Auto huren in China betekent rijles

De huurauto's om zelf mee door China te rijden staan sinds kort klaar. Maar een chauffeur in de auto is voorlopig onmisbaar, ontdekte Garrie van Pinxteren.

Het glazen kantoortje van het autoverhuurbedrijf Hertz voor de deur van het luxe Jianguo-hotel in Peking is splinternieuw en brandschoon. Voor de deur staat een stralend witte Volkswagen Santana van Chinese makelij, de vrouw achter de balie spreekt goed Engels, achter haar hangen prachtige posters van tropische stranden zoals die in China niet te vinden zijn. Het kantoor krijgt daarmee wel meteen een internationaal tintje.

Hertz heeft eind januari zijn deuren in China kunnen openen doordat China kort geleden lid werd van de WTO. Buitenlandse autoverhuurbedrijven kregen als onderdeel van die overeenkomst toegang tot de Chinese markt. Hertz was er heel vlot bij, en het bedrijf heeft inmiddels vestigingen in Peking, Shanghai en Guangzhou. De autoverhuurder werkt met een licensie-overeenkomst: de feitelijke uitvoerder is het Chinese Anhua, opgericht door de Gewapende Volkspolitie van Peking. Op het hoofdkantoor van Hertz in Peking vind je dan ook minder posters van stranden, maar des te meer groepsfoto's van politieagenten in uniform. Ook China's voormalige president Deng Xiaoping siert er de muren. Een betere bescherming kun je niet hebben.

Later dit jaar krijgt Hertz er een internationale concurrent bij: de Britse firma Avis, die samen met een Chinese partner een nieuw bedrijf opzet. Avis wil zich voorlopig vooral op Shanghai richten.

De vloot van Hertz in Peking bestaat uit zo'n honderd auto's, variërend van Volkswagens en Honda's tot Rode Vlaggen. De Rode Vlag is een zware, altijd in het zwart uitgevoerde, benzine slurpende wagen met geblindeerde ramen, die vooral populair is onder hoge partijkaders. Op de neus prijkt een rode, plastic vlag. Leuk om te huren, en goedkoper dan een BMW of een Audi.

Het blijkt helaas nog niet mogelijk om als toerist of bezoekende zakenman een auto zonder chauffeur te huren, want China erkent voorlopig nog geen internationale rijbewijzen. Dat gaat allemaal wel veranderen, maar wanneer dat precies gebeurt is nog niet duidelijk. Dat is misschien maar beter ook, meent een medewerkster van Hertz, want de Chinese infrastructuur is eigenlijk nog niet rijp voor buitenlandse automobilisten. Er staan maar weinig richtingaanwijzers in het Engels, en als je een ongeluk krijgt, dan zijn de Chinese verzekeringen eigenlijk niet toereikend, zegt ze.

Het is bovendien een hele kunst om je in het Chinese verkeer te handhaven. Auto's schieten je zowel links als rechts voorbij, er wordt flink op los gesneden en op de snelweg kan er plotseling een boer op zijn dooie gemak de weg oversteken. Vooral 's avonds wordt de situatie verraderlijk, want geen enkele fiets heeft licht en ook veel vrachtwagens ontsteken hun lampen niet. Niemand blijft op zijn eigen rijstrook, en de meest assertieve automobilist heeft automatisch voorrang.

Een Nederlandse vrouw die in China rijles nam, kreeg van haar instructeur te horen dat ze niet steeds in haar achteruitkijkspiegel moest kijken. ,,Kijk altijd voor je'', was zijn advies. ,,Als iedereen dat doet, dan blijven ongelukken vanzelf achterwege.''

Dan toch maar een auto met chauffeur huren? Dat kan, zegt de vrouw acher de balie. Hertz heeft voornamelijk chauffeurs in dienst die eerder voor buitenlandse opdrachtgevers hebben gewerkt, en zij spreken in elk geval een paar woorden Engels. Elke chauffeur heeft een tweetalige kaart van Peking en omstreken bij de hand, en hij mag je binnen de grenzen van de stadsprovincie Peking overal naartoe rijden. Die stadsprovincie is ongeveer 150 bij 150 kilometer groot. Voor een dag huur van een Volkswagen Santana met chauffeur betaal je ongeveer 100 euro, inclusief benzine en inclusief 200 gratis kilometers. Veel van de provincie is bergachtig, en vooral in de arme bergdorpen ten noorden en noordoosten van Peking waan je je al snel in een ander tijdperk.

Ook om de Grote Muur in alle rust te bezoeken is het huren van een auto met chauffeur een goede optie. Veel hotels bieden wel uitstapjes per toerbus aan, maar dan verdoe je al gauw veel tijd met lange stops bij `bezienswaardigheden' als fabrieken en winkels en de tijd dat je echt bij de Muur bent, is meestal beperkt. Ook bezoek je de Muur dan meestal bij Badaling, een plek die wordt overlopen door Chinese en Westerse toeristen en waar de commercie hoogtij viert. Met eigen vervoer opent zich de mogelijkheid om bijvoorbeeld naar Jinshanling te gaan, om van daaruit een pittige wandeling van negen kilometer over de Muur te maken. De chauffeur kan doorrijden naar de Muur bij Simatai, om je daar weer op te pikken. Ook de muur bij Mutianyu wordt met eigen vervoer veel beter bereikbaar. Dat is een mooie plek met niet al te veel toeristen, waar je met een kabelbaantje naar boven kunt.

Ook aardig is een tocht naar de Ming-tombes, of naar de zeker zo interessante Qing-tombes, waar veel van China's keizers begraven liggen. De keizers zochten voor hun graven een uitzonderlijk mooi heuvellandschap uit, dat zich ook goed leent voor een wandeling of een picknick. Het gebied is vooral populair bij de buitenlandse bewoners van Peking, die er in het weekeinde heen trekken om er de drukte van de stad te ontvluchten.

Ook mooi, en een leuke stop onderweg naar de Grote Muur bij Simatai, is het waterreservoir Miyun ten noordwesten van Peking. Het water komt verrassend te voorschijn tussen het droge berglandschap, en ziet eruit als heerlijk zwemwater. Maar zwemmen mag niet: dan zou je Peking's drinkwater bevuilen.

Het allerleukste is eigenlijk om gewoon een paar willekeurige boerendorpen op de kaart aan te wijzen, liefst in een gebied dat bergachtig is. Dan kan de chauffeur onderweg overal waar het mooi is even stoppen, en zo toont zich een aspect van China dat voor de meeste bezoekers geheel verborgen blijft.