Voortreffelijk Europeaan

Als iemand de Nederlanden definitief `op de kaart heeft gezet', dan is het wel Lodovico Guicciardini geweest. Deze Florentijn publiceerde in 1567 in Antwerpen zijn Descrittione di tutti i Paesi bassi, een beschrijving van de afzonderlijke gewesten en steden der Nederlanden. Hij behandelde hun geschiedenis en bestuur en beschreef de bewoners, hun middelen van bestaan en hun zeden en gewoonten. Ik heb dit boek geschreven, zo begint hij zijn inleiding, omdat ik zolang ik hier woon, zoveel heb gezien, gehoord en opgeschreven en ik dit land zo mooi en beroemd, `ende een soo treffelijcken lit van Europa' heb bevonden. Het boek bevatte ook een een groot aantal kaarten van de afzonderlijke provincies, en verder stadsplattegronden en stadgezichten.

Het boek had onmiddellijk succes en werd al in hetzelfde jaar vertaald in het Frans en kort daarop in het Duits. Er volgden vertalingen in het Latijn en pas in 1612 kwam er een Nederlandse editie uit. Ook talloze uittreksels van dit boek zijn uitgegekomen. De laatste druk stamt uit 1662. In totaal zijn er bijna zestig edities bekend. het is dan ook van grote invloed geweest op de beeldvorming van de Nederlanden. Nog steeds, wanneer in een geschiedenisboek de hoge graad van alfabetisme van de Nederlanders wordt genoemd, staat daar een verwijzing naar Guicciardini bij, die dit viereneenhalve eeuw geleden al was opgevallen.

Guicciardini was in 1521 in Florence geboren. Twintig jaar oud begon hij zijn carrière als koopman in Antwerpen. Hij had dus al een kwart eeuw in de Nederlanden gewoond toen zijn Descrittione uitkwam. Over zijn leven is niet veel meer bekend dan dat hij om politieke redenen een paar maal in de gevangenis heeft gezeten. Hij stierf in armoede in 1589. Zijn boek gaf een beeld van de Nederlanden in de periode van voor de Opstand tegen de koning van Spanje. De nadruk ligt op het zuiden en daarbinnen weer op de belangrijkste stad van de Nederlanden, Antwerpen. Het boek werd dus druk gelezen door vooral buitenlanders die zich voorbereidden op een reis naar de Nederlanden of die zich daar gevestigd hadden. De tekst werd in de opeenvolgende uitgaven bijgewerkt en het aantal prenten werd in elke nieuwe editie uitgebreid, oude prenten werden vervangen door nieuwe.

Een werkgroep van kartografische liefhebbers onder de naam Explokart heeft jaren gewerkt aan het wetenschappelijk onderzoek naar de edities van dit boek en naar de prenten die er in verwerkt zijn. Het resultaat is een schitterend boek waarin de toewijding der onderzoekers en van de uitgever je van elke bladzijde toestraalt. Alle edities worden beschreven en alle afbeeldingen, inclusief de titelpagina's, zijn op een voortreffelijke wijze gereproduceerd. Men kan zo alfabetisch alle steden opzoeken en hun plattegronden, een stadsgezicht in vogelperspectief en soms nog een opvallend gebouw zoals een kerk of een stadhuis, bekijken. Zoals nu satelietfoto's elke straat op aarde vastleggen, zo tonen deze prenten elke steeg, gracht en moestuin, elk bastion, kerk- of marktplein in die tientallen steden, van Aalst tot Zwolle.

Deze mooie uitgave is niet alleen van bibliografisch, maar ook van historisch-topgrafisch belang. Een terecht eerbetoon aan de auteur, die voorzover ik weet nooit een standbeeld heeft gekregen en naar wie in geen der Nederlanden ooit een straat is vernoemd.

H. Deys, M. Franssen, V. van Hezik, F. te Raa en E. Walsmit: Guicciardini Illustratus. De kaarten en prenten in Lodovico's Guicciardini's Beschrijving van de Nederlanden. Hes & De Graaf Publishers. 396 blz. E159,–