AANTREKKINGSKRACHT VAN DE AARDE CREËERT DUBBELE PLANETOÏDEN

Planetoïden die op relatief korte afstand langs de aarde scheren, lopen een gerede kans om in twee stukken uiteen te worden getrokken. Dat hebben Amerikaanse astronomen afgeleid uit radarwaarnemingen aan een groot aantal planetoïden dat zich in de afgelopen twee jaar in de buurt van de aarde (d.w.z. binnen de baan van de maan) heeft gewaagd. Ongeveer één op zes blijkt uit twee componenten te bestaan die op korte afstand om elkaar heen draaien: een veel groter percentage dan bij de planetoïden die veilig in het gebied tussen de banen van Mars en Jupiter zijn blijven rondcirkelen (Sciencexpress, 11 april, de interneteditie van Science).

De aarde wordt voortdurend `belaagd' door objecten uit de planetoïdengordel, hoewel de kans op een daadwerkelijke botsing heel klein is en bovendien bij het toenemen van de diameter van de belager afneemt. De planetoïden die in de buurt van de aarde komen, zijn – net als alle andere – ontstaan in het gebied tussen Mars en Jupiter. Hun baan is echter op een bepaald moment zodanig door de aantrekkingskracht van Jupiter verstoord dat het punt van dichtste nadering tot de zon (perihelium) nabij of binnen de aardbaan kwam te liggen. Zo werden nauwe passages en zelfs botsingen mogelijk.

In de afgelopen twee jaar hebben astronomen met de 70 meter grote radiotelescoop te Goldstone en de 330-meter telescoop op Puerto Rico vijftig van deze aardscheerders, tussen de 100 meter en 5 kilometer groot, bestudeerd. Vijf hiervan blijken te bestaan uit twee componenten die een factor 2 tot 6 in grootte verschillen en op afstanden van enkele kilometers om elkaar heendraaien. De hoofdcomponent blijkt in alle gevallen groter dan 200 meter te zijn. Van deze grootteklasse is ongeveer 16 procent dubbel. Bij de gewone planetoïden in de hoofdgordel is volgens het meest recente onderzoek slechts 2 procent dubbel.

Jean-Luc Margot en zijn collega's denken dat deze langs de aarde komende duo's ooit één geheel vormden. Computersimulaties laten zien dat een broze, hoofdzakelijk door de zwaartekracht bijeengehouden planetoïde tijdens een of meer scheervluchten langs de aarde aan zulke sterke getijdenkrachten wordt blootgesteld, dat er materie uit kan worden losgetrokken die in een stabiele baan rond de planetoïde komt. Door dit materieverlies versnelt de aswenteling van de planetoïde, terwijl na het verdwijnen van de getijdenkrachten het materiaal van beide componenten onder invloed van hun eigen zwaartekracht weer tot een ruwe bolvorm samentrekt.

De aswenteling van de hoofdcomponent is door de aanwezigheid van de begeleider in de loop van de tijd weer wat vertraagd (net zoals de maan de aswenteling van de aarde heeft vertraagd). De astronomen hebben berekend dat de hoofdcomponent van het duo 2000 DP107 kort na het ontstaan in 2 uur om zijn as moet hebben gedraaid. Dat is sneller dan het materiaal in deze broze planetoïde kan hebben doorstaan zonder te breken. Dat zou dus bewijzen dat de hoofdcomponent en de begeleider ooit één langzamer draaiend geheel hebben gevormd dat door getijdenkrachten uiteen werd getrokken.