheid toenam. Er verschenen muren met NAVO-prikkeldraad, hekken met gebroken glas en scherpe punten en elektriciteitsdraden met een levensgevaarlijk voltage erop. En iedereen deed mee, want niemand wilde de zwakste schakel zijn in de straat.

Het resultaat is een stad met huizen zonder uitzicht en straten als tunnels. Om zich toch te kunnen onderscheiden van de buren, vallen de Zuid-Afrikanen tegenwoordig met bosjes voor ontwerpers als David Rossouw. In de voormalige arbeiderswijk Melville heeft zich de afgelopen jaren een klasse van kunstenaars, academici en journalisten gevestigd voor wie de buitenkant niet gek genoeg kan zijn.

David Du Plessis bijvoorbeeld is de trotse eigenaar van `Venice', een palazzo dat met Romeinse pilaren en hangende lantaarns een stukje Italië naar Johannesburg heeft gehaald. Een zondagskrant omschreef zijn creatie onlangs als een voorbeeld van Zuid-Afrika's ,,voorstedelijke schizofrenie''. Maar Du Plessis noemt het een knipoog naar zijn Europese wortels. ,,Mijn moeder komt uit Engeland.''

Het designhek voor zijn huis is in zijn ogen een noodzakelijkheid. Een keer kwamen `ze' er overheen, met een ladder. ,,Er zijn in dit land nog steeds mensen die denken dat we ze iets verschuldigd zijn.''

De Zuid-Afrikaanse angstarchitectuur is niet alleen gebaseerd op de behoefte aan veiligheid. Ook status speelt een belangrijke rol. Zuid-Afrika's grootste township, Soweto, heeft een van de hoogste criminaliteitscijfers van de stad. Alleen de `nouveaux riches' kunnen zich in deze wijk een elektrische poort veroorloven, meestal gebouwd tussen muren die zo laag zijn dat je er gemakkelijk overheen kunt springen.

,,Ik houd van fast en flashy'', zegt Liz Magoko die in haar badjas vanachter haar blinkende poort vandaan is gekomen. Ze is de enige in de straat met een hoge muur en een poort met afstandsbediening. Ze is ook de enige in de straat met een Alfa Romeo in de garage.

Of hekken en muren werkelijk helpen in de strijd tegen de criminaliteit is een vraag waar academici al jaren ruzie over maken. Karina Landman van het onderzoeksbureau Building and Construction Technology in Pretoria meent dat het in elk geval de `opportunistische crimineel' tegenhoudt. Een flink hek ontmoedigt diefstal zonder voorbereiding. ,,Maar de georganiseerde criminaliteit laat zich door geen enkel hek tegenhouden.''

Het leven achter tralies heeft grote psychologische gevolgen. Uit onderzoek in de Braziliaanse vestingstad São Paulo blijkt dat veel bewoners dezelfde angstdromen hebben. Het hek als constante herinnering aan de hoge criminaliteit. ,,Bovendien verhoogt een hek of een muur ons gevoel van onveiligheid zodra we buiten zijn'', zegt psycholoog Michele Vrdoljak. Binnen is veilig, buiten is de hel. Het hek is daarmee de fysieke bevestiging van een gevangenschap in angst. Ook een leuk ontwerp kan daar weinig aan veranderen.